Super Rally 2014

PETER PAN OR THE BOY WHO WOULDN’T GROW UP
(Sir James Matthew Barrie 1860-1937)

Het Peter Pan-syndroom staat in de psychologie voor de weigering van mannen om volwassen te worden en zich als zodanig te gedragen. De naam is ontleend aan een toneelstuk over een jongen die niet wil groeien: Peter Pan or the boy who wouldn’t grow up (1904) van de Schotse schrijver Sir James Matthew Barrie. Hoewel Barrie de geestelijk vader van deze sprookjesfiguur was, werd Peter Pan vooral bekend dankzij de disneyficatie van deze figuur in een gelijknamige tekenfilm uit 1954. Aan het einde van de jaren negentig besteedde een tijdschrift een uitvoerig artikel aan het Peter Pan-syndroom, waaraan de hedendaagse mannen collectief zouden lijden.
(Bron: Van Dale)
P.S: uiteraard reist Wendy Darling ook met ons mee.

Wendy and the lost boys

Wendy and the lost boys

Starring: Bert, Bob, Harry, Hilmar, Jan, Koen, Koos, Martin, Peter & Petra, Simon, Walther en Willem.
Tourcaptain: Jan.
Vertrek: donderdag 5 juni 2014 om ongeveer 11.00 uur vanaf Jan.
Terug in Zwolle: donderdag 12 juni 2014 om 16.30 uur.
Afstand: vanaf Zwolle 1.837 km.

De SR is dit jaar in Estland en dat lijkt ons niet haalbaar. We zouden dan een groot gedeelte met de boot moeten. Bovendien zijn we al een aantal jaren naar het oosten gereden. Wereldreizigers als we zijn hebben we besloten om dit jaar naar Italië te gaan met de auto(lees: motor)slaaptrein en dan terug via de oostkant van Frankrijk.

Donderdag 5 juni
We verzamelen om negen uur bij mij en rijden na een kop koffie naar Jan sr in Olst. Daar komen Bert, Harry en Jan jr. Jan sr gaat weliswaar niet mee, maar heeft aangeboden om bij hem en Loek koffie te komen drinken. Jan sr heeft namelijk van die mooie lepeltjes en een heel oud suikerpotje zoals ze vroeger op stationsrestauraties hadden. Je drukt op een zwart knopje en dan gaat er een schuifje open waar de suiker uit komt. Boze tongen hebben het telkens weer over de herkomst van dat mooie oude suikerpotje…

Bert vertelt dat op het pontje naar Olst de veerman een praatje met hem maakte. Bert vertelde dat hij een week wegging en dat ze in Olst verzamelden.
De veerman: “Bij Van der Graft?”
Bert verbouwereerd; “Ja”.
De veerman: “Gaat Bob ook mee?”
Bert nog meer verbouwereerd: “Ja, Bob gaat ook mee.”
De veerman: “Doe hem de groeten.”
Bob kijkt verbaasd en Bert geeft een beschrijving van iemand op klompen. Nou, daar kent Bob er niet veel van, maar het zegt hem niks.

Om elf uur vertrekken we. Martin doet zijn bagage nog even recht. Jan rijdt via Deventer de Achterhoek in. Een mooie route. Als we Lochem uit rijden knapt Willem zijn achterketting. Het is een o-ring ketting. Willem heeft geen reserveschakeltje bij zich en de anderen hebben allemaal een andere ketting. Het lijkt dus een behoorlijk probleem te worden. Dan besluit Jan om zijn schatkist te openen. Hij is op de Liberator, maar heeft gewoon allerlei onderdelen meegenomen. Na enig zoeken in de donkerste krochten van zijn bagage rollen de o-ringschakels in allerlei maten over straat. Willem blij! Het is echter nog een heel gedoe om de ketting er weer om te krijgen. Als alles zo ongeveer weer klaar is passeert een Harley-rijder. Hij keert en komt bij ons staan en biedt zijn hulp aan. Hij rijdt op een WL en heeft de motor gekocht toen ie zestien jaar was. Hij rijdt er al 47 jaar op! Na een poosje met ons gesproken te hebben rijdt Wouter weer verder.

