Super Rally 2013

                                           THUNDERBIRDS ARE GO!

Starring: Bert, Harry, Hilmar, Koos, Peter & Petra, Simon en Willem.
Tourcaptains: Bert en Peter.
Vertrek: woensdag 15 mei 2013 om 9.00 uur (planning) vanaf Harry.
Terug in Zwolle: dinsdag 21 mei 2013 om 16.30 uur.
Afstand: vanaf Zwolle ongeveer 2.150 km.

De SR 2013 is dit jaar in Polen (Wroclaw, vroeger Breslau).

Dinsdagavond 14 mei
Ik mail m’n zwager: “Koosje reist morgen af naar Wroclaw; daar is dit jaar de Superrally. Heel vervelend allemaal…”
Hij reageert met: “Wat een drama!! Ik zou niet vertrouwen op de dienstregeling van de NS. Kies daarentegen voor alternatief vervoer: Kun je geen motor regelen of zo?”

Woensdag 15 mei
Martin gaat weliswaar dit jaar niet mee, maar rijdt wel mee naar Raalte om ons uit te zwaaien. Om 7.30 uur dendert ie bij mij de straat binnen en rijden we naar de benzinepomp bij Karba waar Petra & Peter zullen staan. Ook de nestor staat er. Hij rijdt ook even mee om ons in Raalte uit te zwaaien. Bijna vlekkeloos rijden we naar Harrys huis. Toch een prestatie als je weet hoeveel straatjes er in die wijk in elkaar overlopen. Hilmar en Simon zijn er de vorige avond al naar toe gereden. Na verloop van tijd komen ook Jan jr, Jan sr en Dorus om ons uit te zwaaien.

Harry heeft de koffie klaar staan. De gevulde koeken zijn kennelijk lekker. Willem vertelt een verhaal over zijn ziekenhuisperikelen. Wat blijkt, hij is zeven centimeter gekrompen en gelooft daar niets van. Ik vraag hem of hij misschien de vorige keer op zijn zeven centimeter hoge stilettohakken liep. Peter doet ook een duit in het zakje, doet een ziekenhuisscène na en zegt met een hoog stemmetje: “Klik klak, klik klak. Hallo, daar ben ik dan, ik ben Willemijn, maar zeg maar Willy hoor.”

Ik vertel dat ik een nieuwe digitale snelheidsmeter heb met allerlei opties, zoals daar zijn: snelheid, gemiddelde snelheid, hoogste snelheid, tijd, calorieverbruik, vetverbruik, enz. Ik vertel ook dat als ik heel snel optrek er een sirenegeluidje uitkomt (wieuw, wieuw, wieuw) en dan achtereenvolgens de letters T, daarna een I, dan een L en ten slotte een T op het beeldscherm verschijnen. Inderdaad TILT. Het apparaatje springt op tilt als ik te hard optrek. Net als vroeger de flipperkast, als je die te ruw behandelde. Ik vind het allemaal niet zo raar, maar de anderen denken daar duidelijk héél anders over.

Ik vertel ook van een soortgelijk G-kracht probleem met de accu van de Rode Nachtegaal. Een paar weken geleden haalde ik hem namelijk uit de bak en inspecteerde het peil van de cellen. Wat bleek, de voorste cel stond een ietsje droog, van de middelste cel was het niveau goed, maar bij de achterste cel stond het niveau tot aan de schroefdraad! Ik heb het vanuit de achterste cel weer naar de voorste cel overgeheveld, maar snapte er niets van.
De nestor vindt het maar een raar verhaal. En mijn oplossing dat ik misschien óók voor de accu te snel optrek wordt ook nu weer zonder blikken of blozen van tafel geveegd.

Om 10 uur rijden acht onthaastmotoren Raalte uit. Via de Achterhoek rijden we richting Münster. In de loop van de dag begint het een beetje te regenen. We doen er niet eens de regenpakken voor aan. Een beetje regen is rock & roll. Na een poosje houdt het op te regenen en begint de lucht wat op te klaren. Ik rij achter Bert. Zijn motor loopt als een zonnetje, maar ze rookt wel een beetje. Ze gebruikt, zogezegd, een toefje olie. Ja, maar dan wel de toefjes die Willem graag als slagroom op zijn ijscoupe ziet liggen!

Die avond overnachten we in een hotel in Höxter en hebben we zonder sores 358 km gereden. De kamers zijn eenvoudig, net als wij. Het eten is prima. De groep is kleiner dan anders, maar we hebben het erg gezellig. De motoren slapen in een garage.

