Wat niet weerkaatst bestaat niet

WAT NIET WEERKAATST, BESTAAT NIET

Starring: Bert, Bob, Harry, Koos, Martin, Peter & Petra, Simon, Walter en Willem.
Tourcaptain: Peter.
Vertrek: donderdag 12 mei 2016 om ongeveer 9.00 uur vanaf de nestor.
Terug in Zwolle: dinsdag 17 mei 2016 om ongeveer 17.30 uur.
Afstand: vanaf Zwolle 1.077 km.

Wat eraan vooraf ging:
Door de gezondheidstoestand van Jan jr. vragen we ons af in hoeverre we de rit moeten laten doorgaan. Jan jr. laat er bij de bezoeken aan hem echter geen twijfel over bestaan: we moeten gewoon op stap gaan en er weer wat moois van maken. Ook Jan sr. & Loek zijn dat van mening. We besluiten om te gaan, maar dat het een hele andere reis zal worden is duidelijk.

Inleiding:
– De SR is dit jaar in Spanje en dat is voor ons niet haalbaar.
– Een poosje geleden hebben we besloten om richting Bonn te gaan, dan wat naar het zuiden, dan naar Vianden en dan weer richting Zwolle. Peter, die als een Peter Timofeeff het weer nauwlettend in de gaten heeft gehouden, ziet echter dat het in die regio zal gaan regenen in Bijbelse proporties. Hij besluit om naar Noord-Duitsland te gaan. Daar lijkt het weer stukken beter te worden.
– Walter zal vrijdag bij ons aansluiten.
– Simon zit nog met een hele fraaie jetlag, opgelopen door een reis vanaf Bonaire. Hij ziet het niet zo zitten om mee te gaan, ook omdat er veel werk ligt te wachten.
– Met Hilmar heb ik een week voor vertrek contact. Het gesprek met de nuchtere Groninger gaat ongeveer als volgt:
(…)
Hilmar: “Ik heb ook nog een probleempje.”
Ik: “Oh, wat dan?”
Hilmar: “Ik heb nog geen aardappel in de grond.”
Ik: “Oh, ik begrijp dat het de bedoeling is dat er meer dan één aardappel in de grond moet.”
Hilmar: “Ja.”
Ik: “Hoeveel dan?”
Hilmar: “Ongeveer vijftig hectare.”
Ik: “Ja, dan heb jij inderdaad een probleempje. Als je dat moet laten doen door een ander terwijl jij op de motor zit, worden dat dure aardappels. Als je het zelf doet kost het niks.”
Hilmar: “Ja dat klopt, maar de aardappels worden dit jaar sowieso duurder.”
(…)
De laatste zin laat trouwens zien dat er met Hilmars handelsgeest niets mis is.
Een paar dagen later bericht Hilmar per mail dat hij afziet van de rit. Voor degenen onder ons die niet weten hoe groot 50 hectaren zijn: dat zijn ongeveer 75 voetbalvelden.

Donderdag 12 mei
We verzamelen om negen uur bij de nestor en rijden, uitgezwaaid door Janny naar Tivoli in Raalte. In Raalte komen Bert, Harry en Willem er bij. Na een kop koffie op het terras van het hotel vertrekken we en worden uitgezwaaid door Dorus die speciaal voor ons naar Raalte is gekomen.

Via Ommen en Hardenberg rijden we naar Ter Apel en gaan daar de grens over. We komen uiteindelijk via Cloppenburg terecht in Vechta in een hotel naast de universiteit. Een ritje van 250 km. Het is prachtig weer en we hebben geen pech gehad. We eten in het centrum op een terras bij een Italiaan. Het is een leuk stadje, waar nogal wat dure auto’s rondjes rijden in het centrum. De verhalen komen weer op gang en te pas en te onpas wordt het liedje The Love Boat ingezet!

The Love Boat soon will be making another run
The Love Boat promises something for everyone
Set a course for adventure
Your mind on a new romance

Vrijdag 13 mei
Om een uur of tien uur ’s ochtends pakken we de motoren uit de garage. Bert z’n accu is leeg en lijkt kapot te zijn. Dat is volstrekt logisch, want hij heeft er al 300 km mee gereden… Door schade en schande wijs geworden heeft Bert een reserve accu bij zich. Terwijl hij die inbouwt genieten wij van het zonnetje. Er komen twee studentes voorbij lopen die op weg zijn naar de universiteit. Ik zeg: “Die gaan weer scoren op ‘die Uni’.” Martin kijkt ze na en zegt: “Ja, maar niet in rekenen!”

Peter heeft telefonisch contact gehad met Walter. Hij zal zich vandaag bij ons voegen. Ze spreken een punt af. We rijden richting Bremen en komen Walter onderweg tegen. Nadat we elkaar hebben begroet rijden we verder naar Bremen, naar het Schuppen Eins museum. Er zijn allemaal winkeltjes met daarbij een museum met auto’s en motoren. Er staat uiteraard weer allerlei fraais. We nemen de tijd, eten er nog wat en rijden dan weer verder.