Vanaf dat we weer verder rijden begint het zo ongeveer te regenen en wordt het eigenlijk niet meer echt droog. Af en toe krijgen we enorme buien over ons heen. Pas aan het einde van de dag wordt het droog. We vinden een hotel in Kamp Lintfort. Ik loop naar binnen en vraag of er plek is. Dat is geen probleem. Er zijn acht eenpersoonskamers en een tweepersoonskamer voor Petra & Peter. Ik vraag vervolgens of er ook een garage is om de motoren in te zetten. Die is er ook. Er is ruimte voor zes motoren en de andere vier kunnen in het hotel staan. Hij wijst nonchalant naar de lobby. De man vertelt het op een manier alsof het dagelijks gebeurt.
Ik loop naar buiten en vertel het verhaal op dezelfde manier als het mij is verteld. Verbaasde blikken uiteraard en daarna lachen. De man heeft een mooie metalen oprijplaat en even later staan er vier Harleys te pronken in de lobby van het hotel op rood tapijt.

2014grondigegroet

Harry vraagt aan de eigenaar of er in het hotel veel toeristen komen. Nee, er is hier in de omgeving helemaal niets te doen, tenzij je graag vreemde talen wilt leren: Pools, Tjechisch, Kroatisch…
Petra & Peter hebben een hele grote tv op de kamer en complimenteren de eigenaar ervoor. De eigenaar vertelt dat wanneer hij een nieuwe tv koopt, hij de oude in het hotel plaatst. Dit heeft als bijkomend voordeel, aldus de eigenaar, dat ze die minder snel kunnen jatten…
En dan zeggen ze dat Duitsers geen gevoel voor zwarte humor hebben.

We eten voortreffelijk in een chinees restaurant en zijn niet laat terug. Als ik op de kamer ben, kijk ik uit het raam. In gedachten dwaal ik af naar Hedon. Daar speelt op dat moment WovenHand. Zwolle wordt getrakteerd op de hoogmis van inktzwarte folk en rock van David Eugene Edwards en de zijnen. En ik? Ik sta in een eenpersoonskamer in Kamp Lintfort. Tja, je kunt niet alles hebben.

Vrijdag 6 juni
Na het ontbijt starten we de motoren en worden we uitgezwaaid door de eigenaar. Het is half tien. Om elf uur komen we aan in Düsseldorf. We zijn dus ruim op tijd, want om ongeveer half twee kunnen we de motoren op de trein zetten. We willen wel graag even wat eten dus Bert en ik lopen de stad in om broodjes te kopen. Onderweg komen we Hilmar, Simon en Walther op hun motoren tegen. Ze hebben in een hotel in hartje Düsseldorf overnacht en rijden nu de laatste paar honderd meter naar de trein. De groep is nu compleet. Bert en ik vinden een broodjeszaak, kopen broodjes en drinken een bak koffie op het terras. Het is warm, erg warm.

Wachten op de trein, ja, waar niet...

Wachten op de trein. Ja, waar niet…

In de rij voor de trein staat ook een zwarte Mercedes met kieuwen, een 190 SL. Eén van de mooiste auto’s ooit. We bekijken zijn auto en praten met de eigenaar, een Nederlander. Hij heeft ook een Mercedes met vleugeldeuren, een Indian uit 1931 en een Evo uit 1984. De Evo vindt ie eigenlijk maar niks. Die brengt je van A naar B, maar zijn oude Indian, da’s een ander verhaal: die praat met je.
Da’s mooi zeggen. Zo leer je elke dag weer wat.

De trein heeft wat vertraging want pas om kwart voor drie kunnen we de motoren op de trein rijden. Petra heeft geen helm op en moet terug. Het lijkt mij wat overdreven, totdat we de trein oprijden. Het is namelijk erg laag en zonder helm is het gevaar groot om je hoofd te stoten tegen van die fijne ijzeren balken van de bovenverdieping. Het personeel zet de motoren vast, wij kijken toe. Dan gaan we met een deel van onze bagage in de hitte op zoek naar onze wagon. Uiteraard is dat de wagon die het verst bij ons vandaan is.