Donderdag 16 mei
Het ontbijt is zeer uitgebreid. Wel fijn als je weer een dag moet buffelen. De motoren worden uit de garage gehaald en nadat we de bagage erop hebben geknoopt rijden we om ongeveer 9.00 uur weg in stralend weer. Geen wolkje te zien.

Bert en Peter loodsen ons door het mooie Harzgebergte. In de buurt van Paderborn wordt het lastiger rijden met al die dorpjes die zijn volgeplempt met stoplichten. We herinneren ons later dat we dit eerder hebben meegemaakt. Toen waren we vermoedelijk op weg naar de SR 2003. Onderweg zien we ook enorme velden die helemaal zijn volgebouwd met zonnepanelen. Daar lopen we hier in Nederland toch wel wat mee achter. Bert daarentegen is een pionier, want die heeft een zonnecel achterop zijn motor gemonteerd, op een regenpijp (!), en die zonnecel laadt zijn mobiele telefoon op. Volledig CO2-neutraal, zoals ie trots verkondigt.

Bij een tankstop hebben we het over de mooie omgeving en de prachtige koolzaadvelden, waar ze biodiesel van maken. Iedereen vindt de geur ook zo lekker. Nou, ik kom niet veel verder dan de geur van verbrande SAE 50 HD olie van Quaker State uit de motor van Bert. Wel ben ik inmiddels zover dat ik de verschillen kan ruiken tussen verbrande SAE 50 HD olie van Quaker State in combinatie met benzines met 91 octaan, 95 octaan, 98 octaan en 102 octaan. Het gaat wat te ver om hier de verschillen in geursensatie te beschrijven, maar ik ben inmiddels door de voorronden van het Duitse tv programma ‘Wetten Dass’…
’s Avonds snuit ik mijn neus en komt er een complete wikkel uit van Quaker State SAE 50 HD…

Die dag rijden we nogal snel een bocht in. Op zich niet zo’n probleem, ware het niet dat het een U-bocht blijkt te zijn. Tja, en dan kom je echt aan het sturen. Ook krijgen we die dag te maken met grint op de weg en dat heeft niet iedereen direct door. En passeren we Ballenstedt, de plaats waar de SR 2012 was en wij ook waren. We zien nog net dat mannen in witte overalls de laatste hand leggen aan een betonnen sarcofaag die over veld U is gestort. We rijden er langs, en kijken quasi-nonchalant de andere kant op…

Aan het einde van de middag stoppen we bij een hotel in het plaatsje Herzberg. We hebben zonder pech 340 km gereden. Het is een prima hotel. De motoren kunnen we weer in garages laten overnachten. Het avondeten is weer fijn en uiteraard zijn er weer veel verhalen. Helaas zijn er geen Spargels (asperges).

Vrijdag 17 mei
Na het uitgebreide ontbijt rijden we weer om 9.00 uur weg. We kunnen op de terugreis weer in het hotel overnachten, als dat zo uitkomt. De eigenaar zal dan Spargel regelen als we even van tevoren bellen. Het is prachtig weer. In de loop van de dag krijgt Petra pech. We hebben dat niet allemaal direct door, maar tegen de tijd dat we weer bij elkaar staan heeft Simon de oorzaak al gevonden! Kaum zu fassen! De zekering bij de accu maakt slecht contact en wordt vervangen door een fris exemplaar.
IMG_8693

Bij Forst gaan we de grens over. De avond ervoor waren we nog gewaarschuwd dat de snelweg die daar begint heel erg slecht is en dat we dat stuk van 70 km dus niet moesten nemen. Maar ja, je weet pas wanneer je bij de grens bent, als je er bent. De tourcaptains proberen nog de route te wijzigen maar dat lukt niet meer, want we komen op een terminallaadstation terecht. Dus toch maar de snelweg op. Een beetje slechte snelweg is immers ook wel weer rock & roll. Het blijkt echter een enorme draak van een snelweg te zijn. We kunnen met goed fatsoen niet harder dan 50 km. En dan staat er aan het begin een bord dat het vijf kilometer duurt, maar na die vijf kilometer staat er een bord met acht km en daarna weer met zeven, enz. enz. Volgens mij is die snelweg een alternatieve niersteenvergruizer. Het meest bizarre is wel dat iemand het toch nog voor elkaar heeft gekregen om er een ree dood te rijden! Na 30 km kunnen we er vanaf. Dat doen we graag en nadat we hebben gekeken of onze lichamen en motoren nog compleet zijn, rijden we volledig niersteenvrij een stuk binnendoor.
Ik weet nu ook hoe de legendarische garagerockband Dead Moon aan de songtitel ’40 miles of bad road’ is gekomen.

