Super Rally 2011

“IN THE FUTURE EVERYONE WILL BE FAMOUS FOR FIFTEEN MINUTES”
(ANDY WARHOL, 1968)

Starring: Bert, Bob, Dorus, Harry, Hilmar, Jan jr, Koen, Koos, Marius, Martin, Peter & Petra, Simon, Walther en Willem.
Special guests op o.a. de SR: Jan, Jeroen, Ronald en Vincent.
Tourcaptain: Jan jr.
Vertrek: woensdag 8 juni 2011 om 10.00 uur vanaf Peter & Petra.
Terug in Zwolle: vrijdag 17 juni 2011 om 17.00 uur
Afstand: vanaf Zwolle 2.478 km.

De SR is dit jaar in Litouwen. Om het aantal reisdagen wat te beperken hebben we besloten om de heenreis met de boot vanaf Kiel naar Litouwen te gaan en dan over land terug.

Woensdag 8 juni
Om 10.00 uur vertrekken we vanaf Peter en Petra, nadat we zijn volgegoten met prima koffie. Ik mag van Peter nog een nieuwe sticker uitkiezen voor op mijn koffer. Het wordt de afkorting KMA (ja, denk daar maar es over na). Zelf had ik er thuis nog zorgvuldig een nieuwe sticker opgeplakt met de tekst ‘Lux Interior is my co-pilot’. Zo fijn.

Lux Interior is my co-pilot

Het weer is niet al te best en de meesten trekken dan ook hun regenpak aan. In de buurt van Ommen begint het te regenen. En dat zal het die dag grotendeels blijven doen. Het regent niet hard, maar wel lang.
Iets na Ommen, we rijden op de N34 richting Hardenberg, willen grote gele borden ons linksaf laten slaan. Daar denken wij toch echt anders over en rijden gewoon rechtdoor. Al gauw wordt duidelijk waarom we linksaf moesten. De weg is een stuk smaller gemaakt, er liggen manshoge drempels, er zijn wegversmallingen, enz enz. Hier en daar mag je nog maar 30 km rijden. Het nut van dit alles ontgaat ons even, maar dat het bakken met geld heeft gekost is wel duidelijk.

Op een gegeven moment zie ik in de verte een enorme streekbus keren op de weg. Mijn eerste gedachte is: ‘die is verdwaald, da’s knap!’ We rijden er langs en komen vervolgens in Duitsland. De streekbus was dus niet verdwaald maar was letterlijk aan het einde van zijn route gekomen en moest keren.
Bij elke tankstop laat Willem even zijn achterlicht leeglopen. Niet alleen Willem heeft iets met water, zijn achterlicht óók. Wel kijkt hij elke keer voordat hij het achterlicht laat leeglopen even of er ook al vissen in zitten.
Marius verliest in Duitsland zijn versnellingspook en scoort daarmee het roze lintje. In de plaats Berne, in de buurt van Oldenburg, ontmoeten we Hilmar, Simon en Walther bij een koffiecorner naast een supermarkt zodat de groep dan compleet is. De Italiaanse eigenaren van de koffiecorner verbazen zich over de gekte die zich in korte tijd in hun zaak afspeelt.

In het plaatsje Osterholz-Scharmbeck overnachten we in een hotel. We eten er voortreffelijk. Willem, onze caloriecoach, laat het zich goed smaken. Hij heeft net een periode achter de rug van het plaatsen van gebitsimplantaten waardoor hij een tijd lang niet zo fijn heeft kunnen eten, dus hij moet nog wat aansterken…
Bob, Koen en ik hebben en kamer die twee slaapvertrekken heeft. Koen en ik slapen in de een, Bob in de ander. Koen maakt nogal wat geluid waardoor ik die nacht een permanente gehoorbeschadiging en een losgetrilde milt oploop. Vreselijk wat een herrie.
De volgende ochtend als we op de kamer onze spullen weer inpakken hoor ik Koen rommelen met een kettingslot. Hij moppert wat in de trant van ‘Wat is zo’n slot zwaar hè’, waarop ik vraag: ‘Maar Koen, hoort dat ding niet aan je motor?’ ‘Ja, eigenlijk wel, maar dat was ik vergeten.’ Humor.