Het is nog een heel gedoe voordat we allemaal een slaapplek hebben, maar uiteindelijk lukt dat. Lucy, onze gastvrouw, geeft instructies en zorgt ervoor dat onze bedjes tevoorschijn komen. De nestor, Jan en ik zitten in een hut. Het is allemaal klein, heel erg klein. Je houdt het niet voor mogelijk dat er drie bedden in de hut passen. Ik snap dan ook niet dat ze niet wat minder bedden in een hut proppen of de hutten gewoon wat groter maken. Er is immers spoorlengte genoeg…
Een aantal jaren geleden heb ik in Egypte een soortgelijke slaaptrein meegemaakt. Op het moment dat ik de trein zag wist ik dat het niet leuk zou worden, maar ook dat we het er nog vaak over zouden hebben… Dat gaat nu ook het geval worden, dat weet ik zeker.

2014.Pinksteren 013

Petra heeft tafels gereserveerd voor het avondeten en dat verloopt goed. Lucy heeft verteld dat na het eten de trein zal splitsen. Het gedeelte van o.a. de bar wordt dan afgekoppeld en daarna wordt er een andere bar aan gekoppeld. Daar moeten we dus even op letten. Maar… op het moment van afkoppelen zit Petra nog in de bar. Ze komt er gelukkig bijtijds achter en gaat lopend over het spoor naar ons gedeelte.
Om tien uur ’s avonds gaat de bar dicht. Dat lijkt ons voor een nachttrein niet echt logisch. Om een uur of elf gaan we slapen. Ik lig in het kraaiennest. Het plafond zit vlak boven m’n hoofd. Als je niet tegen kleine ruimtes kunt, is het kraaiennest niet een aanrader.

Zaterdag 7 juni
Op zich hebben we best redelijk geslapen. Volgens Jan was het een Guus Meeuwis nacht: ‘Het is een nacht die je normaal alleen in films ziet.’ Het blijkt dat we al met al een dik uur vertraging hebben opgelopen. We komen pas om kwart over tien aan in Alessandria. Het is er al lekker heet. We lopen over het perron naar de plaats waar we de motoren kunnen afladen. Er zijn nogal wat mensen bijeen, maar er zijn geen behoorlijke sanitaire voorzieningen. Ook wordt er nergens frisdrank verkocht of is er ergens schaduw. Wel liggen er genoeg heroïnenaalden, dat dan weer wel. Op de plaats waar wij staan, liggen er tientallen. Ik heb nog nooit zoiets gezien. Welkom in Italië! En ik altijd maar denken dat er alleen maar operazangers en oplichters woonden…

Om bij de motoren te komen moeten we behoorlijk gebogen lopen, want er zijn twee lagen. Willem stoot zich een paar keer heel fijn aan de ijzeren balken. Na elke keer zegt hij iets als: “Sapperloot!” Om twaalf uur verlaten we het perron, maar nergens een verkeersbord waaruit blijkt welke kant je op moet. Dagelijks verlaten dus honderden mensen het perron zonder dat ergens staat aangegeven welke richting ze opmoeten. En dat in een stad met ongeveer 90.000 inwoners. Heel bijzonder.

Uiteindelijk weten we de stad toch te ontvluchten en rijden we door een desolate omgeving met veel leegstand, gribus en verval. Wel komen we af en toe een bermnymf tegen en zij onze sirenes. Langzamerhand wordt het landschap en de bebouwing mooier. We komen in de Alpen. We rijden over een kronkelige weg (de 22 of 23) en daar rijden veel meer motoren. Ook de ietwat snellere uivoeringen… Het baksteensgewijs rijden moeten we wat aanpassen, want tegenliggers rijden in bochten soms met dubbele snelheid iets op onze helft!

2014.Pinksteren 014

In de loop van de middag raakt Walther zijn accu leeg. Bert heeft een gel accu op reserve bij zich en ik een 6 volts batterij van 14 ampère. Sietze is met zo’n batterij vanuit Engeland terug gereden dus daar heb ik wel vertrouwen in. Walther gebruikt de gel accu en we rijden verder. In Oulx komen we terecht in een jeugdherberg genaamd Don Bosco. Er is ruimte zat. We verdelen ons over de zalen. Ik kom aan de praat met de beheerder en vertel over het jaarlijkse treffen in Don Bosco in Rijswijk. Wat blijkt? In juli wordt hij naar Rijswijk uitgezonden! Hij heeft dan vijf jaar in Oulx gewerkt. Oorspronkelijk komt hij uit Argentinië. Koen praat Spaans met hem alsof ie nooit anders heeft gedaan. De man regelt ook dat we kunnen eten in de plaatselijke pizzeria Stella. De kok vindt het prachtig en doet zijn uiterste best om het ons naar de zin te maken. Hij staat alleen te koken, maar dat doet ie als de beste.