Na een poosje over een prachtige binnenweg te hebben gereden, pakken we de snelweg weer en eten we nog even in een wegrestaurant. Ook daar trekken onze motoren weer de nodige aandacht. Niet zo verwonderlijk als je ziet wat er allemaal voor fraais staat, met bouwjaren van 1939 tot en met 1979. Inderdaad, veertig gouden jaren. Zo staat er een met zwarte regenpijpen, met daarop een zonnecel. Anderen zijn voorzien van grote aluminium bagagekisten met daarop een sticker met het woord Verbandkist, weer een ander heeft een grote zwarte leren koffer met allerlei dubieuze stickers erop. Weer iemand anders heeft een RAL-gele motor met o.a. een leren tas die bij elkaar wordt gehouden met krammen en op de bagage een fel rood waarschuwingsbordje met daarop het woord MINES. Ook grote luchtbedpompen doen her en der een duit in het zakje. En wat te denken van Koningswuppies op een stuur. Ook duct tape, veel duct tape. En dan heb ik het nog niet eens over het diverse pluimage dat erop zit. Baarden, flapperende jassen, legerlaarzen bedoeld voor in Afghanistan, fluorescerende oranje wegwerkhandschoenen, enz. Nee, dat dit gezelschap van een ander gehalte is dan een willekeurig nestje Vinex-rijders mag duidelijk zijn.

We rijden verder en raken vlakbij Wroclaw door een kleine vergissing op een andere weg. Van daaruit zijn er echter geen bordjes die verwijzen naar de SR. We komen midden in Wroclaw terecht. Peter spreekt bij de stoplichten een taxichauffeur aan die ons de weg wel wil wijzen. Het is wel handig om juist nu bij elkaar te blijven, maar de achtersten van de groep weten nog niet dat de taxichauffeur onze gids zal zijn. Na wat geschreeuw is iedereen op de hoogte en blazen we door Wroclaw, want ook in Wroclaw rijden taxichauffeurs of hun leven er vanaf hangt. Na een poosje moet hij de andere kant op en wijst de richting aan waar we naar toe moeten. Met de hulp van een Harley-rijder komen we om 19.30 uur bij de SR. Het is een Olympisch stadion uit 1928. Het heette ook nog es een tijdje het Hermann Göring stadion, maar die naam raakte gelukkig, weliswaar veel te laat, uit de mode…

IMG_8695
Binnen een paar minuten zijn we binnen en rijden het terrein op over de oude oprijlaan. Na een meter of vijftig staat er een mannetje met een geel hesje. Peter vraagt of we het terrein aan de linkerkant op kunnen en dat kan. Peter en Harry rijden het grasveld op, maar de rest wordt tegengehouden. Nee, daar kunnen wij niet op, want dat is het veldje Pre-booking. Ik leg de man uit dat niemand van ons heeft geprebooked or whatever. Hij geeft geen krimp. Petra, die zichzelf van Peter gescheiden ziet, legt uit dat zij the wife is van the muppet on the RAL-yellow Harley die net het veld is opgereden en dat ze bij hem in de tent slaapt. De man gaat overstag en zo belanden wij op een heerlijk rustig veld met langs de kant een batterij Dixies en twee wasbakken.

Nadat we de tenten hebben opgezet lopen we wat over het terrein. Harry en ik besluiten het betaalsysteem voor elkaar te gaan maken. Bij een loket kopen we een Visa-betaalkaart en laten er geld op zetten. Harry wil ook de pincode weten, want Harry werkt bij een bank, dus kriebelt dat. Hij leest de gebruiksaanwijzing en overlegt met mij. Uiteindelijk zijn we van mening dat onder het plakstrookje, dat je eraf kunt trekken, de pincode zal zitten als je het zwarte laagje weg krabt. Ik trek het strookje er voorzichtig af en Harry begint te krabben. En blijft krabben. Het lukt niet echt. Ik geef hem mijn mesje en Harry gaat verder met krabben. Het zwarte laagje verdwijnt uiteindelijk, maar er verschijnt geen pincode. Harry overlegt met een Duitser en wat blijkt: de pincode staat op het verwijderde strookje, dat ik inmiddels in een grote vuilnisbak heb gekiept. Dus wij met zaklampen erin schijnen, maar helaas. Gevolg daarvan is dat Harry slechts uitgaven tot € 10 per keer kan doen. Voor hogere bedragen heb je namelijk de pincode nodig. Het verhaal wordt natuurlijk met smaak door ons aan de rest verteld. Die zijn van mening dat het beter is voor Harry dat hij een beetje onder curatele is komen te staan, omdat hij zo vreselijk koopziek is. Harry staart een seconde voor zich uit en zegt dan tegen mij: “Dus zo komt het nu in jouw stukje.”
Inderdaad.