Donderdag 9 juni
Het is droog en da’s wel fijn. De sliert van vijftien Harleys glijdt door het landschap. Al met al een lengte van ik schat 150 meter. We rijden die dag naar de boot in Kiel en gaan nog met een pontje over de Weser. Petra heeft wat kleine problemen met de schakelklok en scoort het roze lintje. Om vijf uur ’s middags zijn we bij de boot. We checken in en om acht uur ’s avonds vertrekken we. Het wordt een reis van 22 uur. Op de boot wemelt het natuurlijk van de Harley-rijders. De hut die Bob en ik hebben zit precies midden voor. We hebben zelfs televisie. Het ziet er allemaal erg netjes uit. Die avond hangen we wat rond. We ontmoeten nog ene Peter uit de buurt van München die ook Richard & Karin denkt te kennen. Ik had hem ontmoet op de boot bij het parkeren van de Rode Nachtegaal. Hij vraagt of het een Knuckelhead is. Ik vertel hem dat het een Liberator is, 750 cc, burgermodel, enz. Hij vraagt of het een Flathead is. Ik ontwijk de vraag, ik rij er tenslotte pas een jaar of twintig op, en vertel opnieuw over Liberator, burgermodel, 750 cc, enz. Dan komen we lachend tot de conclusie dat het begrip Liberator onbekend is in Duitsland…

Vrijdag 10 juni
Nadat ik heb ontbeten ga ik weer naar de hut. Bob ligt op bed tv te kijken. Na een poosje gaat Bob weg en slaap ik nog even een dik uur. Time flies when you’re sleeping well.

Aan het eind van de middag pakken we de spullen weer bij elkaar en gaan we naar de motoren. We knopen de bagage weer achterop. En dan begint het wachten tot je eruit kunt en je weet dat wanneer er één zijn motor start, ze hem allemaal zullen starten. En dan… VROEMM VROEMM start de nestor zijn motor! Omdat-ie moet warm lopen. En ja hoor, iedereen start zijn motor. Wat een herrie en vooral stank. Er zit vast wel een luchtverversingsinstallatie op de boot maar die kan nooit op tegen onze umweltverschmutzers. De hoeveelheid uitlaatgassen zijn enorm. Om je longen daarvan te laten herstellen zul je langdurig in een Zwitsers kuuroord moeten verblijven. Als we eindelijk uit de buik van het schip mogen rijden snakt iedereen naar frisse lucht.

We rijden door het havengebied van Klaipeda als ik aan de andere kant van de weg een enorm gat in de weg zie. Het gat zit tegen de stoeprand. Om te voorkomen dat je erin kukelt hebben ze er een blok beton voor gelegd, als waarschuwing. Maar er is iets mis gegaan in de communicatie met het mannetje dat de weg moet repareren want in het gat groeit inmiddels een boom van zeker één meter hoog!

Om ongeveer zeven uur ’s avonds komen we aan op de Super Rally. Het betalen van de entree gaat lekker snel, dus even later rijden we het terrein op. Na wat zoeken komen we bij een leeg terrein waar we de tenten opzetten. Harry ziet opeens Jan, Jeroen, Ronald en Vincent rijden. Er wordt wat gebeld en even later komen ze aanrijden en zetten hun tenten bij ons op. Staan we met een groep van negentien personen bij elkaar. Het eerste dat Vincent vertelt, hij heeft de helm nog op, is dat ze een regenbui van twee dagen hebben gehad. Ook vertellen ze over de bijna-dood-ervaringen die ze allemaal in Polen hebben gehad. Deze BDE-tjes werden veroorzaakt door tegemoet komend inhalend vrachtverkeer. Omdat er van die enorme rillen in de weg zitten kunnen ze moeilijk uitwijken. Nee, het is weinig opbeurend allemaal.