Jeugdherberg Don Bosco Italië

Jeugdherberg Don Bosco Italië

Zondag 8 juni
We hebben prima geslapen. Martin heeft met zijn telefoon het gesnurk van de nestor opgenomen, zodat hij bewijsmateriaal heeft. De nestor gelooft namelijk niet dat ie erg snurkt.

Willem kijkt op zijn mobilofoon en ziet dat er een sms-je van Emmy is binnengekomen om half zes die ochtend. Dat lijkt niet goed. Nader onderzoek leert, aldus Willem, dat thuis Kareltje door de inbraakcensor is gelopen, waardoor het alarm is afgegaan. Daardoor heeft Willem een sms-je gekregen. Nee, Kareltje is niet de hond. Kareltje is de muis… De hond ligt in een andere ruimte te slapen, met gestreken oren, aldus Willem.
Ja, en de kans dat ik in een dollenhuis word opgenomen wordt met de minuut groter.

Walther heeft zijn accu ’s nachts aan de lader gehad en terug geplaatst. We ontbijten in een café vlak in de buurt. Ik denk daar een gewone koffie te bestellen, maar dat gaat in Italië een ietsje anders. Ik krijg een kopje koffie met een inhoud, gelijk een vingerhoedje. Maar, wel erg lekker.

Als we onze motoren weer hebben opgepakt rijden we verder de Alpen in. Ook hier weer een enkele bosnymf die met sirenes wordt begroet. Na verloop van tijd stoppen we in een dorpje op een grote parkeerplaats. Wij zijn niet de enige bezienswaardigheid dit keer. Er staan veel klassieke auto’s waaronder een prachtige Porsche 356 Speedster. Er loopt een spoor over het asfalt dat eindigt onder de auto. Jan kijkt aan de voorkant onder de auto en ziet dat de Porsche vorstelijk benzine lekt. Het is blijkbaar zoab-asfalt want het verdwijnt er heel gemakkelijk in. De eigenaar is nergens te bekennen en zit waarschijnlijk op een terras met misschien wel met net zo’n kopje koffie als ik had. Maar dat is dan niet zijn enige probleem, alleen weet hij dat nog niet…
Hilmar heeft wat sores met zijn voorrem. Er zit te weinig remolie in. We besluiten verder te gaan en uit te kijken naar een zaak die misschien DOT-4 remolie verkoopt.

We gaan verder de Alpen in. We stoppen een paar keer bij een pomp voor remolie, maar helaas.
Jan heeft een mooie route uitgestippeld, we zien de sneeuw op de bergen liggen. Dan slaan we een smallere weg in die Col du Galibier heet en 2645 meter hoog blijkt te zijn. Pas na een poosje valt het me op dat er nauwelijks vangrails zijn. Al rijdend, het is een smalle weg, ga ik langs de rand van de weg rijden en inderdaad, het is diep, erg diep. Petra, die een ietwat hoogtevrees heeft, rijdt midden op de weg. Als we op hoogte komen krijgt de Rode Nachtegaal soms een kikker in de keel, alsof ze te weinig benzine krijgt. Nee, een bergvogel is ze niet.

20140608_120721

Bovenop de Col du Galibier stoppen we bij een terras en drinken wat. Onze motoren staan op de parkeerplaats, de sneeuw ligt rondom. Het is er lekker, niet te warm. Een paar van ons hebben remsporen van een auto gezien. De remsporen gingen uiteraard rechtuit, maar in de weg zat een bocht zonder vangrail. De remsporen stopten bij het einde van het asfalt. Nee, da’s niet fijn.
Na een poosje stappen we weer op. Vanaf het terras duik je een tunnel in, eentje met stoplichten. Hilmar moet nu weer naar beneden met een gammele voorrem. Maar een nuchtere akkerbouwer uut Grunn zit daar niet zo mee. Die ploegt gewoon verder.

Tijdens de afdaling kan Willem voor een bocht niet genoeg afremmen. Er is ook een wandelweggetje dat rechtdoor gaat. Willem besluit die te pakken en komt daar wat rommelig tot stilstand naast een auto. De motor is niet gevallen of zo maar heeft wel erg scheef gestaan.