We ontmoeten die avond mensen van ’t Hok uit Ermelola, een aantal uit Voorschoten en uiteraard Mug. We staan bij het tweede podium, want bij het hoofdpodium wordt 2% bier geschonken. Je bedenkt het niet.
De bands bij het tweede podium zijn aardig en de sfeer is prima. Het bier dat geschonken wordt heet Tyskie en is eigendom van Grolsch. Grolsch heeft er ook een eigen biertentje. Zo fijn.

Zaterdag 18 mei
’s Ochtends gaan we ontbijten. Kapitein Willem vertelt dat het een uur duurt voordat je aan de beurt bent. Het duurt inderdaad erg lang, maar het ontbijt is verder prima. Het enige minpuntje is de wat lauwe koffie. Daarna lopen we wat rond en bezoeken de markt met kleding. We kopen een SR-shirtje. Ik kan beter shirt zeggen, want de maat is XXL. De XL en de L zijn al uitverkocht.

Petra & Peter die een lek in hun tweepersoonsluchtbed hebben, hebben de dag ervoor een huisje geregeld en daar geslapen. De huisjes staan op het terrein. Later die dag gaan we het huisje bekijken. Peter had al voorzichtig gezegd dat het niet zo veel voorstelde, maar dat was toch wel erg bescheiden uitgedrukt. Wat een asbestgribus. Foei. De eerste keer dat ze daar onderhoud aan hadden gedaan was meteen de laatste keer geweest. Maar goed, voorlopig sliepen ze wel in een echt bedje.
IMG_8699

IMG_8700
We hangen die middag wat rond bij de tent, sommigen plegen nog wat onderhoud. Het weer is schitterend, 25 graden en meer. Een Oostenrijker die naast ons staat heeft sores met zijn accu en probeert een en ander te repareren.
Peter stapt op een gegeven moment met veel gevoel voor theater naar zijn RAL-gele Harley en zegt met luide stem: “All systems check!” zet zijn motor op contact (klik), drukt op de claxon (TOEEET!!!) en zegt dan: “All systems are go!”
Met dank aan The Thunderbirds.

’s Avonds eet ik alle smaken pizzapunten die er zijn. Prima-de-luxe. We lopen en hangen wat rond en gaan nog even bij het tweede podium staan. Daar is iets met karaoke. We lopen niet te laat naar de tent. Het is mooi geweest.

Zondag 19 mei
We worden ’s ochtends wakker en wat blijkt!? De batterij secreten die naast ons veldje in een rij stonden opgesteld zijn weggehaald door de organisatie. Nee, dat is fijn. Ik heb niet gekeken of ze ook weg waren bij de andere velden, maar dat lijkt me niet echt handig met een treffen dat nog een hele dag duurt. Ik ga me wassen bij de nog wel aanwezige twee wasbakjes. Terwijl ik bezig ben met het voetpompje om water uit de kraan te krijgen, zie ik op nog geen drie meter afstand wat bewegen achter de struiken. Ik kijk es wat beter en ja hoor, er zit iemand op z’n hurken een raket te metselen! Zeldzaam.

We rijden om ongeveer 9.00 uur weg van het terrein, de sirenes doen het fijn. Bij de uitgang staan twee politieagenten, waarvan één van het vrouwelijk geslacht. Ik kan me niet voorstellen dat er een nog mooiere agente te vinden is in Polen. Een waardig afscheid.

We rijden over een andere snelweg Polen uit en gaan nu richting Dresden. Daarna gaan we weer richting Herzberg, waar we de donderdag ook hebben overnacht. Er is nog telefonisch contact met de hoteleigenaar, zodat hij een veldje Spargels kan laten leeg plukken. Bij een pompstation waar we weer es tanken, zijn ook veel, wat oudere, Volkswagens. Wat blijkt, er is een VW-treffen in de buurt geweest. Gelet op het wel zeer gemêleerde gezelschap, was ook dat vast heel erg fijn.