Die avond lopen we wat over het terrein waar je gewoon met Euries kunt betalen en meestal ook weer Euries als wisselgeld terug krijgt. De organisatie zit goed in elkaar wat betreft eten, drinken en sanitair. We ontmoeten veel bekenden. Ik denk dat er al met al ongeveer 25 mensen van onze club zijn.

Zaterdag 11 juni
We sleutelen wat aan de motor, voor zover nodig. Ik stel de kettingen af en spray de distributieketting in. We slenteren over het terrein. Ik koop twee shirtjes en heb daarbij geluk. Ze hebben enkel nog XXL. Past dus precies… Peter wil net zo’n handdoek kopen als Petra net heeft gedaan voor € 10. Als hij wil betalen kost de handdoek opeens € 15. Zulke prijsstijgingen zijn vaak een teken dat er oorlog op komst is, waardoor iedereen aan het hamsteren slaat. We kijken verschrikt om ons heen, maar alles ligt er vredig bij.
Uiteraard staan er veel bijzondere Harleys op het terrein. Zo staat er een Harley waarvan het stuur hoger is dan 1.80 meter. Ronald kan onder het stuur staan. Je weet niet wat je

Reuzenharley-Davidson

ziet!

Die avond is de hoofdact een Pink Floyd tribute band. ’s Middags is de soundcheck geweest en je kunt horen dat dit niet zo maar wat is. Zelf heb ik niets met Pink Floyd, maar ik ga ’s avonds wel even kijken. Het is zonder meer de moeite waard. Goede muzikanten en drie zangeressen. Eén van ons is van mening dat vooral de langharige blondine erg mooi zingt. En dat terwijl ze telkens tegelijk zingen. Over absoluut gehoor gesproken… Nadat het concert is afgelopen lopen Harry en ik terug naar de tent. Het is halftwee. Bij de tent gekomen sluit Harry de dag af met: “En het zou nog lang onrustig blijven op de Super Rally.”

Zondag 12 juni
We proberen rond een uur of negen te vertrekken, maar Martin krijgt zijn Harley niet aan de praat. En maar trappen en maar trappen. We komen tot de conclusie dat je sneller een koe leert touwtje springen dan dat Martin zijn motor aan de praat krijgt. Wat blijkt: sores met de accu. Aangezien Bert een magneet heeft en dus niet per se een accu nodig heeft wordt er geruild. Even later rijden we weg. Jan leidt ons Klaipeda uit. Eerst zijn de wegen slecht, maar dat verandert beetje bij beetje. Na verloop van tijd rijden we over mooie wegen. Over de eerste honderd kilometer doen we door allerlei pech maar liefst vier uur. Zo gaat Harry zijn helm kapot, maar die kan snel gemaakt worden. Daarna krijgt Simon een beetje pech, want zijn stuur zit los. Wij staan iets verder op bij een bushalte met de helmen op en doen aan planking om de tijd te doden.

Planken 2

Planken

Mensen, die aan de overkant van de weg in de tuin aan het werk zijn staan met volle verbazing te kijken hoe Peter plankt op een bankje van de bushalte terwijl ik foto’s maak. Simon, de rassleutelaar, zet zijn stuur intussen weer vast met twee vingers in de neus. Even later zitten bij Hilmar de contactpunten dicht. Simon en Hilmar hadden de punten pas geleden vervangen, maar vergeten een beetje vet aan het fibertje te doen. Tja, en dan slijt het snel. Eerst staan de punten te wijd, je kunt er wel een blik doperwten tussendoor keilen, maar dan staan ze weer perfect. Daarna breekt bij Peter een moer van de voetsteun af. Hij vervangt de voetsteun voor een stepje. Nee, het roze lintje is die dag niet eenkennig.

