Toet toet, boing boing, Willem en Jan!!!

Starring: Bob, Harry, Hilmar, Jan, Koos, Peter & Petra, Walter en Willem.
Tourcaptain: Peter
Vertrek: woensdag 5 juni 2019 om ongeveer 9.15 uur vanaf de nestor in Zwolle.
Terug in Zwolle: dinsdag 11 juni 2019 om ongeveer 16.30 uur.
Afstand: vanaf all places Oldebroek 1.734 km.

Inleiding:
De SR is dit jaar in Finland. We besluiten om niet te gaan. We gaan naar Rügen, een schiereiland in Duitsland. Na een intensieve vergadering in januari bij Petra & Peter heeft Petra op Rügen hotelkamers geboekt, vlakbij zee. Een beetje zeelucht kan geen kwaad als je in een colonne Harleys rond pruttelt.
Er komt vast nog eens een Pinksterweek dat we kamers in een sanatorium in de bergen van Zwitserland boeken…

Woensdag 5 juni
We verzamelen bij de nestor. Janny heeft koffie met gevulde koeken klaar staan. Omdat we héél geliefd zijn, zijn Dorus, Martin en Willem naar Janny gekomen om ons uit te zwaaien. Topper is echter Jan, die speciaal uit Uruguay is gekomen om ons uit te zwaaien…

We nemen innig afscheid van onze fans en scheuren Zwolle uit. Bij de Volvo garage gaan we even tanken. Daar gaan Harry zijn knipperlichten knipperen en dat houdt niet meer op. Er worden allerlei oorzaken gezocht, zoals automatische deuren, enz. Uiteindelijk zal blijken dat Harry twee keer op een knopje heeft ingedrukt, waardoor het in werking is getreden. Harry heeft de Harley pas geleden gekocht en nog niet de handleiding gelezen. Drukdrukdruk…

Als we wegrijden zie ik dat mijn geavanceerde boordcomputer slechts nog de tijd aangeeft. Ik druk tijdens het rijden heel stoer op de knopjes, met als gevolg dat het ding uiteindelijk helemaal uit gaat. Waarschijnlijk is de batterij op, maar ja, nu weet ik niet meer hoeveel calorieën ik verbruik, de snelheid, de gemiddelde snelheid, de hoogste snelheid op een dag, het aantal gereden km, enz., enz. Inderdaad, dat wordt nog afzien.

De reis gaat voorspoedig. In de loop van de middag komen, in het Duitse plaatsje Drakenburg, ons twee Harley-rijders vanuit de verte tegemoet rijden. Ze beginnen te zwaaien. Ik denk nog, dat is uitbundig. Blijken het Hilmar en Walter te zijn die vanuit Noord-Groningen zijn vertrokken. Peter had al wel gemerkt dat zijn voicemail was ingesproken, maar had nog niet kunnen bellen. We hebben elkaar gevonden zonder mobilofoon. Knap. Normaal waren ze meestal met hun drieën, maar zoals jullie weten is Simon helaas op 27 december 2018 overleden. Simon is vaak mee geweest met de Pinkstergroep. Ik ken weinig mensen die zo positief in het leven staan als Simon altijd deed. En hij was een eersteklas sleutelaar. Tegen de tijd dat wij de helm af hadden gezet, was Simon de boel alweer aan het in elkaar zetten.

Op enig moment rijden we over smalle weggetjes, zo smal dat bij een fietsende tegenligger één van tweeën bij wijze van spreken al de berm in zal moeten. Het gras in de berm staat vrij hoog en dat stoort Jan, die besluit om even het gras te maaien…

Als we proberen een hotel te vinden, is de eerste nog gesloten en ziet de tweede er niet uit als een goed lopende zaak. Het hotel is, schat ik, gebouwd in de jaren vijftig en staat nog in de eerste lak… Er komt een buurvrouw kijken die vervolgens een meisje op de fiets naar de eigenaresse stuurt. Even later komt de eigenaresse. Ze geeft aan dat ze enkel twee- en driepersoonskamers gereed heeft. Dat zien we niet zitten, dus we bedanken vriendelijk. De mevrouw geeft nog als tip mee om een volgende keer een dag van tevoren te reserveren. Pfff, ze denkt zeker dat we ambtenaren zijn. Of zo…