We komen allemaal heelhuids beneden. Even later blijkt Willems motor niet fijn te lopen. De vlotter blijkt niet goed te staan. Waarschijnlijk is dat gekomen toen de motor zo scheef stond. De nestor stelt het niveau een ietsje bij en we scheuren weer verder.

20140608_142258

We rijden door een prachtige omgeving met af en toe een tunnel. Sommigen doen dan de verlichting aan. Ik niet, maar ter compensatie wel de sirene. Zo fijn. Na weer een poosje te hebben gereden krijgt Bert pech. Het aftapschroefje van de vlotterbak is eruit getrild. We vinden in onze onderdelen niet een schroefje dat past, dus dan maar eentje die niet past, maar wel de vlotterbak afdicht.

20140608_151452

Bij onze zoektocht naar een hotel komen we zelfs nog eventjes per ongeluk op de tolweg terecht. Als we eraf gaan en betalen slaat het apparaat op tilt. Er komen medewerkers die de boel handmatig gaan bedienen. Al met al ben je zo weer een half uurtje verder. Uiteindelijk vinden we pas tegen acht uur een hotel vlak voor Chambery. Het is een soort motel, veroudert weliswaar, maar voor ons goed genoeg. Een restaurant dat er vlakbij ligt gaat net dicht en zo belanden we tegen half tien bij een pizzakraam. Ik bestel de Napoli, die is altijd, waar je ook komt met ansjovis. Zo fijn. We nemen de pizza’s mee naar het motel en eten in de ontbijtzaal.

Jaren geleden hebben we voor De Pinkstergemeente al een ledenstop ingesteld en dat is een goede zet geweest. Vandaag valt namelijk op dat een groep van dertien wel erg groot is. Je raakt daardoor het overzicht kwijt. Wat volgens mij ook meespeelt, is dat er de laatste jaren zoveel kruisingen zijn vervangen door rotondes. Vroeger reden we vaak op voorrangswegen en had je bij kruisingen meestal voorrang. Tegenwoordig kom je op een rotonde terecht en alles wat er al op zit heeft voorrang met als gevolg dat er veel vaker auto’s tussen de groep rijden. De sliert motoren met daar tussen auto’s wordt daardoor nog langer en onoverzichtelijker.

Maandag 9 juni
We krijgen een goed ontbijt en rijden om een uur of negen weg. Hier en daar hangen mensen over het balkon. Zal wel iets met het geluid te maken hebben…
Jan leidt ons vandaag een stukje langs de Rhone en we komen in plaatsen als Bourge-en-Bresse, Lons-le-Saunier en Salins les Bains. Het is schitterend weer en 37 graden. Da’s te warm als je even ergens stil komt te staan, maar zo lang je rijdt wil het wel. In de loop van de middag stoppen we in Quingey aan de rivier de Loue. Klinkt niet bekend, maar het is een behoorlijke rivier.

We zitten op een terras aan de rivier onder grote parasols. Het is een prima plek. Martin oppert of dit niet wat is om te overnachten. In Frankrijk is het niet eenvoudig om een hotel te vinden waar je met 13 personen terecht kunt, plus motoren. We vinden het een goed idee. Er blijkt plek te zijn voor ons en een garage. De eigenaresse denkt niet dat alle motoren erin passen. Nou, dus wel, we houden zelfs nog ruimte over. Na het inchecken gaan we verder met op het terras zitten, heel vervelend allemaal… Een paar gaan zelfs nog zwemmen. Don Bob daarover: “Ik heb het niet zo op zwemmen, maar ik kan er goed naar kijken.” De eigenaresse rijdt op een zware professionele quad. Ze maakt tochten door woestijnen en zo. Best wel spectaculair, maar dat ga ik de Rode Nachtegaal niet aandoen. Nee, een terras is spectaculair genoeg.
Het hotel heeft ook een restaurant, dus daar eten we.

2014.Pinksteren 037

Dinsdag 10 juni
Na het ontbijt rijden we weer tegen negen uur weg. Jan rijdt ook vandaag weer grotendeels over de Route Nationale en soms een fijn D-weggetje. We komen door bijvoorbeeld Lamarche en Neufchateau.