Jan heeft een prachtige route uitgezet, waarbij we ook lange tijd door een bos rijden met kaarsrechte wegen. Er is geen tegemoetkomend verkeer, wat het heel apart maakt. Iedereen is het erover eens dat het een bijzonder bos is. Je zou zeggen, een bos is een bos, maar dit bos is op de een of andere manier anders. Een prachtige locatie voor film. De fijne muziek ervoor heb ik natuurlijk ruimschoots voorhanden, alleen het scenario ontbreekt nog… Er is ook een heksenconferentie in het bos want langs de weg staat iemand die heksenbezems verkoopt.
De huizen in Litouwen zijn vaak van hout en in allerlei kleuren geschilderd. Blauwe huizen, groene, gele, enz. Elk huis heeft een grote voorraad openhaardhout.

Zowel in Litouwen als in Polen zijn veel ooievaars. In Nederland zie je ze wel es, maar dan op afstand. Hier zie je ze van veel dichterbij. Het valt op dat ze er nogal gasterig uit zien. Een beetje overwerkt lijkt het wel. Zal wel komen omdat ze vreselijk druk zijn met het voeren van hun jongen.

Die dag rijden we toch maar liefst 480 kilometer, volgens mij een nieuw groepsrecord. We komen om ongeveer zeven uur aan in het hotel van Max. Daar zijn ook weer: Jan, Jeroen, Ronald en Vincent. Ook die avond is het weer gezellig.

Maandag 13 juni
De volgende ochtend ontbijten we uiteraard, maar wat we vooral doen is vreselijk lachen. Iedereen is weer lekker op dreef.

Om halftien vertrekken we. Na ongeveer 150 kilometer zijn we net na Olsztyn. Het is tien voor twaalf zo reconstrueren we later. We rijden door een bosrijke omgeving achter een vuilnisauto. Je mag er 80 maar omdat de vuilnisauto niet zo hard kan, rijden we iets langzamer. We zien op de linkerweghelft een auto van een wegenbouwbedrijf of gemeente stil staan. In de buurt loopt een mannetje met zo’n loopwieltje wat op te meten. Erachter stoppen auto’s omdat er tegenliggers zijn, waaronder wij. Direct erna komt een bocht naar links en die is door het bos onoverzichtelijk. Van de andere kant komt een vrachtauto die opeens die auto’s voor zich ziet stilstaan. De chauffeur remt zo hard dat de wielen blokkeren. Doordat de vrachtauto in een bocht zit glijdt hij onze weghelft op. Walther die voor Harry rijdt kan de vrachtauto nog ontwijken door wat naar rechts te sturen. De vrachtauto glijdt nog verder onze weghelft op waardoor Harry hem net niet meer kan ontwijken. De zijkant van de oplegger komt tegen Harry zijn linkerschouder. Hij raakt daardoor uit balans en komt rechts tegen de vangrail en vervolgens weer tegen de vangrail. Harry valt van de motor en komt met een smak op het wegdek. De nestor, die als laatste rijdt, rijdt aan de bermkant en kan gelukkig op tijd stoppen. Hij stapt van zijn Harley af, loopt naar Harry en zegt: “Zeg wat tegen me.” Harry is bij bewustzijn en praat terug. Het lijkt allemaal mee te vallen. Het is een raar iets om te zien. Harry liggend/halfzittend op het asfalt, de Harley ernaast in het zand bij de vangrail. Aan het stuur hangt een laars van Harry, wat wel bizar is. Het duurt maar even en we horen een sirene van een politieauto. Even later de sirene van een ambulance. Iemand vertelt dat er ook een helikopter onderweg is en ja hoor daar komt-ie al aanvliegen. Het is net alsof we in een film zitten. Heel bizar. De helikopter landt in een graslandje langs de weg en even later ligt Harry op een brancard. Iemand van het helikopterpersoneel spreekt Engels en vraagt Harry van alles. Harry krijgt een infuus aangelegd, een naald met een dopje erop, zodat ze, als het nodig is, daar weer van alles op kunnen aansluiten. Even later wordt Harry naar de helikopter gedragen. De helikopter stijgt op. Het is bijna surrealistisch. Daar gaat Harry;

Daar gaat ònze Harry!

