Pé Hawinkels

                                                                
                                                                
                   P.H.H. Hawinkels (29 september 1942 – 16 augustus 1977)

Pé Hawinkels dus. Wie dat dan wel was? Nou om te beginnen vertaler van meesterwerken uit de Europese literatuur zoals Bertolt Brecht, Sir Arthur Canon Doyle, Herman Hesse, Aldous Huxley, Thomas Mann, Friedrich Nietzsche en William Shakespeare.

Nu gaat het echter om teksten die Pé Hawinkels leverde aan Herman Brood, u naar ik aanneem wel bekend… Aangezien de bijdrage van Pé Hawinkels aan Broods succes altijd zwaar onderbelicht is gebleven hier dan wat extra aandacht.
Ze leerden elkaar in 1966 kennen in de ‘Stella Kelder’ in Nijmegen. Hun fascinatie voor seks, drugs en rock & roll leidde tot een jarenlange en intensieve vriendschap. Op 9 augustus 1966 schrijft Pé over zijn nieuwe vriendschap aan M. van Nieuwstadt (schrijver, essayist en vertaler) en geeft daarmee een treffend beeld over Herman Brood in 1966:
‘Vriendschap sloot ik met een beat-musicus uit Arnhem, leider van de Moans, die syphilis had, luizen had gehad en voortdurend stoned was. Hij was een keer bij mij, en ik stuurde hem toen om een fles jenever op de hoek van het Mariaplein, jeweetwel, en hij heeft er toen anderhalf uur over gedaan om de weg terug te vinden. Wat wereldvreemd. Verder bijzonder sociabel door de uitzonderlijk rauwe humor en skrupellosigkeit die hij erop nahield. Hij is nou weer naar het buitenland. Optreden. Wie mij met hem (langharig, bleek, wallen, ongeschoren) over straat zag lopen, zette grote ogen op.’

De vriendschap leidde er toe dat Hawinkels teksten voor Brood ging schrijven. De junkie-teksten van Pé Hawinkels zijn straat-poëzie, maar dan wel de bovenbouw ervan. Vaardig gaat hij in het Engels om met traditionele dichterlijke technieken. De teksten voor Brood steken mede daardoor ver uit boven de songs die gangbaar zijn bij deze muziekvorm.
Herman vond het allemaal prachtig. Iemand, uit een volkomen andere wereld, die zijn manier van leven op papier zette. En Hawinkels genoot van de ‘scene’, de studio’s en het feit dat Herman zijn teksten voor het voetlicht bracht.

Op de alom geroemde albums Street (1977) en Shpritsz (1978, afgeleid van?: Dass ist Spritze) staan respectievelijk drie en vijf nummers waarvan de teksten afkomstig zijn van Pé Hawinkels. Gelet op de stijl zou het mij niet verbazen als er nog kruisbestuivingen van het duo op genoemde en latere albums te vinden zijn. Het album Street is als eerste opgedragen aan Pé Hawinkels. Op de foto op de binnenhoes staat hij, met één hand het woord Cola van Coca-Cola afdekkend.

Hawinkels stond erom bekend dat hij zijn mening niet onder stoelen of banken stak. Zo schreef hij aan Herman na diens album Showbizz-blues (1975): ‘… je klinkt als een tweedehands Muskee’, maar ook na diens eerste successen: ‘… maak vooral schaamteloos gebruik van je reputatie!’

Pé Hawinkels overleed in de avond van 16 augustus 1977 (34 jaar), dezelfde dag dat Elvis Presley overleed, zittend achter zijn bureau met daarop zijn laatste songtekst: ‘It’s a hit on the head with a knock of the knuckels’ (zie het nummer ‘Hit’ op het album Shpritsz).

Op de dvd Herman Brood ‘A Star Like Me’ uit 2008 wordt enige aandacht geschonken aan Pé Hawinkels.

Tot slot dan twee teksten van Pé Hawinkels.

Back (in your love)

when the wind is crawlin’
at my basement floor
and the rats are runnin’ round
tryin’ to get underneath my chamber door
anything I can think of
won’t seem to be enough

when I smell the stench
of your sweatstained sheet
and I see this french chick lickin’ my speed
friends with your daddy & your dog
it won’t seem to be enough

when the snow is wettin’
my old wooden chair
and the crabs are paddin’& runnin’ around
in my pubic hair
anything I can think of
won’t seem to be enough

damn this cruel November
days shift into nights
I wish I could remember
how you drifted from my sight
anything I can think of
won’t seem to be enough

when all my old sollicitors
come around, only have needles for a pay
and all me brand-new visitors
only have spoons to give away
anything, anything
won’t seem to be enough

all my precious pleasures
she took away with all her charms
and all my solitary treasures
made a strainer of my arms
friends with your daddy & your dog
that won’t seem to be enough

when the wind is crawlin’
at my basement floor
and the rats are tryin’
to get underneath my chamber door
anything I can think of
never seems to be enough

                 Skid row

the swiftest fingers play for money
the best are tangled up in minds
the sweetest sisters come down to connin’
they buy no truth of any kind
senile mothers hangin’ round woo their sniffin’ sons
and hunky husbands sell their pounds of flesh
the most sung song is sixteen tons
and only trash is good for cash

send me your greetings, sweet sweet love
commend me if I need be to heaven above

your so-called friends just drain your brain
to be a star in conversation
the claptrap vows on lovers lane
only meant to keep you on probation
shoot your shit and shoot your stinkin’ lip
you won’t find no way to score a solid hit
try everything to prove you’re hip
you’re only gonna end up the final stupid flip

greetings, sweet sweet love
commend me if I need to be heaven above
but leave me, please leave me
with the scum & the junkies
on skid row, where all names are delusive
skid row, where all pain is exclusive
skid row

Dit bericht is geplaatst in Muziek (verhalen 13). Bookmark de permalink.