Het naderende einde van mijn a-mobiele bestaan

HET NADERENDE EINDE VAN MIJN A-MOBIELE BESTAAN

In januari 1989 werd de Rode Nachtegaal goedgekeurd door de RDW te Zwolle. Vervolgens meldde ik mij aan als lid bij Big V Twins en… bij de Wegenwacht. Dat laatste getuigde weliswaar niet van een groot vertrouwen in de Rode Nachtegaal, maar ja, stel dat ik op de snelweg pech kreeg, dan was het natuurlijk wel handig om bij een praatpaal hulp van de Wegenwacht te vragen.

Inmiddels is het 2017, ben ik platina-lid van de ANWB, en ben ik altijd nog zonder hulp van de Wegenwacht thuis gekomen. De meeste ritjes die ik alleen rij gaan vaak over allerlei binnenwegen en dan is er altijd wel een boerderij in de buurt, waar ik zou kunnen bellen naar de Wegenwacht. Sterker, als de gemiddelde boer net zo handig en belezen is als onze huisfilosoof Hartger, dan wordt de pech niet alleen gemaakt, maar ook gereviseerd. Heb je daarna een nog mooier verhaal, inclusief de nodige filosofische beschouwingen.

Doordat er praatpalen langs de snelweg staan, heb ik dus geen mobilofoon nodig. Een andere reden om er eentje aan te schaffen kan ik niet bedenken. Vanaf midden jaren negentig beginnen echter steeds meer mensen daar anders over te denken. Wie heeft, ongewild, het volgende héél erg interessante gesprek niet opgevangen.
“Ja hallo, met mij, ik sta bij de benzinepomp. Waar ben jij?
(…)
Wat moest ik ook al weer kopen? Paprikachips of glutenvrije chips?”

Ja, het belverkeer werd verrijkt met gesprekken waar we kennelijk absoluut niet zonder konden. Ik hoorde mensen ook steeds vaker zeggen dat ze altijd bereikbaar móésten zijn. Ik snapte daar helemaal niets van, want de mensen die dat zeiden waren geen traumachirurgen, die elk moment opgeroepen konden worden.

Het kwam zelfs zover dat Toos & Henk een stripje over mij maakten.

Ik begon mensen te vertellen dat ik zat te wachten op een oproep van Madame Tussauds. Waarop men uiteraard vroeg: “Hoezo dan?” Ik: “Nou, dat ze een wassen beeld van me maken met daaronder een bordje met daarop ‘Laatste A-mobiele Nederlander’.” Ook vroeg ik ze dan op welke afdeling ik zou komen te staan. Nou, maar daar wisten ze wel raad mee. Er zaten nogal wat afdelingen bij die ik nog nooit heb kunnen vinden bij Madame Tussauds…

Maar goed, het grootse en meeslepende leven dat ik intussen leidde ging gewoon verder. Jaar in, jaar uit, bijna tot vervelens toe… Totdat ik een poosje geleden een rampzalig bericht las. Ergens weggemoffeld, alsof het er niet toe deed. Ik las, met stijgende verbazing, dat de praatpalen langs alle snelwegen in heel Nederland worden weggehaald. Omdat iedereen tegenwoordig een mobilofoon heeft.
Persoonlijk vind ik het wel wat kort door de bocht. Niet iedereen heeft immers een mobilofoon. Ik namelijk niet.
Nog zoiets, ze worden meteen overal weggehaald. Niet eerst in een stukje van Nederland, bij wijze van proef of zo. Nee hoor, gelijk heel Nederland.

Het artikeltje zette me aan het nadenken. Het komt er op neer dat ik, in geval van sores op de snelweg, de Rode Nachtegaal in de steek moet laten en ook nog es behoorlijk aan de wandel kom. Dat gaat dus niet gebeuren. Om een lang verhaal kort te maken: ik ga een mobilofoon aanschaffen. Die uit de film ‘Pulp Fiction’ (1994…) lijkt me wel wat. Ik bedoel die scène waarin Vincent Vega in zijn auto rijdt, met Lance gaat bellen en dan eerst de antenne er met zijn tanden uittrekt…

Dit bericht is geplaatst in Varia (4). Bookmark de permalink.