We komen uiteindelijk terecht in hotel Anders in Walsrode, na ongeveer 275 km. Een modern hotel, met op loopafstand hun restaurant. Nadat we hebben ingecheckt en de motoren op de parkeerplaats op slot hebben gezet, er schijnt camerabewaking te zijn, gaan we naar het restaurant. Na een poosje is iedereen er behalve Jan en Willem, onze Wimmie. Er wordt gebeld naar ze en geappt, maar geen reactie. Walter besluit om even richting hotel te lopen en even later zijn we compleet. Er wordt het nodige commentaar geleverd op hun afwezigheid en de vermoedelijke reden; de koelkast met ijskoud bier in de hal van het hotel. Dit wordt ten stelligste door beide heren ontkend, maar feit is wel dat aan het einde van de avond in die koelkast alleen maar lauw bier zit! Opeens roept iemand: “Toet toet, boing boing, Willem en Jan…” Bingo. De hele week zal het lied af en toe worden ingezet, al dan niet met muzikale begeleiding via YouTube.

Uiteraard gaat het die avond weer over het grasmaaien van Jan en vervolgens over zijn robotmaaier die hij in Olst heeft. Zo eentje die aan een laadstation staat en af en toe het gras uit zichzelf maait. Jan vertelt dat bij een vorig vertrek van de Pinkstergroep, bij hem vandaan, Dorus had gevraagd hoe de robotmaaier heette. Jan zei toen dat de maaier geen naam had en vertelde vervolgens dat de maaier drie dagen per week een paar uur per dag werkte. Dorus in een splitsecond: “Oh, dan moet je hem Koos noemen!”
(Oh, oh, oh, wat waren ze weer grappig…)

Donderdag 6 juni
Na een uitgebreid ontbijt rijden we om ongeveer negen uur weer verder. We krijgen die ochtend behoorlijk wat regen, maar heel vervelend vind ik het allemaal niet. Ik heb ook wel es van die slagregens meegemaakt, waardoor het leek alsof er hagelstenen zo groot als duiveneieren in je gezicht klapten. Daarmee vergeleken is het goed te doen.
Het is allang weer droog als we Rostock binnen rijden, een Hanzestad van toch wel enige omvang. Peter, onze tourcaptain, tegen mij: “Welke stad is dit?”…

We tanken weer af en toe, eten soms wat en komen na ongeveer 215 km via een hotel dat niet voldoende plek had, terecht in Hotel am Wariner See. Een gezellig familiehotel met ook veel eters uit het dorp Warin. De dag eindigt weer gezellig. Onze Wimmie krijgt daar weer een nieuwe bijnaam: bootpiloot. De man grossiert inmiddels in goed bedoelde bijnamen. Je kunt er wel een T-shirt mee bedrukken…

Vrijdag 7 juni
Ook nu weer een prima ontbijt. We vertrekken om ongeveer negen uur. Ook vandaag krijgen we in de ochtend weer wat regen. Maar dat valt gelukkig mee. In de loop van de dag rijden we door een klein stadje. Het is er behoorlijk druk. We rijden nog geen vijftig. Een of andere Lombroso gaat het allemaal niet snel genoeg of zo en besluit gewoon te keren! Iedereen in de remmen, ik denk nog ‘Hé, ik hoor mijn achterband gieren’, maar nee het is Jan zijn achterband. Jan komt slippend tot stilstand in de berm, zet zijn voeten aan de grond, maar die is oneffen, dus valt hij om. Jan mankeert gelukkig niets en ook zijn Harley ziet er nog steeds uit als een zonnetje. We kunnen dus gewoon weer verder. Maar wel even schrikken.