Tijdens de reis zijn we wel es geflitst door snelheidscamera’s die in dorpjes staan. Maar met die foto’s kunnen ze niets, want die zijn van voren gemaakt. Als ze alle foto’s die er in de afgelopen jaren van ons zijn gemaakt, bij elkaar gooien kan het hele korps kwartetten. “Darf Ich von dir aus der Serie rote Harley-Davidsons, der Harley-Davidson mit dem Aufkleber ‘Junge Frau zum mitreisen gesucht’?”

Als er weer es getankt moet worden en er niet zo gauw een benzinepomp verschijnt, raadpleegt Willem zijn Garmin. Een paar kilometer verderop moet een benzinepomp zijn. We razen er naar toe, maar helaas. Wel een keurig terrein, voorzien van mooi aangeharkt grint. Er heeft tot voor kort een benzinepomp gestaan, maar die is inmiddels opgeheven. Garmin was hiervan niet op de hoogte. De voormalige pomphouder zit voor zijn open haard grote sigaren te roken, erboven hangt de schoongrondverklaring in een mooie lijst…
Ook met dank aan Garmin vinden we iets verderop een andere benzinepomp.

We komen op tijd bij het hotel in Herzberg, worden hartelijk ontvangen en eten die avond heerlijke asperges.

Maandag 20 mei
De volgende ochtend rijden we na het ontbijt om ongeveer 9.00 uur weg. We worden uitgezwaaid door de eigenaren van het hotel. Nog steeds is het prachtig weer. Na verloop van tijd stoppen we ergens, zodat de tourcaptains de route verder kunnen uitstippelen. Willem klaagt over de harde wind. Ik wijs naar de draaiende windmolens en vertel hem dat het zo hard waait omdat ze die windmolens hebben aangezet. Willem lacht me uit. Ik vertel vervolgens dat het onderweg eigenlijk nergens waaide, behàlve in de gebieden waar die windmolens stonden te draaien. Willem lacht me nog harder uit. Toch jammer..

Die avond overnachten we in Elbrinxen. We hebben 386 km gereden. In het dorp is het jaarlijkse schuttersfeest. Het hotel heeft gelukkig nog genoeg kamers vrij. De motoren kunnen we achter het hotel overdekt wegzetten. Aan de geachte clientèle in het café is overduidelijk te zien dat die niet de hele middag in de bibliotheek hebben gezeten. Wat een toestand! We eten gelukkig in een aparte zaal.

Dinsdag 21 mei
Na het ontbijt vertrekken we om 9.00 uur. In Saerbeck nemen we afscheid van Hilmar en Simon. Ze moeten naar Groningen, dus is het voor hen logischer om nu naar het noorden af te buigen.

In de loop van de middag komen we in Nijverdal en besluiten om er een kop koffie te drinken. Als we aan een tafel zitten, zet Peter mijn Ray-Ban zonnebril op en zegt tegen Petra: “En, staat ie mij?” Petra: “Jou staat alles, schatje.” Peter: “Ja, zelfs als ik Koos over mijn hoofd zou trekken, zou ik er nog steeds goed uitzien.”
In een flits kijk ik in de toekomst en zie na het achtuur journaal van die avond de volgende tekst en stem in beeld komen: “En dan volgt nu een politiebericht.“ …

Het is inmiddels behoorlijk gaan regenen. Ik zeg dat ik het vertik om voor dat laatste stukje m’n regenpak aan te trekken. Bovendien heeft dat als voordeel dat alle vliegen van mijn jas af zullen spoelen. Willem: “Ik heb geen vliegen op m’n jas. Peter: “Nee, want je rijdt achter Koos! Bovendien eet je ze allemaal op. Ja, dat zie ik wel hoor, met dat kleine kuipje kruidenboter op je stuur. Yammi, yammi!”

Nadat we afscheid van elkaar hebben genomen, rijden we verder, maar nu echt in de regen. Om ongeveer half vijf ben ik weer thuis. Ik realiseer me dat we eigenlijk geen pech hebben gehad, terwijl we toch ongeveer 2.150 km hebben gereden. Het is gewoon griezelig.

Dit bericht is geplaatst in Super Rally (19). Bookmark de permalink.