Niet met z’n tweeën!!! Niet met z’n tweeën!!!

Starring: Bob, Dorus, Harry, Jan, Koos, Martin, Peter & Petra, Walter en Willem.
Tourcaptain: Harry en Peter
Vertrek: donderdag 17 mei 2018 om ongeveer 10.00 uur vanaf Jan sr en Loek in Olst.
Terug in Zwolle: dinsdag 22 mei 2018 om ongeveer 16.00 uur.
Afstand: vanaf Zwolle 1.145 km.

Inleiding:
– De SR is dit jaar in Polen. We besluiten om niet te gaan. We gaan weer naar het Sauerland, Assinghausen om precies te zijn. Harry heeft daar het huis gehuurd waar we in 2017 ook zaten.
– Jan rijdt mee in de auto van Dorus. Ze hebben allebei last van de rug, vandaar.

Donderdag 17 mei
Martin haalt mij op om ongeveer 8.15 uur. We rijden naar Bob. Petra & Peter hebben laten weten een ietsje later bij Don Bob te komen. Hun buurman is namelijk even weg en hij is degene die aan hun deurknop moet draaien om op die manier te controleren of het geavanceerde alarmsysteem van Petra & Peter wel werkt. Op dat moment komt, als het goed is, de deurknop onder 380 Volts te staan…

Iets na negenen zijn we bij Loek & Jan. Dorus en Harry zijn er al. Even later komt Willem. Dit keer direct bij het goede huis. Willem is namelijk een bekende verschijning geworden bij de Olstenaren die aan dezelfde kant van de straat wonen als Loek & Jan, omdat hij zich wel es vergist in het huisnummer. Maar gelukkig ziet-ie het trosje Harleys dat lekker chaotisch op de oprit staat niet over het hoofd.
Ook Emmie komt even later om te controleren of Willem goed is aangekomen…

Loek & Jan hebben koffie met cake. Al gauw gaat het over het roemruchte suikerpotje van Loek & Jan. Dat staat niet op tafel, maar Petra heeft een iets ander soort suikerpotje meegenomen en stiekem op tafel gezet. Loek & Jan snappen natuurlijk niet waar dat suikerpotje vandaan komt. Een hoop commentaar is het gevolg. Zeldzaam, en de dag is nog maar amper begonnen.

Om iets na tienen vertrekken we. Harry rijdt voorop en via de wat kleinere wegen komen we via Deventer, Lochem, Groenlo en Winterswijk uiteindelijk in Duitsland. Daar pakken we de wat grotere wegen totdat we in het Sauerland komen. In de ochtend is het eerst wat bewolkt en fris, maar dat verandert al gauw in prachtig weer. Harry heeft een mooie route uitgestippeld. We tanken zoals altijd om de 100 km. Dat zijn toch altijd weer hele happenings.

Aan het einde van de middag rijden we Assinghausen binnen. We zijn er nog maar net als ook Walther arriveert. Hij is om ongeveer 13.00 uur vanuit Groningen vertrokken en heeft de snelweg gepakt.
De Nederlandse eigenaar van de woning is er nog. Die heeft op ons gewacht. Hij laat ons het huis even zien en vertelt dat er lekkage is geweest door een in de winter gesprongen waterleiding. Aan het huis is niet zoveel veranderd, behalve dan de badkamer die nogal te lijden heeft gehad van de lekkage. Maar er zijn nog twee badkamers, dus dat zal het probleem niet zijn. In de koelkast staat, net als vorig jaar, weer een kratje bier. Nee, een cursus klantenbinding hoeft de eigenaar niet meer te volgen.

We zoeken allemaal weer een slaapkamer uit. Dorus en nog een paar doen wat inkopen. We eten in het restaurant, een ietsje verderop in de straat. Jan begint enthousiast een verhaal te vertellen. Hij heeft zich bij het conservatorium ingeschreven voor blokfluitles. Hij krijgt al geruime tijd les, heeft studiefinanciering, voelt zich als een vis in het water en maakt goede vorderingen. Jan weidt uit over begrippen als timbre, mondvastheid, het opwarmen van de blokfluit en wat al niet meer. Hij heeft er een ebbenhouten opbergdoos bij, die bekleedt is met fluweel. Jan sluit af door te vertellen dat hij vooral blij is om zijn eerste opnameresultaten aan ons te kunnen laten horen. Via de telefoon laat hij met gepaste trots zijn eerste recital horen…
Nou, om het héél voorzichtig uit te drukken: enige oefening is nog wel nodig… Nooit geweten dat een stuk hout zo vals kan klinken. De recital duurt 40 seconden. Je zou zeggen, dat valt te overzien, maar niets is minder waar. Honden slaan aan, bomen laten spontaan hun blad vallen, gaten vallen in het asfalt. Nee, leuk is anders. Als het is afgelopen verwacht Jan waarschijnlijk een applaus, maar dat zit er nog niet in. Nog niet… Het commentaar is niet van de lucht.