ònze Harry! Op weg naar een militair hospitaal, vier vliegminuten verderop. Het is moeilijk in te schatten maar ik denk dat Harry ongeveer een half uur na het ongeluk naar het ziekenhuis wordt gevlogen. Al snel krijgen we bericht dat alles goed lijkt. De communicatie tijdens dit spektakel gaat via een Ier die in Polen woont en die in de file staat en heel goed Engels spreekt. Hij fungeert als tolk.
Dan begint de nasleep. Er komen mannetjes met meetwieltjes die de remsporen

Remsporen

in kaart brengen, getuigen horen, enz. enz. Het duurt tot ongeveer halfdrie, pas dan wordt de weg vrijgegeven. Je moet daarbij wel bedenken dat het een belangrijke weg is die al die tijd is afgesloten. Het kan niet anders dan dat er een enorme file heeft gestaan. Het ongeluk zal later ook in Poolse kranten staan. Harry, de man die niet graag op de voorgrond treedt, heeft zijn fifteen minutes of fame ruimschoots toebedeeld gekregen!
Achteraf constateren we dat het afwikkelen van het ongeluk goed was geregeld. De politieagenten, het ambulancepersoneel en helikopterpersoneel; ze hadden het allemaal goed onder controle. Het enige beroerde was dat niemand een andere taal sprak dan Pools, behalve dan de man die hoorde bij de helikopter, maar die kwam pas later. Maar het was nog beter geregeld geweest als die muppets van het wegenbouwbedrijf of gemeente de weg fatsoenlijk hadden afgezet. Dan was de vrachtauto niet in de slip geraakt, enz…

We rijden naar camping Stare Jablonki iets verderop. Bert biedt aan om mijn tent op te zetten omdat ik met Petra, Jan en Walther naar het ziekenhuis ga. De vier vliegminuten zijn op de motor ongeveer 30 kilometers. Na een beetje zoeken komen wij bij het ziekenhuis. De portiers, een oudere man en een jonge man komen uit hun hok. Ze hebben een houding over zich van ‘dit is mijn territorium, hier ben ik de baas’. Wij vragen of dit het militaire hospitaal is, wat het duidelijk lijkt te zijn. Maar nee, zo gemakkelijk gaat het niet. De jonge portier vertelt dat er nog een hospitaal is en dat wij daar moeten zijn. Kijk, en dan bewijst Jan opnieuw dat er maar één iemand roadcaptain kan zijn door een briefje uit de jas te toveren met daarop het adres van het hospitaal. En dat adres is het adres waar we staan. De portiers overleggen en komen gezamenlijk tot de conclusie dat we toch wel op het juiste adres zijn. We worden vervolgens met alle egards behandeld en rijden door de poort. Als we naar de ingang zoeken, je denkt aan een ingang zoals bijvoorbeeld bij het ziekenhuis in Zwolle, zien we twee dames staan te roken bij een deur. We beginnen te vragen maar hoeven de zin eigenlijk niet af te maken. Ja hoor, dit is de ingang. Wij naar binnen. Aan de linkerkant is de balie. Wij netjes staan, zonnebrillen af en vast van plan om met minstens twee woorden te spreken. Dat is niet nodig want voordat we iets kunnen zeggen staat er al een verpleger naast ons die zegt: “Only one person at the same time.” En nodigt één van ons uit. Wij snappen niet hoe hij weet wie wij willen bezoeken? Blijkt het ongeval van Harry als een lopend vuurtje door het hospitaal te zijn gegaan (ongeluk, motorrijders, helikopter). En aangezien wij er niet uitzien alsof we net van een banket van Van Lanschot bankiers (sinds 1737) komen is één en één twee. Om de beurt gaan we naar Harry en bespreken van alles. Waar het ook om gaat is dat Harry weet dat wij in de buurt zijn. Hij ligt daar toch maar opeens, patsboem, een beetje groggy in een hospitaal. De bagage van Harry heeft Walther voor hem meegenomen. Kan Harry zich in ieder geval verkleden. Ook wel es lekker na al die stress. Harry geeft ons zijn fles Jack Daniels mee. Die moeten wij maar fijn leegmaken. Harry zal tijdens zijn verblijf kennis maken met een vrouwelijke Poolse, steenkolenengels sprekende, arts. Nadat Harry een schoon shirt had aangetrokken zei ze: “Heb je alleen maar Harley shirts?” Enz. enz. enz. Het bijzondere van deze arts was, dat ze een T-shirt aan had met als tekst: “Buenos Fucking Aires”.
Doktersromans beginnen ook wel es zo, schijnt het…