Scooter met kanon

Scooter met kanon

Ergens in het buitengebied staan op een parkeerplaats twee dubieuze caravans met daarbij een nestje caravannimfen, gekleed in, aldus Peter, niemendalletjes.
Tegen vieren gaan we op zoek naar een hotel. Daarvoor hebben we Harry, die een eet- en slaapcomputer bij zich heeft. Harry toetst wat knoppen in en gaat voorop rijden. We komen terecht op gammele landweggetjes met knipgaten zo groot als skippyballen. Bert stuitert er dusdanig doorheen dat hij een zadeltas verliest. Dat is een hele prestatie als je weet hoe vast die tas zat. Uiteindelijk komen we terecht in Hotel Block in het plaatsje Harkebrügge. We hebben ongeveer 180 km gereden. We kunnen de motoren in de grote schuur van de buurman neerzetten. Bert zet zijn accu voor de zekerheid nog aan de lader, maar die blijkt echt kapot te zijn. Er komt een raar piepje uit de accu of de acculader, daarover verschillen de meningen nogal.

Een paar weken later rijd ik met de groene nachtegaal door hetzelfde gebied naar Noorwegen. Ik hou me goed aan de snelheid. Met de motor maakt het niet zoveel uit. Je wordt immers van voren geflitst, maar met de auto ben je wel de klos. En als ze dan ook nog es aan gezichtsherkenning doen, dan hebben ze opeens een adres bij al die snelheidsovertredinkjes van mij op de rode nachtegaal!

We zitten eerst lekker buiten op het terras. Het weer is nog steeds prima. Simon heeft gebeld en gevraagd waar we zitten. Aangezien dat niet zo ver bij hem vandaan is besluit hij om alsnog te komen.
De verhalen komen weer op gang. Het duurt niet lang of het gaat weer over Willems geboorte. Hij heeft ooit met een stalen gezicht verteld dat hij een couveusekindje is geweest en daar een half jaar lang in heeft gelegen. Die couveuse moet volgens ons het zeeaquarium van het ziekenhuis zijn geweest dat in de hal stond. Hebben ze eerst al die vissen eruit moeten halen. Ja, daar wordt nu nog over gesproken. En na een half jaar lag Willem klem in het zeeaquarium en hebben ze het ding stuk moeten slijpen en heeft Willems moeder haar wolk van een baby opgehaald in een kruiwagen. Foei, wat lachen. In deze gekte zegt Harry opeens heel rustig: “Monsterbaby”. Nou, die naam zal nog vaak vallen. Vooral de manier waarop de nestor het uitspreekt is huiveringwekkend (mon-sterrrrrr-ba-by).

Mon-sterrr-ba-by

Mon-sterrr-ba-by

We eten binnen, want de nestor heeft het niet zo op muggen. Na het eten komt Simon aangereden op zijn Nucklehead. Hij heeft lekker door kunnen rijden. Walter is kort daarvoor gaan douchen en daarna een tukje gaan doen. Het lukt ons om hem wakker te krijgen zodat we even daarna allemaal bij elkaar zitten. We zijn compleet.
Dan vertelt Petra dat ze de woensdag voor vertrek een envelop voor ons heeft gekregen van Jan sr, namens Jan jr. Ze maakt de envelop open. Er zit een korte brief in van jr. en een gift met het verzoek om op hem te toosten. We raken behoorlijk van slag.

Zaterdag 14 mei
Bob wordt wakker en gaat zich douchen. Als hij terugkomt, denkt hij dat ik al uit bed ben. Hij kijkt nog es wat beter en ziet me dan toch liggen. Volgens hem lig ik in de schaduw van een vouw van het laken…            (oh oh oh wat grappig, hahahahaha)

Na het ontbijt pakken we de motoren weer op. Het begint te regenen. Dan krijgt Petra van Loek het bericht dat Jan jr. de avond ervoor is overleden. We wisten dat dit moment zou komen, maar de schok is er niet minder om. De afgelopen dagen hebben we het natuurlijk over Jan jr. gehad. Ieder van ons is er op zijn manier mee bezig. Aangedaan door het bericht, gaan we weer met z’n allen op het overdekte terras zitten. Na een tijdje komt het personeel vragen of we misschien nog koffie willen. Dat doen we. Na een poosje besluiten we om te gaan rijden.

Onderweg denk ik aan Jan jr. die altijd de tourcaptain was als hij meeging en dan
’s avonds de route uitstippelde en op strookjes karton de plaatsnamen en wegnummers schreef. De volgende ochtend werd het eerste strookje met ducttape op de tank geplakt. Na verloop van tijd het volgende strookje enz. En dan ’s avonds op de achterkant de nieuwe route voor de volgende dag.