Nadat we bijgekomen zijn besluiten we om een huishoudpot te maken. Dat heeft nogal wat voeten in aarde, want niemand wil dat op zich nemen. Bijna iedereen vindt dat ik dat moet doen vanwege mijn beroep, of Dorus of Jan want die zitten toch alleen maar in de auto te koekeloeren. Maar wij willen niet. Uiteindelijk offert Walther zich op. Een goede keus, vinden wij.

Vrijdag 18 mei
Na een voortreffelijk ontbijt, verzorgd door de nestor en Martin, rijden we naar het Oldtimer Curioseum in Willingen. Peter en ik hebben dit jaar gezocht naar culturele uitstapjes voor de liefhebbers onder ons van de schone kunsten. We vonden het museum na enig zoeken op internet. Het is ongeveer 20 km bij ons huis vandaan, dus dat is te doen… Zijn we nog lekker frisch und sympatisch om alles goed te kunnen bekijken.

Het is een groot gebouw. Er staan behoorlijk wat motoren van bezoekers. Buiten staat een originele U-boot. We slenteren naar de U-boot en bekloppen het ding, zoals een aspirant koper van een auto tegen de banden aanschopt. Het lijkt me niet wat om daar langer dan een paar uur in te moeten zitten. Maar wel bijzonder om es te zien.
We lopen naar binnen en krijgen zowaar groepskorting. Binnen is van alles te zien. Je kunt het zo gek niet bedenken, zolang het maar een verzameling is. Van sigarettenpakjes,



lucifersdoosjes, radio-cassetterecorders, oude computers, autootjes, auto’s, brommers, sleeën, theepotten die aan het plafond hangen, enz. Je vraagt je af hoe zoiets ooit is begonnen, maar eigenlijk wil ik dat ook helemaal niet weten. Hoe dan ook, leuk is het wel.
Wat ook ergens staat: een weegschaal… En laat onze Wimmie nou gisteravond met veel bravoure hebben verkondigd dat-ie 106 kg weegt. Die opmerking bracht natuurlijk een hoop geraas teweeg. Nou, maar dat kunnen we nu meteen even checken. Willem stapt op de weegschaal en uit het apparaat schreeuwt een angstig hoog stemmetje: “Niet met z’n tweeën!!! Niet met z’n tweeën!!!”
Het wordt een gevleugelde uitdrukking die, net als de recital van Jan, te pas en te onpas uit de kast zal worden gehaald.

We rijden weer verder en komen op een slingerende weg. Bochten staan met het bekende bord aangekondigd, maar soms is er zo’n bord met daaronder de tekst Unfallskurbe. Nou dan kun je maar beter vol in de remmen, want dan komt er een hele fijne!
We komen bij een stuwdam, een hele oude. We lopen naar de dam en kijken naar beneden. Daar staat een huis. In de tuin staat iemand gif te spuiten. Nou, daar hebben wij als milieufreaks wel een mening over… en vooral oplossingen…
We vragen ons af in hoeverre er ook stroom wordt opgewekt. Daar ziet het namelijk niet naar uit. Beneden kabbelt maar een beetje water. Volgens Don Bob krijg je daar nog geen fietslampje mee aan de praat. Ook dat is duidelijke taal.

Tijdens een tankstop hebben we het over muziek. Het komt op ‘Het tuinpad van mijn vader’ van Wim Sonneveld. We zijn het er over eens dat het een meesterwerk is. Peter vertelt dat hij een keertje met die melodie in zijn hoofd zat, zonder de goede tekst te weten. Omdat de melodie maar bleef rondzingen, bedacht hij als vanzelf een alternatieve tekst. Peter zingt een stukkie:
“Dit dorp, ik weet nog hoe het was,
een NSB-er voor de klas.”
Allemaal lachen natuurlijk. We rijden weer verder en wat denk je? Ja hoor, ik zit voor de rest van de rit met die foute tekst in mijn hoofd. En bedankt!

Als we terug zijn bij ons huis, gaan we nog even aan de straat zitten op twee bankjes. Er komen veel motoren en bijzondere auto’s langs. We zitten blijkbaar aan een toeristische route. Veel getoeter en gezwaai.