Ergens onderweg krijgt Martin pech. De klacht is dat ie zo happerig optrekt. Ik mompel iets over de koppeling, De nestor trapt op het rempedaal en ziet dat daardoor de spanning van de achterketting verandert. De imbuswielbouten van de remtrommel blijken los te zitten. Simon zet ze weer vast.
Ik zie een slijtsleuf in de zijkant van de achterband en wijs Martin erop. Het canvas koekeloert al een beetje door de band. Volgens sommigen komt dat door het wieltje van de sirene. Dat is volgens hen de straf voor Martin voor dat vreselijke gegil van zijn sirene. Ik kijk nog es beter en zie dat dat hele fijne wieltje van de sirene op het loopvlak van de band loopt en dus niet op de zijkant. Ik kon me al niet voorstellen dat een dergelijk hoogwaardig product daartoe in staat zou zijn. Na nog wat kijken zie ik de werkelijke oorzaak. Een van de vele spinnen die Martin gebruikt om zijn bagage enigszins op de motor te houden slijt langs de band. Ook dat probleem wordt verholpen en we rijden weer verder.
Na een poosje stopt Martin weer en geeft aan dat de achterrem niet fijn gaat. We zijn dan in Saint-Mihiel. Omdat ik bij de voorsten rij krijg ik dat niet mee. We wachten een poosje langs de weg, dan besluit ik om terug te gaan. Als ik hen gevonden heb blijkt dat de stelbout van de achterremtrommel niet goed stond en dat ze dat inmiddels hebben verholpen. Peter heeft daarbij zijn duim klem gehad, een keertje “Au!” geroepen en er een verbandje om gedaan.
Dus in die korte tijd hebben ze het achterwiel eruit gehaald, de remtrommel gemaakt, het achterwiel weer gemonteerd en een verbandje aangelegd. Hoezo zitten er topsleutelaars in onze groep!

20140610_145306

Zoals altijd tanken we na ongeveer 100 kilometer. Als we stoppen bij een pompstation zie ik E10 op het pistool staan. Deze keer staat het op alle benzinepompen. Maar de Rode Nachtegaal lust geen ethanol, laat staan 10%! Er wordt wat heen en weer geschreeuwd. Dat klinkt er opeens: “Nee, dat is bagger. Niet doen!” Daarna de een na de ander: “Ja Bagguhh!” “Bagguh!!” “Bagguh!!!” “Bagguh!!!” We rijden weer weg zonder getankt te hebben, want E10 benzine is de Heineken onder de benzines… Van E10 benzine krijg je geen gewone pech, nee, je krijgt pech met terugwerkende kracht!
Ik ben trouwens benieuwd met wat voor verhaal de automobilisten, die er ook stonden, thuis komen…

‘s Middags raakt Walther bij het afremmen, het andere knipperlicht van Koen zijn Harley, dat daardoor afbreekt. Ja, het andere knipperlicht, want op de eerste dag, toen Willems ketting was gebroken, had Koen bij het parkeren een paaltje geraakt waardoor er ook al eentje was gesneuveld. Maar ieder nadeel hep z’n voordeel, want de motor is nu weer in balans…

Aan het einde van de middag komen we in het plaatsje Charny-sur-Meuse, inderdaad een plaatsje aan de Maas. Er is buiten het dorp een hotel, maar niet met genoeg plek voor ons allemaal. We besluiten dat we ons gaan opsplitsen. Don Bob, Harry, Jan, Koen, ik, Simon en Walther gaan op de camping in het dorp slapen.
Op de camping opper ik om een taxi te nemen naar het restaurant, maar die is er niet. Je kunt er ook niets te drinken kopen. Wel hebben ze stromend water, dat dan weer wel… Jan en ik gaan lopend naar het restaurant, de rest gaat op de motor. Walther gaat bij Simon achterop. We lopen binnendoor langs een kanaal dat parallel loopt aan de Meuse. Het duurt ongeveer een half uur. We eten fijn en daarna lopen Jan en ik weer terug. In het kanaal liggen vrachtschepen die daar overnachten. Op een vrachtschip ligt een in de lengte doorgeslepen enorme duikboot! Je gelooft je ogen niet!

