The Cramps, Paradiso, Amsterdam, 18 september 2003

The Cramps(Na mijn verslag, de recensie van Jan Vollaard in NRC)

The Cramps, Paradiso, Amsterdam, 18 september 2003


Wat eraan vooraf ging…

Woensdagochtend, 18 september. Het is ongeveer 8.30 uur. De telefoon gaat. Het is de Rabobank: “Wilt u even langs komen, want het alarm is afgegaan.” Ik: “Hoezo belt u mij? Als hier het alarm afgaat bel ik u toch ook niet op om het uit te zetten?” Rabobank: “Nee dat klopt meneer, maar het is uw kluisje dat ervoor zorgt dat hier het alarm tekeer gaat en de boel op de kop staat.” Ik val stil, dan: “Euuuhh, ik kom eraan.” Ik als de sodemieter op m’n Harley gesprongen en naar de Rabobank gereden. Kom ik daar, allemaal zwaailichten, sirenes enz. Om gek van te worden. Drie politieauto’s en twee auto’s van beveiligingsdiensten. Heb ik weer. Ik probeer zo anoniem mogelijk naar binnen te glippen, maar word tegen gehouden door een agent. Ik leg de situatie uit en mag verder, maar wel met in mijn kielzog de halve Zwollywoodse politiemacht. Ik loop naar mijn kluisje. Er klinkt een onheilspellend geluid uit, alsof er iemand op een holle boomstam zit te drummen. Het zal toch niet zo zijn dat… Voorzichtig steek ik de sleutel in het slot en doe het deurtje open. Op dat moment houdt het getrommel op. Ik kijk erin en wat ligt daar vredig? Mijn vijf kaartjes voor The Cramps…
Badend in het zweet schrik ik wakker.

The Cramps, Paradiso, Amsterdam, 18 september 2003
Tegen achten lopen wij (Ben, nestor Bob, Peter & Petra, Lineke & ik) over de Weteringschans naar Paradiso. Naast Paradiso staan nogal wat van die schaftcontainers opgestapeld. Ik kijk naar een gestapeld exemplaar en zie iemand door de schaftkeet heen en weer lopen waarvan ik zeker weet dat die niets van doen heeft met bouwen. Het is Lux Interior. Ook Poison Ivy zit er en even later zien we ook nog de bassist. Wat blijkt, de catacomben van Paradiso worden verbouwd en dus zijn de kleedkamers tijdelijk verhuisd naar die stalen schaftketen.
Maak je meer dan 25 jaar lang psychobilly, kom je terecht in een stalen container met daarin kitschverlichting en een vreselijk dubieuze schemerlamp… Kan het beter?

De zaal is uitverkocht dus 1300 man mag getuige zijn van het enige concert dat The Cramps in Nederland geven. Het voorprogramma wordt snoeihard verzorgd door The Riots die er na ongeveer drie kwartier mee kappen. De zaal is inmiddels volgelopen en de spanning stijgt. Roadies zijn druk in de weer om alles geïnstalleerd te krijgen, het publiek om nog wat te drinken te halen. De toeschouwers zijn  niet onder een noemer te vangen. Van twintig tot tegen de zestig en in allerlei soorten en maten. Van doodnormaal via licht hysterisch naar volkomen geschift & weer terug. Wij besluiten om naar het linker balkon te gaan. Daar stonden we bij het vorige Cramps-concert op Goede Vrijdag (!) in 1998 ook.