Die avond gaan we met twee taxies naar een dorpje iets verderop. Restaurant Zur Post, een tip van de eigenaar van het huis. We hebben het nog even, heel even maar hoor… over Jan zijn  blokfluitaspiraties. Opbouwend zou ik het geleverde commentaar niet direct durven te noemen. Als Jan zijn telefoon een geluidje maakt is het meteen van: “Jan dat is je manager, die wil nog even een datum vastleggen voor nóg een concert!”

Na het eten gaan we weer terug naar ons huis met de taxies. Daar zitten we nog wat in de woonkamer en al gauw gaat het weer over Jan zijn blokfluitlessen, concerten, enz.

Zaterdag 19 mei
Na het prima ontbijt, opnieuw verzorgd door Don Bob en Martin gaan we eerst es even voor het huis aan de straat op de bankjes zitten. Een paar van ons doen boodschappen voor de omvangrijke barbecue die we die middag zullen hebben. Nou is barbecueën niet mijn meest favoriete tijdsbesteding, maar als leek krijg ik de indruk dat het serieus wordt aangepakt.

Terwijl we op het bankje de tijd doden, komt er weer van alles langs rijden. Het is een prima plek. Als het bbq-inkoopteam terug is rijden we naar Berleburg. Peter rijdt weer voorop. We nemen de weggetjes binnendoor. Bij het kasteel van Berleburg drinken we wat op het terras. Daarna rijden we weer wat door de omgeving en komen in de loop van de middag weer bij ons huis.

Het bbq-team begint met de voorbereidingen. Serieuze voorbereidingen. Er staat zo’n ding in huis, inclusief gasflessen en de bijbehorende mikmak. Met grote zorgvuldigheid en ernstige gezichten gaat het bbq-team aan de slag. Voor mij hebben ze een fijn visje geregeld. Nee, het is allemaal picobello voor mekaar.
Ook wordt de vuurkorf aangemaakt. Alleen niet zo handig om die bij de deur te zetten die af en toe open gaat en soms ook open blijft. Het hele huis staat in no time vol rook. Gelukkig zitten er geen brandmelders in de woning, want die hadden zich kapot gegild.

Op een gegeven moment vertelt Petra over een soort spierkramp in de benen die ze soms krijgt als ze slaapt. Ze weet inmiddels dat het stress gerelateerd is en wat vaker voorkomt bij vrouwen boven een bepaalde leeftijd, in combinatie met roken en iets te weinig bewegen. Peter: “Eigenlijk weet je dus al de remedie.” Harry: “Ja, om laten bouwen.” Foei wat lachen.

Zondag 20 mei
Na opnieuw een copieus ontbijt van Bob en Martin rijden we naar de Edersee. Het is eerste Pinksterdag en prachtig mooi weer. Kennelijk zijn er meer motorrijders op het idee gekomen om een stukkie te gaan toeren. Het is allemachtig druk bij de Edersee. In de buurt van de dam is geen parkeerplekje meer is te vinden. Ook langs de weg staat alles propvol. Het is er zo druk dat de meesten van ons de dam hebben gemist. Nou, de geallieerden misten in mei 1943 de dam niet met hun stuiterbommen. Een vloedgolf met golven tot 8 meter spoelde toen door de vallei tot 30 km stroomafwaarts.

Een paar kilometer verderop is een bikercafe waar wel plek is. Onder de nodige belangstelling parkeren we de motoren en gaan op het terras zitten. Als een jongedame onze bestelling opneemt vraag ik om een glas melk. Dat heeft ze niet. Ik doe er een tandje bij en vraag om tomatensap. Ook dat heeft ze niet. Ze vertelt dat ze ’s avonds melk drinkt voor het slapen gaan en tomatensap als ze in het vliegtuig zit. Ze lacht erbij en zegt vervolgens dat ze er al zes jaar werkt, maar dat haar nog nooit om melk of tomatensap is gevraagd. Waarop een van ons zegt: “Und jetzt hasst du Einer am Tisch sitzen der Milch oder Tomatensapf will.” Ja, ik ben me d’r eentje.
Bij het afrekenen kijkt ze me schalks aan en wenst me succes met mijn tomatensap. Ik vraag haar of ze weet waarom er uitgerekend in een vliegtuig tomatensap te krijgen is. En verdraaid, ze weet het.