Na verloop van tijd vertrekken we weer en bij de poort begint de oudere portier tegen me te praten. De jonge portier vertaalt af en toe wat. De man is helemaal lyrisch van mijn Harley en heeft het ook nog over Bolsjewieken. Nadat de parkeerkosten in Euries zijn betaald rijden we weer weg. Ook in de stad is er weer veel aandacht, terwijl we nu maar met vier motoren rijden. Ach, het went snel moet ik zeggen.

Terug op de camping doen we verslag en eten pizza’s die besteld zijn. Enorme pizza’s. De campingeigenaar had verteld dat er een restaurant was, een ietsje verderop, maar Bert en Martin waren er naar toe gewandeld en kwamen met veel moeite langs de portier. Het was een heel sjiek restaurant. Bert en Martin hadden het idee dat ons totale ensemble misschien een ietsje teveel zou zijn voor de geachte clientèle, vandaar de pizza’s. Ook hadden ze besloten dat het roze lintje moest worden afgeschaft. Harry krijgt dus het lintje, ingelijst en wel. In plaats van het lintje zal iemand die pech krijgt van Bob een klap krijgen. Klaar ben je.

We eten en drinken aan een grote tafel op de camping. De fles Jack Daniels van Harry wordt probleemloos leeggedronken. Iets verderop, op een terrein dat niet van de camping is staat een naargeestige oude metalen schuur. Het is een schuur die je niet graag cadeau krijgt zal ik maar zeggen. Peter en ik vragen ons af wat er in het verleden allemaal voor vreselijks in die schuur is gebeurd. Een vernieuwd Texas Chainsaw Massacre is snel bedacht. Peter eindigt met vervormde stem en zegt: “Ja meneer de rechter, ik kon nooit zo goed met vrouwen omgaan en daarom bewaarde ik ze in pakketjes van vijf kilo in de vriezer.”

Dinsdag 14 juni
Die ochtend is er contact met Harry om negen uur. Hij is ontslagen uit het hospitaal, zoals de vorige dag al was aangekondigd. Aangezien Harry moeilijk zijn grote tas mee kan nemen bij zijn terugreis naar Nederland gaan Petra en Walther naar het ziekenhuis en nemen de bagage mee. Deze wordt over de anderen verdeeld. Walther zal het meeste vervoeren. Op de een of andere manier kan hij gewoon verder stapelen. Harry zal die dag met het vliegtuig terug gaan naar Nederland, zijn motor wordt later die maand opgehaald en naar Raalte gebracht.

In de tijd dat Petra en Walther weg zijn zitten we met een paar man bij het meer. Jan en ik, vooral Jan, geven vogelles aan de anderen. Ook andere aspecten van de natuur passeren de revue, maar niet iedereen blijkt hierin geïnteresseerd. Stelletje milieucriminelen. Als het over eten gaat begint de nestor nog even te raggen over paprika’s. Vooral de rode paprika moet het ontgelden. Volgens Don Bob is daar van alles mis mee en is de rode paprika verantwoordelijk voor de EHEC-bacterie. Eigenlijk is de rode paprika voor alles wat er fout gaat verantwoordelijk…
Om halftwaalf rijden we weg. In de loop van de dag krijgen we een enorme bui over ons uitgestort. Even daarvoor waren we gestopt om onze regenkleding aan te trekken. De bui duurt weliswaar niet zo lang, maar is wel van Bijbelse heftigheid. Hoe ik ook met de ogen knipper, ik heb nauwelijks meer zicht. Na een poosje krijg ik ook bijna geen lucht meer. De regendruppels lijken wel hagel van de ergste soort.
Als het niet meer regent en we op een gegeven moment stoppen komen Bert en ik tot de conclusie dat het verdacht veel leek op waterboarding. Het waterboarding moet zijn uitgevonden door een motorrijder zonder vizier. De vizierrijders hebben geen last gehad van het waterboarding, maar ja, een vizier is minder primitief en dus minder rock & roll. En dat telt nu eenmaal zwaarder!
Willem doet zijn beklag bij de nestor vanwege het feit dat zijn regenpak kapot is gegaan. Nu zou je als buitenstaander denken dat er een scheurtje in zit, maar dat is niet het geval. Het regenpak ziet eruit alsof Willem met een beer gevochten heeft. De rafels hangen er bij. Bob komt met een tirade zoals we van hem gewend zijn en sluit af met: “Bovendien ben ik al zes jaar dicht, JA!” Die zin zal een gevleugelde uitdrukking worden. Als Willem de flarden later uitdoet blijkt er ook nog een fietsframe in te zitten. Het moet niet veel gekker worden!