We rijden naar het Automobil- & Spielzeugmuseum Nordsee in Norddeich. We hebben de regenkleding aan, want het ziet er niet fijn uit. Het aantrekken van mijn regenoverall is trouwens nog een behoorlijk spektakel. De laatste arm moet er met hulp in gepropt worden. Gelukkig zijn er altijd wel vrienden die daarbij héél behulpzaam zijn. Na een poosje begint het te regenen. Ik vind het niet zo erg want ik begin het pikkerig benauwd te krijgen in die regenoverall. Het museum ligt vlakbij de Noordzee. In de buurt is ook een windmolenpark en vlak daarbij een vliegveld. Wie dat bedacht heeft…

We eten eerst wat in het café dat naast het museum ligt en volhangt met oude borden. Daarna bezoeken we het museum. Ook hier staan weer een aantal bijzondere auto’s en motoren. Terwijl we daar rondwandelen hebben Willem en Peter het over onderbroeken. Ook héél belangrijk. Willem vertelt dat hij er zes bij zich heeft. Peter zegt: “Ik heb er twaalf, met ingenaaide labeltjes, januari, februari, maart…”
In het museum staat ook een Bimbo-Box. Dat is zo’n apparaat dat vroeger in V&D stond, waarin aapjes muziek maakten als je er geld ingooide. Uiteraard laten we de aapjes weer even spelen. Pure nostalgie.

Bimbo-Box

Bimbo-Box

We rijden weer verder. De eigenaar van het museum die ons uitzwaait heeft ons de tip gegeven om wat naar het zuiden te rijden, omdat alle hotels aan de kust bezet zullen zijn. Het is immers Pinksteren. Peter rijdt weer een mooie route. Nadeel van het vlakke landschap is dat er geen tunnels zijn waarin we het gezang van onze sirenes even kunnen laten weerkaatsen. Ik moet denken aan een prachtige zin van Tommy Wieringa in zijn roman ‘Joe Speedboot’. Voor die zin heeft-ie in 2006 zelfs een prijs gewonnen. Nou, vooruit dan:
‘De knalpijpen glansden als bazuinen, de wereld leek te verschroeien in allesverzengend lawaai wanneer de jongens het gaspedaal intrapten met de koppeling in, alleen om te laten weten dat ze bestonden, zodat níemand daaraan zou twijfelen, want wat niet weerkaatst, bestaat niet.’
We rijden opnieuw door het plaatsje Nadörst. Ik heb het niet nagezocht, maar de stichters van het dorp moeten Zwollenaren zijn geweest, dörstige Zwollenaren.

Harry rijdt het laatste stukje weer voorop om een hotel te vinden. We komen uiteindelijk terecht in Hotel Middelpunkt in het dorpje Middels bij Aurich. We hebben ongeveer 140 km zonder pech gereden. We mogen de motoren onder de carport van de eigenaar zetten. Het is een mooi nieuw hotel. Het hotel heeft zelf geen restaurant maar in het complex zit wel een pizzeria met bar. Als we er goed en wel zitten worden de menukaarten uitgereikt. Er wordt wat gediscussieerd over wat er besteld zal gaan worden, als Don Bob zegt: “Doe er ook een emmertje water bij.” Ik: “Een emmertje water?” Bob: “Ja om over de muziekinstallatie te gooien…” Inderdaad, de muziek is niet echt fijn. Op een fatsoenlijk stukje garagerock hoef ik vanavond niet te rekenen.

Halverwege de avond komen er allemaal mensen in de bar die in een Golf 1 rijden. Ze hebben er een bijeenkomst en slapen ook in het hotel. Voor mij ligt er opeens nog een hobby binnen handbereik, maar ik doe het niet want ik heb al zoveel vrienden…

Zondag 15 mei
Er is een groot ontbijtbuffet. Na het ontbijt pakken we de motoren weer op en rijden naar het Bunkermuseum in Emden. Dat is een museum dat niet alleen gaat over de bovengrondse schuilbunkers van Emden, maar ook over de Tweede Wereldoorlog in het algemeen. Het museum is nog niet open, dus we besluiten om het centrum van Emden met een bezoekje te verrassen. Er is een plein met een fontein en terrassen waar we de motoren neerzetten. Dat we daarbij enige aandacht trekken heeft naar ik aanneem geen verdere toelichting nodig.

Na de nodige koffie bezoeken we het museum. Daarna gaan we weer naar het plein en eten ergens wat. Peter heeft nog wat aardigs in gedachten, namelijk een tochtje met een veerboot. Na wat zoeken komen we aan bij de plaats waar de veerboot zal vertrekken. Dat blijkt dan nog drie kwartier te duren. Voor ons is dat te lang. Wij leiden immers allemaal een groots en meeslepend leven. We praten nog wat en dan blijkt opeens dat Max Verstappen de Formule 1 race in Spanje heeft gewonnen. Verbazing en bewondering alom.