We komen in Stralsund en gaan tanken. Dat gaat niet helemaal volgens het boekje, want we steken op een vierbaansweg over naar de andere kant, terwijl dat oorspronkelijk niet zo is bedoeld door de verkeersplanoloog. Ook als we weer weggaan kiezen we bewust om opnieuw op die manier de weg op te stuiteren. Volgens Google Maps zou je anders behoorlijk moeten omrijden. Soms is buiten de lijntjes kleuren véél fijner.

Vanaf Stralsund rijden we het schiereiland Rügen op via de brug. Aan weerszijden van die brug zitten platen van plexiglas waardoor je jezelf ziet rijden als je opzij kijkt. Dat weet ik, omdat ik een paar jaar eerder over die brug kwam met Lineke in de Groene Nachtegaal. Ik maak Peter erop attent. Lachen. Die avond in het hotel zegt hij: “Toen we die brug bij Stralsund opreden zie ik opeens een hele stoere gozer naast me rijden. Ik kijk opzij en zie mezelf!!!”

Om ongeveer drie uur ’s middags komen we aan bij ons hotel, Strandhotel Lobbe in Middelhagen. Het ligt vlakbij zee en heeft mooie terrassen. Als we de kamers hebben volgestouwd met onze spullen, zetten we de motoren in de garage en ploffen neer op een van de terrassen. Die avond eten we in het hotel. De kaart ziet er goed uit, veel visgerechten.
Helaas voelt Walter zich niet goed. Hij is rillerig en is al een paar keer naar de witte scooter gehold. Hij laat het eten staan en gaat naar bed. Hilmar gaat in de loop van de avond nog even kijken. Walter slaapt. Hopelijk gaat het morgen weer wat beter.

Zaterdag 8 juni
Walter voelt zich gelukkig al wel weer wat beter, maar ziet het niet zitten om op de motor weg te gaan. De afstand tot de toiletpot wordt dan te groot… Wij gaan een rondje maken op Rügen, Walter vele rondjes op de witte scooter…
Het weer is prachtig. Onderweg naar Cap Arcona breekt Hilmars gaskabel. Jaloers kijk ik toe hoe Don Bob met meer dan ambtelijke precisie de kabel vervangt. Ja, de nestor zou een goeie collega zijn geweest…

We raken elkaar af en toe kwijt door stoplichten of rotondes. Het is behoorlijk druk op de weg. Peter zal mij een keertje op een rotonde buitenom inhalen met vonkende treeplank… Wat heel bijzonder is dat alle bomen langs de doorgaande wegen op Rügen een eigen nummer hebben. In de oksel van de eerste tak zit een klein groen bordje van, zeg vier bij vier cm, waarop een nummer staat. Aan de ene kant van de weg de oneven bomen, aan de andere kant de even bomen. Ordnung muss sein, want voor dat je het weet wordt het een rommeltje… Ja, het heeft wel wat… Het heeft te maken met de sores die ze kunnen veroorzaken in het verkeer, ofwel de plicht tot beveiliging van het verkeer, zoals dat dan weer zo mooi heet.

Bij Cap Arcona is het de bedoeling om je motor/auto ver voor het dorp op een grote parkeerplaats neer te zetten en dan lopend of met een elektrisch treintje naar de vuurtorens te gaan. Dit, omdat er na de grote parkeerplaats geen parkeerplaatsen zijn. Nou, wij willen graag zelf even zien of dat klopt. Dus rijden we langzaam verder, wat op zich ook best mag. Rijden mag wel, parkeren niet. We rijden het dorpje uit richting Cap Arcona. Wel voelen we ons steeds ongemakkelijker, want wij rijden, de rest loopt. We komen uiteindelijk bij de vuurtorens uit die zijn gebouwd in 1826/1827 en 1901/1902 en zetten de motoren onder de bomen neer, bij fietsen. We kijken wat rond en drinken koffie op een terras.