We rijden weer verder en komen een paar keer op wegen terecht die uiteindelijk doodlopen. Ook staat er een keer een vrouw met een paard op de weg. Ze gebaart naar ons dat we niet verder mogen rijden en terug moeten gaan. Op zich snap ik het wel, maar toch, ik wil het even zeggen: een makreel met een paard…

Als we weer bij ons huis zijn, gaan we weer op de bankjes langs de straat zitten en herhalen we de rituelen weer, waaronder een uitvoerige bespreking van Jan zijn blokfluitlessen. Die avond eten en razen we weer in hotel Zur Post. Daarna weer met de taxies naar huis en daar nog even Jan zijn vorderingen op de blokfluit bespreken én beluisteren! Want inmiddels hebben we allemaal de recital van Jan op onze mobilofoons. We proberen om het in canon af te spelen. Nee, dan heb je wat!

Maandag 21 mei
Na het fijne ontbijt van Bob en Martin rijden we naar het dichtstbijzijnde pompstation om te tanken. Daar komt Peter erachter dat de ertsmijn dicht is op maandag. We hadden daar naar toe gewild en dan met een treintje diep de ertsmijn in. Willem vindt het allang prima dat de mijn dicht is. Hij vond het toch al niet zo’n geslaagd idee. Zoals hijzelf zei: “Ik kan nog lang genoeg onder de grond liggen.”

Bij het pompstation hangt een poster op een ruit over een autocross die er vandaag is. Het is vlakbij. Besloten wordt om daar naar toe te gaan.
Van afstand valt het al te herkennen door de grote stofwolken. We betalen wat toegang aan een mevrouw die onze komst prachtig vindt en zetten de motoren in het weiland. Het is er redelijk druk, maar vooral stoffig. De auto’s scheuren hun rondjes en de geachte clientèle staat bratwursten naar binnen te werken en niet te vergeten halve liters bier. We lopen wat rond en kijken wat wedstrijden. Het is er gezellig en ik zie een nieuwe carrière voor mijn eigen Golf 1 diesel met vertrouwen tegemoet. Er doen namelijk nogal wat oude Golfjes mee. Anderen hebben zo hun bedenkingen. Volgens hen moet er eerst nog even een benzinemotor in gemeubeld worden. Dat vind ik wat overdreven.

Aan het begin van de middag rijden we weer verder. Peter kiest een mooie route en in de loop van de middag zijn we weer in ons huis. We hebben besloten om van de restanten van onze barbecue-avond een maaltijd te maken. Petra & Peter maken er iets heel moois van. Even vragen we ons af of er wel genoeg te eten is. Er ontstaat een levendige discussie die abrupt eindigt als Peter zegt: “Nou, dan eten we Willem gewoon op.” Bijna iedereen vindt dat een smakelijke oplossing. Gelukkig voor Willem is er voldoende eten.

Na het eten gaan we nog even naar de biergarten. Al gauw gaat het weer over de blokfluitles van Jan. Nee, dat houdt niet op.

Dinsdag 22 mei
Na het ontbijt ruimen we alles op en zorgen we er voor dat het huis weer een beetje netjes is. We rijden bijtijds weg. Harry rijdt voorop. Het is mooi weer. We zien onderweg dat het hier en daar heeft geregend. Wij houden het nagenoeg droog. In Münster rijdt Peter bij een kruising de baan op voor tegemoetkomend verkeer. Willem die achter Peter rijdt, corrigeert zichzelf bijtijds en het lukt Peter om op tijd te keren.

We gaan weer es tanken. Harry weet een mooi groot pompstation te vinden met van alles en nog wat erbij. We eten er wat. Als Harry op een gegeven moment weer naar binnen gaat vraagt Dorus aan hem of hij voor hem even een blikje bier wil kopen. Harry: “Is goed. Heb je nog voorkeur voor een bepaald merk?” Dorus: “Ja, er mag geen alkoholfrei op staan…”  Als we verder gaan rijden neemt Walther afscheid. Hij rijdt de voor hem logische route naar het noorden. Wij rijden verder richting Hengelola, naar Oude Monnink. De Harley van de nestor heeft een naar rammeltje in de voorvering als ie over een klinkerweg dendert. In de loop van de middag komen we aan. Hij laat er zijn motor achter en rijdt het laatste stukje mee in de auto van Dorus. We rijden verder naar huis en komen zonder problemen thuis. Geen van ons heeft echte pech gehad.

Een ding staat vast: niemand van ons heeft het in zijn hele leven zo vaak en zo lang over blokfluitles gehad als in de afgelopen zes dagen.

 

Dit bericht is geplaatst in Super Rally (18). Bookmark de permalink.