We zitten nog wat bij de tent en drinken wat. In de verte begint het al te flitsen. Na een poosje gaan we slapen. Midden in de nacht word ik wakker. Het regent heftig, het waait en het onweert. Niet een beetje, nee de pleuris is echt uitgebroken. Het flits en dondert steeds dichterbij! En dan opeens een enorme flits en een nanoseconde later de enorme inslag. Ik voel de grond trillen. Dat heb ik nog nooit meegemaakt. Er komen nog een paar hele fijne flitsen en gedonder, maar dan trekt het onweer verder.
En de Rode Nachtegaal? Ze geeft geen krimp.

Woensdag 11 juni
‘s Ochtends is het weer droog. We pakken de spullen op de motoren en gaan naar het hotel om te ontbijten. Daarna rijden we weer verder en komen in België. Bij een tankstation ga ik op zoek naar de ‘witte scooter’. Ik loop een trapje op en ga een ruimte binnen. Het ziet er wat raar uit. Een soort kantoorachtige woonkamer. Maar ja, we zijn in België. Opeens staat de eigenaar achter me. Wat ik daar moet. Staat er met grote letters Privé bij het trapje. Oeps. Gelukkig kom ik toch nog op het toilet.
Koen neemt even later helaas afscheid van ons. Hij rijdt door naar zijn broer die hij al een poos niet gezien heeft.

Peter heeft de rits van zijn jas kapot en kan nu volkomen legaal zijn Ducktape-fetish uitleven. Na elke pauze wordt zijn jas ermee vastgezet. Het wordt een bijzonder ritueel. Ja, een klus is pas gelukt als ie met Ducktape is bedrukt!
We komen die dag uit in Sint-Truiden. Het zoeken naar een hotel lijkt eerst een probleem, maar dan vinden we er toch een. Een groot hotel met nogal wat verdiepingen dat nog niet helemaal klaar is. Detail: het ligt als het ware in een voetbalstadion. Nee, bof ik even… De motoren zetten we op hoop van zegen in de ondergrondse parkeergarage. We nemen alleen de noodzakelijke bagage mee het hotel in en eten even later aan de overkant in een goed lopend eethuisje. Traditiegetrouw krijgt Jan, onze tourcaptain, op de laatste avond zijn maaltijd van ons aangeboden, als dank voor het uitzetten van o.a. de dagelijkse ritten.

Donderdag 12 juni
Het vinden van de ontbijtzaal is een ietsje gecompliceerder dan je zou verwachten. Er wordt namelijk nog gebouwd, waardoor je niet overal mag lopen. Petra & Peter komen we tegen als wij klaar zijn met eten. Ze hebben zich helemaal wild gezocht en ventileren even hun gedachten. Ik hoor de adrenaline in hun oksels klotsen…

Als we allemaal hebben ontbeten pakken we de bagage weer op de motor en rijden de parkeergarage uit. Uiteraard met sirene. Als we weer in Nederland zijn, zien we aan de linkerkant een zaak die choppers bouwt. We keren om en ja hoor, daar hebben ze de DOT-4 remolie voor Hilmar. Beter laat dan nooit.

En dan begeeft Walthers Harley het. We rijden op dat moment weer in België. Walther staat op een behoorlijk druk kruispunt, waar ze ook met de weg bezig zijn. Na wat overleg duwen Bert en ik Walther naar een veiliger plek. Het lijkt op een versnellingsbak probleem. De doktoren gaan aan de slag en even later blijkt inderdaad de bak kapot te zijn. Iemand zegt: “De bak is naar de kloten.” Er volgt overleg over wat te doen. Na een poosje zeg ik relativerend tegen Walther: “Maar Walther, je moet maar zo denken, beter je bak naar de kloten, dan met je kloten in de bak!” Daar is iedereen, zelfs Walther, het mee eens.

20140612_101227

Walther gaat bellen met de ANWB. Op een gegeven moment hoor ik hem tegen de telefonist van de ANWB zeggen: “De kleur? Euhh, geel, groen, oranje rood, paars, blauw.” Nadat Walther alles met de ANWB heeft geregeld nemen we afscheid van hem en rijden verder. Jan leidt ons over de N271 (de Napoleonsweg) langs o.a. Ottersum en Molenhoek. Daar gaan we de snelweg op. In de buurt van Apeldoorn tanken we weer en nemen afscheid van elkaar, want Jan, Harry, Hilmar en Simon gaan via Raalte. Om ongeveer half vijf zijn we terug in Zwolle.

Dit bericht is geplaatst in Super Rally (18). Bookmark de permalink.