Aan het einde van de middag komen we bij een hotel, pal langs de doorgaande weg. Het hotel heeft niet genoeg vrije kamers voor ons. Na wat overleg gaan we naar een ander hotel van dezelfde eigenaar. Hij rijdt voorop in zijn auto. Het blijkt het hotel te zijn waar we al voorbij waren gereden en waarvan ik dacht: wat is dat dan voor iets. Het zag eruit alsof het was ontwerpen door familie van Gaudi en Dali. Petra gaat even mee naar binnen en komt laaiend enthousiast weer naar buiten: “Dit moet je zien. Fantastisch! Gaaf! Je gelooft je eigen ogen niet!!!” Nou hadden we natuurlijk niet verwacht in een abc-hotelletje terecht te zijn gekomen, maar dit sloeg echt alles. Het interieur valt met geen pen te beschrijven. Vooruit, een kleine poging: theepotten op de kop vastgelijmd aan het plafond, schoenen met naaldhakken aan het plafond gelijmd, tandwielen en nummerborden in de vloer gemetseld, psychedelische wandschilderingen alsof de sixties nog op volle toeren draaien, spiegelsplinters, snuisterijen, een bed aan kettingen (voor Petra & Peter), rotspartijtjes, enz. Het hotel heet Hotel Republique of Imagination (www.republique-of-imagination.com) en ligt in de plaats Miroslawiec. De eigenaar is echter niet het type dat je

Hotel Republique of Imagination

bij een dergelijk hotel verwacht. Geen opgevoerde hippie of zo, nee, het is een onopvallende verschijning, bescheiden en vriendelijk. Hij harmonieert absoluut niet in de door hem gecreëerde omgeving. Dat doen Martin en ik veel beter, want wij hebben die avond voor de gelegenheid een vreselijk lawaaishirt aangetrokken. Iedereen maakt volop foto’s. De eigenaar vindt het leuk dat wij zijn hotel zo mooi vinden. Er is echter een klein probleem met het warm water. In de kelder spuit het water alle kanten op. Bert, Marius en Bob gaan kijken in hoeverre ze wat kunnen doen, maar er schijnt iets naars kapot te zijn (overdrukventiel) dat pas de volgende dag gemaakt kan worden.
Het geïmproviseerde eten is goed. Ook is er nog bier opgehaald. Kennelijk loopt het normaal gesproken niet storm in het hotel. De eigenaar en zijn dochter(?) runnen het zo te zien. Onder de invloed van al deze psychedelica vallen we die nacht in slaap.

Woensdag 15 juni
Het ontbijt is voortreffelijk. De eigenaar vertelt dat hij die nacht bij de motoren heeft geslapen/gezeten. Op zich stonden die best veilig achter een hek. Petra geeft hem als dank voor het fantastische verblijf een shirtje van onze Pinkstergemeente. Hij doet het meteen aan. Als we om negen uur vertrekken is er in de straat markt en worden we onder grote belangstelling uitgezwaaid.