We gaan op zoek naar een hotel en Harry rijdt het laatste stukje weer voorop. We komen aan bij Hotel Zu den Linden in het plaatsje Meermoor. Het is dicht, maar er wordt wel verwezen naar een telefoonnummer. Peter belt en de man zegt dat-ie eraan komt. We hebben 60 km (jaja) gereden en af en toe een bui gehad.
Later die avond vertelt de eigenaar dat hij dacht dat het om één kamer ging, dus toen hij aan de achterkant van zijn hotel kwam en opeens allemaal Harleys zag staan was er toch wel sprake van enige verbazing.

In het café zitten al vroeg de stamgasten. Ze hebben allemaal hun vaste plek aan de bar. Op het moment dat iemand van ons opstaat gaat een stamgast er gauw zitten. Een ander vraagt gewoon of ie op de plek van één van ons mag zitten, “Das ist mein Platz”. Het zijn allemaal, hoe zal ik het zeggen, nogal innemende types…
De eigenaar heeft het niet zo op mijn beroepsgroep. Na eerst wat voorzichtig commentaar te hebben geleverd wordt hij al gauw wat uitbundiger als hij merkt dat hij medestanders heeft. Het wordt zelfs zo gek dat hij de volgende morgen bij het ontbijt wordt uitgenodigd om volgend jaar met ons mee te gaan. En dat terwijl we al jaren een ledenstop hebben!

In het hotel kunnen we ook eten. Het restaurant heeft als specialiteit vis. Zo fijn. Het eten is meer dan prima.
Na het eten gaan we nog weer even in het cafégedeelte zitten. Bert en Martin gaan op een gegeven moment naar de kamer. Even later komt Bert terug en vertelt dat hij een telefoontje heeft gehad van Amanda en dat hij morgen naar huis moet, omdat het niet goed gaat met de hond. Waarschijnlijk iets met een knie. En aangezien de hond vijftig kilo weegt kan alleen Bert de hond dragen. Martin zal met Bert meegaan zodat hij niet alleen hoeft te rijden.
Als we naar bed gaan besluiten we om de volgende dag om negen uur te ontbijten. Willem, onze caloriecoach, sluit daarop de dag af met: “Als ik maar niet eerder wakker word van de honger.”

Maandag 16 mei
Na het ontbijt vertrekken we, uitgezwaaid door de hoteleigenaar. Bert en Martin hebben we net daarvoor uitgezwaaid. Het blijft droog en we rijden een fijne route. Onderweg eten we in een hotel-restaurant een soepje met een broodje. Het hotel-restaurant heeft nog een zekere uitstraling. Het heeft weliswaar betere tijden gekend, maar toch. De toiletten zijn echter heel bijzonder. De deuren zijn zeker een centimeter breder dan de kozijnen. Kaum zu fassen! We gaan weer verder en komen via Papenburg, Meppen en Ibbenbüren terecht in Tecklenburg. Daar kunnen we niet zo gauw een hotel vinden dat ons allemaal kan herbergen. Met Harry voorop komen we terecht in het plaatsje Lengerich-Wechte in Gasthof Prigge. De motoren kunnen we achter het hotel neerzetten. We hebben ongeveer 200 km gereden.

Het cafégedeelte ziet er aardig uit. We zitten er met onze groep en een man en een vrouw uit Twente. Ze maken een lange wandeling. Het wordt gezellig. Walter, onze Amsterdammer, vertelt aan hen dat hij naar het bovenste puntje van Groningen is verhuisd vanwege de subsidie die hij kreeg om een soort van ontwikkelingswerk te verrichten. Ja, het grote razen is weer begonnen.

Het restaurant heeft niet al te grote porties. Volgens de nestor is het een zure ballentent: “Schrijf dat maar op!”

Dinsdag 17 mei
Na het ontbijt vertrekken we. We rijden naar het motorrad-museum in Ibbenbüren, maar dat is gesloten. We rijden weer verder. Als we in de plaats Lingen komen drinken we ergens koffie en gaan Simon en Walter daarna richting Groningen. Harry rijdt nu voorop. Volgens mij rijdt hij hier veel vaker, want hij rijdt over veel kleine weggetjes. Uiteindelijk komen we terecht in Kloosterhaar waar we in een patatzaak wat eten. Dan rijden we naar Jan & Loek en condoleren hen met het verlies van Jan jr. Loek & Jan praten ons bij over de afgelopen dagen. Daarna rijden we naar huis.

Deze rit is opgedragen aan Jan jr.

Dit bericht is geplaatst in Super Rally (17). Bookmark de permalink.