We gaan weer verder en rijden nu naar Prora, een gigantisch badhotel van 4,5 km lengte, dat vanaf 1936 werd gebouwd in opdracht van Adolf Hitler. In het badhotel van Kraft durch Freude moesten twintigduizend vakantiegangers uit de arbeidersklasse zich kunnen ontspannen. Hitler ging ervan uit dat arbeiders die zich goed konden ontspannen ook sterke zenuwen kweekten. Hij meende dat alleen een volk dat zijn zenuwen beheerst in staat is tot grote prestaties. De militaire leiders destijds dachten ook pragmatisch met het idee het complex tijdens een eventuele oorlog ook als hospitaal te laten dienen. Het complex zou in de zomer van 1940 in gebruik worden genomen. Toen in september 1939 de Tweede Wereldoorlog uitbrak, legde men de bouw stil. Acht hotelblokken, het theater en de kade waren op dat moment in ruwbouw klaar. De feestzaal en de golfslagbaden zijn nooit gebouwd. Prora is ook nooit gebruikt voor het doel, waarvoor het werd ontworpen. Het behoort daarom tot de zogeheten ‘Grote nutteloze werken’.
Vandaag de dag is men bezig om delen van de gebouwen om te vormen tot ateliers, particuliere musea, een jeugdherberg, horecagelegenheden, appartementen en hotels.


Nadat we er hebben rondgelopen gaan we weer rijden, terug naar het hotel. We zijn mooi op tijd terug. Met Walter gaat het gelukkig weer stukken beter. Hij heeft veel geslapen.

Peter drinkt een schwarzbier van het merk Köstritzer. Willem vraagt hoe het smaakt en of-ie het even mag proeven. Dat mag. Onze Wimmie doopt zijn wijsvinger in het bier en doet die vervolgens in zijn mond. Peter verbaasd: “Ik had liever gehad dat je een slokje had genomen Wimmie! Want waar heeft die vinger van jou al wel niet overal aan gezeten vandaag? Melochem!” Het bier is nog zwarter geworden, iets waarvan we dachten dat dat niet zou kunnen. De mooie schuimkraag is verdwenen als sneeuw voor de zon. Ik: “Nou Peter, die kun je beter bij het chemisch afval neerzetten. Komt zo’n mannetje in een wit pak met een grote tang hem ophalen.”

Ook nu eten we weer in het hotel. Ik kies een ander visje. Zo fijn. Het eten is goed, maar de bediening laat wat te wensen over. Dat komt waarschijnlijk omdat er te weinig personeel is om het goed te kunnen doen. Hilmar krijgt bijvoorbeeld zijn toetje niet en wil het ook niet meer. Gelijk heeft-ie. De bediening is er flauw van.

Zondag 9 juni
Na het ontbijt gaan we naar het Oldtimer museum Rügen. Het ligt naast Prora en is een leuk ritje. Er is een grote parkeerplaats bij, waar we de motoren neerzetten. Ernaast ligt een bos. Aan de rand van het bos staat een bord. Ik heb er een foto van gemaakt, anders geloven jullie me niet.


Ik stuur het die avond met als onderschrift ‘Rare mensen die Duitsers’ door naar Jeroen, die met Jacco op weg is naar de SR, ja zij wel. Krijg ik als reactie: ‘Niet een dennenboom anaal inbrengen?’

Het museum heeft allerlei voertuigen uit oost en west. Enorme locomotieven uit Rusland met manshoge wielen, brandweerauto’s en auto’s, waaronder deze… Goed kijken naar het merk…

Al met al de moeite waard. We rijden weer verder, richting Sellin. Het is een drukke weg, met een gescheiden rijwielpad en dus ook fietsers, behoorlijk wat. Opeens zie ik naast het fietspad in het gras een vrouw op haar hurken zitten, de broek op de hakken, het gezicht naar de straat. Naast haar staat haar man met een wc-rol in de hand. Het is alsof we in opnames van een nieuwe serie van Monty Python verzeild zijn geraakt. Nee, ik heb er geen foto van, maar minstens vier van ons hebben het gezien.