Om ongeveer tien over negen beklimmen de leden van een van de meest legendarische cultbands aller tijden het podium. Lux Interior het laatst, gekleed in een zwarte latexbroek, een strak zwart shirt met lange mouwen, zwarte handschoenen, puntlaarzen, een grote ronde zonnebril en in de hand een fles wijn. Hij trekt de kurk eruit met zijn blikkerende tanden en spuugt die ver het publiek in. Lux neemt een slok, zet de fles neer en dan breekt het spektakel los. De door hen zelf bedachte term psychobilly wordt eer aan gedaan: een mix van B-filmhorror aan draadjes, fifties exotica, sleazy glitter en zwarte magie. Geen liedjes over liefde, rugzakromantiek, cannabisroes of ander ongemak. Nee, het is menens: rock & roll uitgekleed tot op het bot. Nummers als Dames, booze, chains and boots, Garbageman, It thing hard on en The most exalted potentate of love worden gespeeld. Het publiek in de buurt van het podium staat vanaf het begin hevig te pogoën. Lux Interior klapwiekt over het podium met zijn jankende, holle zang. Poison Ivy, onweerstaanbaar cool als altijd, heeft een kort zwart latexjurkje aan, netkousen, halfhoge laarsjes met panterprint en niet te vergeten haar grote Gretsch-gitaar. Ze speelt haar gitaarpartijen met snerpend twang-geluid messcherp en soepel, de reverbknop op tien. Chopper Franklin heeft de bastaken overgenomen van Slim Chance. Als je die man op straat tegenkomt weet je dat dat de bassist van The Cramps moet zijn; een ander beroep is ondenkbaar. De drummer, Jim Chandler, met een kapsel dat doet denken aan The Ramones heeft (alleen?) voor de Europese tour de plaats ingenomen van Harry Drumdini. Hij drumt als een snel wandelende olifant en minimaal, precies zoals het hoort.
De band heeft het duidelijk naar de zin en het publiek ook. Het geluid is bij ons op het balkon niet al te fijn, want we staan bijna in de boxen. Allemachtig wat een herrie. Voor de show is het echter een prima plek, want we hebben een prachtig overzicht. Lux Interior memoreert nog het overlijden van  Johnny Cash en laat vervolgens de Johnny Cash-tattoo van de bassist aan het publiek zien, waarna ter ere Color me black wordt gespeeld. Ook worden nummers gespeeld als You got good taste, New kind of kick, Uranium rock en Psychotic reaction. Van de nieuwe CD Fiends of dope island worden o.a. Big black witchcraft rock, Oowee baby en Fissure of Rolando gespeeld.
Nadat de band naar de kleedkamers is gegaan begint iedereen te schreeuwen voor een toegift. Het duurt niet lang voor ze terugkomen. Het eerste nummer is Wrong way ticket van hun laatste CD, het tweede uiteraard Surfin’ bird. Het nummer is een mix van Papa-Ooom-Mow-Mow van The Rivingtons uit 1962 en The bird’s the word uit 1963 van diezelfde band, door The Trashmen in 1963 samengesmolten tot Surfin’ bird. Sinds mensenheugenis is dit het laatste nummer van een Cramps-optreden. Het leuke is dat het nummer naar believen eenvoudig uitgesponnen kan worden tot tien, vijftien minuten. Aldus geschiedde…

De balkonscène… met kus!
Als Surfin’ bird goed op gang is gekomen klimt Lux traag, als King Kong, op de geluidsboxen onder ons balkon. De microfoonstandaard zeult hij met zich mee. Als hij boven op de boxen zit, begint hij een dialoog van oerwoudkreten, wolvengehuil en oerklanken met het publiek. Dan kijkt hij omhoog en reikt mij de microfoonstandaard aan die ik op het balkon zet. Lux komt overeind en we helpen hem met een paar man het balkon op. Nu pas valt het mij op hoe wit hij is, bijna doorzichtig. Alles en iedereen gaat helemaal uit zijn dak. Peter begint het refrein in de microfoon te zingen, Lux pakt ook de draad weer op en ook ik zing mee. Gedrieën staan we daar het refrein te zingen. Het klinkt waarschijnlijk nergens naar, maar leuk is het wel. Nadat hij Peter nog een kus heeft gegeven wurmt hij zich tussen de spijlen van het balkon door en zoekt met zijn voeten weer steun op de boxen. Terwijl hij zich over de balkonvloer door de spijlen heen wurmt kiept hij nog een restje bier en een restje sherry naar binnen uit glazen die daar op de grond staan. Als hij weer op de boxen staat geef ik hem nog een teug bier uit mijn glas. Het gulpt over zijn kin. Hij bedankt met een “Thank you!”, klimt naar beneden Cramps 2003 balkon(foto door Savage Lady)
en jakkert weer verder. De zaal scandeert mee. Lux buigt de microfoonstandaard dubbel en kruipt stuiptrekkend over het podium, de microfoonstandaard achter zich aan slepend. De gekte is compleet als hij met een inmiddels half afgezakte broek het nummer voortzet. Na een semi-erotische act met de laarzen van Poison Ivy zet Lux een laars van haar op de microfoon, waarna hij op de boxen achter de drummer klimt. Eerst lijkt dat te mislukken omdat de bovenste box aan de kleine kant is maar uiteindelijk lukt het toch. De hele zaal scandeert met het nummer mee. Dan worden de laatste akkoorden ingezet en gooit Lux de totaal verbogen microfoonstandaard van zich af die, via de bekkens, op het podium terechtkomt. Het concert is afgelopen. Lux klimt weer naar beneden en onder hysterisch gejuich verlaat de band definitief het podium. Klaar, uit & Onvergetelijk.

