Claw Boys Claw De Gigant 13 december 2013

CLAW BOYS CLAW DE GIGANT 13 DECEMBER 2013

Dit jaar heb ik Claw Boys Claw al twee keer gezien, in Hedon en op Dauwpop. Hun nieuwe album heet Hammer en is voor mij het beste album van eigen bodem in 2013.

Jaren geleden zie ik ze voor het eerst spelen bij Het Rodetorenplein. Ja, bíj, niet òp Het Rodetorenplein. Ze spelen namelijk in de catacomben van een oude rijnaak. De dag ervoor zijn ze in Deventer geweest met diezelfde rijnaak. Ik ben er met Peter. Nou moet je weten dat een rijnaak van ijzer is en dat ze optraden in het lege laadruim. Ik hoef, naar ik aanneem, niet verder uit te leggen hoe hard dat klonk…

In die jaren worden ze vaak vergeleken met Nick Cave and The Bad Seeds, The Gun Club, The Stooges en The Cramps. De optredens in het clubcircuit zijn intens en spectaculair, die soms op een met the Cramps vergelijkbare manier exploderen en ogenschijnlijk uit de hand lopen. Zo fijn.

Eerst  nog even iets over het begin van de zangcarrière van Peter te Bos. Hij heeft ooit in een mannenkoor gezongen. Dat deed ie alleen omdat ie de dochter van de groenteboer zo leuk vond. En die groenteboer was voorzitter van de mannenkoorvereniging Orpheus in Alkmaar. Jaren later krijgt hij verkering met de zuster van John Cameron (gitarist Claw Boys Claw) en beginnen ze in 1983 de (Amsterdamse) garagerockband Claw Boys Claw. Van de oorspronkelijke bezetting zijn anno 2013 nog over Peter te Bos en gitarist John Cameron. Ze wonnen ooit de BV-popprijs, waarbij Peter te Bos de minister van Cultuur, Elco Brinkman een kus gaf. Daardoor haalden ze het acht-uur journaal.

Inmiddels is het 2013 en na een stille periode van vijf jaar verschijnt “Hammer”. Peter te Bos in een interview met Kindamusic: “Picasso had de blauwe periode, zo heb je ook de stille periode van Claw Boys Claw”. Hun garagerock is inmiddels uitgegroeid tot parkeergaragerock. Er zijn namelijk meerdere vakken ter beschikking. Zo zijn er tegenwoordig wat meer rustige nummers. Daar heb ik, als garagist, minder mee, maar ik moet toegeven, het zijn prachtige liedjes. Live gaat het gelukkig grotendeels om ongepolijste garagerock die de charismatische brulboei Te Bos en zijn mannen de zaal insmijten. Dat garagerock de snotaap is van de popmuziek, de etterbak die weigert volwassen te worden, bewijst Te Bos (geboren 24 december 1950).

Met z’n tienen zijn we naar de Gigant gegaan, in Apeldoorn. Het voorspel wordt verzorgd door Blackboxred, een jongen/meisje duo uut Grunning. Het blijft frappant om te zien hoe twee mensen een popconcert geven. Een soort van White Stripes, maar dan dansbare grunge, blues en electro. Zang door de vrouw plus gitaar en soms een ranzig orgeltje, Drums door de man. Vincent merkt op dat het wel weer het stereotiepe beeld is qua uitstraling (veel zwart). In plaats daarvan zou volgens hem het meisje eigenlijk in een bloemetjesjurk moeten staan met een bloemetjeskrans in heur haar. Vincent die vanavond voor het eerst, ja, u leest het goed, voor het eerst naar een echt popconcert gaat mag dan een originele gedachte ventileren, maar de onverwoestbare “Wetten der Herrie” werken anders dan die van de klassieke muziek. Hoe dan ook, we zijn best een beetje trots op hem. Nog nooit naar een popconcert geweest en dan, na slechts licht aandringen, meegaan naar de bovenbouw van de vaderlandse (parkeer)garagerock. Dan heb je wel lef.

Blackboxred stopt na ruim een half uur en ik denk dat het beter is om de band niet uit te breiden naar een vier, of, nog erger, vijfmansformatie. Dan vergaat horen en zien je helemaal.

In de zaal kunnen ongeveer 500 bezoekers, maar ze is voor ongeveer de helft gevuld. Ze hebben een gordijn hangen langs de zijkant om het daardoor wat intiemer te maken. Het is een mooie zaal. Achterin is de vloer verhoogd zodat je ook daar goed zicht hebt op het podium.