In Sellin zetten we de motoren vlakbij de pier neer. Een prachtig uitzicht op de pier. We eten wat op een terras van een hotel. Onze motoren zijn nogal populair, want voetgangers staan er veel bij stil. Foto’s worden gemaakt. Veel van de Rode Nachtegaal. Geheel terecht, want haar uitstraling is erg rock & roll…

We gaan weer verder. Peter heeft niet door dat het een eenrichtingsstraat is van honderden meters, maar het komt goed. Peter wil proberen het laatste stukkie een andere weg te nemen. Een soort van B-weggetje zeg maar. Nou dat hebben we geweten. We komen terecht op een DDR-weg van niersteen vergruizende kasseien. Je trilt echt van de weg af. We gaan terug en even later probeert Peter het opnieuw. Deze weg loopt uiteindelijk dood, maar op het eindpunt, Klein Zicker, verkopen ze wel ijs.

We zijn weer op tijd terug bij het hotel. Ook die avond eten we er weer. De bediening doet wel zijn best, maar vlekkeloos is het niet. Het eten daarentegen is goed.

Maandag 10 juni
Na het ontbijt pakken we de motoren weer op. Om ongeveer halftien vertrekken we in de regen, de regenpakken aan. We worden uitgezwaaid door onder andere de eigenaar. De rit om van het eiland af te komen, ongeveer 55 km, gaat beduidend sneller dan de heenreis. In no-time zijn we eraf en inmiddels is het ook al droog geworden.

We rijden veel op de snelweg om kilometers te maken. We willen namelijk in twee dagen terug. Ja, dat wordt buffelen, want sommigen van ons moeten zich woensdag weer het snot voor de ogen werken en de baas zijn centen zijn nu eenmaal niet van blik!

Tijdens een tankpauze, toch altijd weer een hele gebeurtenis, staat onze Wimmie, terwijl de meesten van ons zitten. Als Wimmie wordt gevraagd om ook te gaan zitten zegt hij: “Nee, ik blijf liever staan, want ik heb last van een puist op mijn linker kakwang.” Nou, dat vraagt natuurlijk om commentaar. Bob biedt aan om die even heel fijn los te snijden met zijn mes. Willem ziet er beleefd vanaf. Weer iemand bedenkt een beter passende naam: monsterrrkarbonkel.

Uiteindelijk komen we in Dehnsen terecht in Hotel Eichenkrug. Een gezellig hotel met genoeg plaats om de motoren netjes weg te kunnen zetten. Onderweg heeft de nestor wat gemopperd over een geluidje uit zijn Harley wat er niet in thuis hoort. Er wordt wat gekeken, de motor wordt op blokken gezet. Het lijkt op iets naars van een kapot lager in de buurt van de koppeling. Maar ja, dat vervang je niet zo een-twee-drie dus wordt besloten om maar gewoon door te rijden en te zien hoe het gaat. Wat betreft de snelheid moet dat zat kunnen, want op de snelweg komen we nauwelijks boven de 160…

Die avond eten we weer prima, ondanks het feit dat de monsterrrkarbonkel van onze Wimmie veelvuldig onderwerp van gesprek is.

Dinsdag 10 juni
Ook nu regent het weer. Dus na het ontbijt de motoren opgepakt en de regenpakken weer aan. De eigenaresse maakt nog een mooie groepsfoto en zij en haar man zwaaien ons uit.


Ook vandaag regent het niet heel erg lang. Peter probeert Bremen te ontwijken, maar dat lukt niet goed, want Google Maps verandert de route uit zichzelf. We komen terecht op zandwegen. Gelukkig komt Peter er bijtijds achter, want voor hetzelfde geld sta je ’s avonds aan de poorten van Chernobyl te rammelen…

De reis gaat verder prima. We nemen al snel afscheid van Hilmar en Walter die westwaarts gaan, daar waar volgens een minister soms een aardbevinkje is…
Bob zijn Harley gaat niet stuk en we zijn om ongeveer halfvijf weer in Zwolle. Kortom, een mooie reis en de Rode Nachtegaal was in topvorm!

P.s: als je ooit naar Rügen gaat, ga dan voordat je het schiereiland opgaat eerst even naar Insel Koos. Veel romantischer wordt het niet…

Dit bericht is geplaatst in Super Rally (19). Bookmark de permalink.