Onderweg, bij een benzinepompstation, komen er vier Harley-rijders aan rijden waarvan drie vrouwen. Dat is toch wel apart. Eén ervan rijdt op een Panhead uit 1949. Ze komen ook van de Super Rally en wonen in Leeuwarden.
Als we de grens met Duitsland naderen, we rijden door een mooie bosrijke omgeving, zien we commerciële bosnimfen. Ze liften niet, maar staan verleidelijk langs de weg… Later die dag komen we ook nog tegen: de verstedelijkte nimf, en de campernimf. Eén ervan steekt de tong naar mij uit, maar of ze dat zó bedoelde…
We gaan die dag ook nog met een gierpontje. Die heeft geen motor, maar gaat aan een kabel de rivier over. Er zit een roer aan dat halverwege wordt verzet. Erg milieuvriendelijk allemaal, net als onze motoren… Voor en na de pont rijden we over een stuiterend stukje klinkerweg dat Napoleon aangelegd kon hebben. We komen daarna in het prachtige plaatsje Werben. Allemaal keitjes, prachtige panden, pleintjes enz.
Tegen acht uur stoppen we bij hotel Heidekrug in Grünplan. Het is een vrij sjiek hotel aan een prachtig meer. We eten buiten aan een grote tafel. Bob heeft zichzelf weer ingespoten met DEET 385 zodat de verre omtrek volledig mugvrij is.

Donderdag 16 juni
Na het uitgebreide ontbijt vertrekken we om negen uur. Willems motor krijgt wat kuren die dag, maar dat mag geen naam hebben. Bob, ja Don Bob, raakt een moer kwijt waarmee één van zijn tassen aan de motor vast zit. Het is gauw verholpen.
Als we weer es tanken en ik afreken blijkt dat de caissière de verkeerde pomp afrekent. Ik heb dat eerst niet door maar nadat ik betaald heb wel. Blijk ik voor € 86 diesel te hebben afgerekend. Ik rij niet op een tractor! De man die de diesel heeft getankt stond naast ons te tanken. Hij staat ook in de rij om te betalen als ik tegen de nestor zeg dat ik toch niet op een tractor rij. Hoor ik uit de rij: “Hoh hoh hoh!” (da’s ho ho ho op zijn Duits). Als hij even later weg gaat, terwijl wij weer es koffie drinken loopt hij langs en zegt lachend: “Ich gehe mahl wieder Tractor fahren.”

Aan het eind van de middag komen we terecht in een Gasthof in het plaatsje Stöcken. Er is een grote schuur waarin we de motoren kunnen parkeren. Die avond krijgt Jan de maaltijd door ons aangeboden als blijk van waardering voor het uitstippelen van de route. Een klus die wel elke dag moest gebeuren, maar dan ook prachtige routes opleverde.

Vrijdag 17 juni
We vertrekken om negen uur, na het uitgebreide ontbijt. Na een poosje gaat bij Marius de gaskabel stuk. Terwijl ze dat repareren staan wij iets verderop te wachten en plank ik nog even op de vangrail en Peter op een zoutvat dat langs de weg bij een bushalte staat. Een vrouw die daar op de bus staat te wachten voelt zich een ietwat unheimisch als Peter haar kant oploopt en ik aan de andere kant van de weg loop met het fototoestel in de hand. Nadat ik een paar foto’s heb gemaakt van Peter en zij onwennig toekijkt, legt Peter haar uit

Planken

wat hij gedaan heeft. Planken? Nee, dat kent ze niet. Nadat de motor van Marius is gerepareerd nemen we afscheid van Hilmar, Simon en Walther. Zij gaan vanaf daar richting Groningen.

Zonder problemen rijden we naar Nederland. We besluiten om via Raalte te gaan zodat Harry zijn spullen weer terug heeft. Om ongeveer vijf uur ben ik weer thuis en heeft de Rode Nachtegaal ongeveer 2.500 km probleemloos gereden. Zo fijn.

Dit bericht is geplaatst in Super Rally (19). Bookmark de permalink.