We hebben tot Claw Boys Claw begint wat achteraan gestaan, maar gaan nu meer naar voren, de vloer op. Bob ziet dat eerst niet zo zitten, maar ik weet hem zover te krijgen om in ieder geval een paar nummers daar te blijven. Door achterin te staan kom je, is mijn ervaring, niet goed ìn het concert. En dan doe je jezelf te kort. Je hebt het alleen niet door. Bob blijft en krijgt er geen spijt van.

Om iets na tienen betreedt Claw Boys Claw het podium. Het eerste nummer gaat, lijkt het, deels verloren door een niet goed afgestelde geluidsinstallatie. Het doet denken aan het neerstorten van de Von Hindenburg. Roadies gebaren naar elkaar en de geluidsman stelt het beter af. Weken later kom ik er achter dat het waarschijnlijk het nummer Pretty is geweest.

In willekeurige volgorde voor de liefhebbers een opsomming van wat nummers die ze die avond spelen: Pretty, Rosie, Locomotive Breath (een cover van Jethro Tull) , Bite the Dice, Superkid, So Mean, Weatherman, Monkey One,Wade, Wild Voo Doo, Power Breakfast, Zoo, Hammer en Troglodyte (een cover van Jimmy Castor Bunch).

Het bijzondere van Claw Boys Claw is de afwijkende show van de zanger ten opzichte van andere garagerockzangers. Hij lacht namelijk veelvuldig en dat is in dit genre van muziek nogal ongebruikelijk. Een (garage)rockzanger doet meestal een kunstje, en bij dat kunstje hoor je kennelijk niet te lachen. Op zich is daar helemaal niets mis mee, maar als dat kunstje aan de kant wordt gezet, geeft het meteen een heel andere schwung aan het geheel. Het geeft ook aan dat we hier te maken hebben met iemand die zich het kan permitteren ‘gewoon’ te doen en ook nog es de zaal in te lopen. Kwetsbaarder kun je je niet opstellen, lijkt mij. Ook maakt hij vanaf het podium foto’s met toestellen van mensen uit het publiek, drinkt bier uit glazen van het publiek of filmt met hun filmcameraatje de andere bandleden, en zingt ondertussen gewoon door. Zonder twijfel de meest charismatische garagerockzanger van Nederland.

Halverwege het concert verlaat Te Bos het podium en gaat de zaal in, uiteraard met microfoon, het snoer achter zich aan slepend. Het publiek komt steeds meer op stoom. Dat komt vast ook doordat hij daarbij een aubade zingt voor Petra! Na nog een nummer in de zaal te hebben gezongen, gaat hij weer terug naar het podium. De nummers en de show worden wilder. Te Bos loopt met de microfoon te zwaaien en gooit hem af en toe van zich af. Uiteindelijk, na ongeveer anderhalf uur vertrekken ze naar de kleedkamer. Het publiek roept om meer en aangezien ze uit Nederland komen, wordt het credo “Nog een liedje! Nog een liedje!” Het duurt maar even en ze komen terug om nog een paar nummers te spelen en daarna weer te vertrekken. Ik heb tegen deze en gene verteld dat “Now I Wanna Be Your Dog” eigenlijk altijd de afsluiter is, dus Bob begint zich wat zorgen te maken… Ik niet.

Ze komen terug voor een tweede toegift en nadat John Cameron de eerste akkoorden van het duistere intro aanslaat is het wel duidelijk: dit wordt niet een covertje van Corrie Konings. Nee, het is menens, het wordt een nummer uit 1969… Te Bos neemt nog een slok, Jeroen Kleijn, de drummer, strikt zijn veters, neemt ook een slok, en dan komt al het moois van die avond tezamen in “Now I Wanna Be Your Dog”, van The Stooges. Destijds met als boegbeeld Iggy Pop, u naar ik aanneem wel bekend… Een prachtig nummer. Alhoewel de oorspronkelijke versie tot de monumenten van de garagerock behoort, kan de snellere versie die Iggy Pop vandaag de dag live speelt mij niet echt bekoren. Nee, dan doet Claw Boys Claw het met meer respect. De zaal begint opnieuw te zinderen. Mensen stuiteren over de dansvloer. Een prachtige afsluiter.

Na afloop zegt Jeroen: “Ze moeten Claw Boys Claw verbieden nog langer studio-albums uit te brengen!!! Het moeten live-albums worden!” Jeroen slaat de spijker op z’n kop. Het is van de zotte dat deze band met hun enorme live  reputatie, nog nooit een live-album heeft uitgebracht.
http://www.youtube.com/watch?v=hUI0vwUNNL4

 

Dit bericht is geplaatst in Muziek (verhalen 13). Bookmark de permalink.