”De staat, dat ben ik,” zei Lodewijk de XIV.
”Rock & roll, dat zijn wij,” kunnen The Cramps zeggen.

Als we naar beneden lopen zegt Peter: “Mooi iets voor een column.”
Hier is het.

Luguber gegrom en gekte bij The Cramps
Door Jan Vollaard
Waren The Cramps tammer geworden? Welnee, dat leek maar zo. Zanger Lux Interior mocht dan niet in een bikinislip en op pumps maat 45 over het podium stormen, hij bewaarde zijn arsenaal aan wildemanscapriolen dit keer tot in de toegift. Tijdens een langgerekt Surfin’ bird klom hij weer ouderwets als een getergde King Kong op de installatie, dronk hij de glazen leeg van het publiek op het balkon van Paradiso en botvierde hij zijn schoenenfetisjisme op de panterlaarsjes van de ijzig koele gitariste Poison Ivy.
The Cramps doseren hun gekte wat minder uitbundig dan een kwarteeuw geleden, toen ze op de golven van de punkbeweging hun mengeling van rockabilly en garagerock introduceerden. `Psychobilly’ werd hun muzikale equivalent van het monster van Frankenstein gedoopt, en in hun songs werden alle denkbare thema’s uit B-horrorfilms, sciencefiction-trash en bloederige slash-movies overhoop gehaald. Op hun nieuwe cd Fiends Of Dope Island (ook verkrijgbaar op bloedrood vinyl) blijken die thema’s nog lang niet uitgeput, en gromt Interior nog even luguber over al of niet bestaande films als The Brain from Planet Ork in songs met hersenloze titels als Wrong way ticket.
Onder al die stripverhaalthematiek sluimert een diepgewortelde liefde voor de schaduwzijde van de rock , roll. Een Cramps-concert zal nooit voorbijgaan zonder een handvol coverversies van obscure garagerock-klassiekers, en in Psychotic reaction van The Count Five deed Lux Interior zelfs een onbeholpen poging om de stoomfluit-harmonica uit het origineel na te bootsen. De bijna volgetatoeëerde drummer Harry Drumdini raakte alleen de hoognodige trommels en Poison Ivy liet haar meedogenloze rockabilly-riffs met de galmknop op tien uit haar versterker knetteren. Trots haalde Interior bassist Chopper Franklin naar voren om zijn verse tattoo te tonen: een portret van Johnny Cash, met het bijschrift `Rest In Peace’. In zwart leer, zwart zijden hansop en met zwarte puntschoenen zong Interior zijn eigen eerbetoon aan de overleden rockabillyheld: Color me black.
Terwijl in de hal The Cramps’ eigen pillendoosjes (zonder inhoud) verkocht werden, bleef New kind of kick het nummer waarin het beest in Lux Interior wakker werd. Buigend over de voorste rijen deed hij oneerbare voorstellen aan de meisjes en bedelde hij om drank en drugs bij de jongens. Is het rockpubliek braver geworden, of werden hem dit keer minder pillen in de mond gestopt? Feit is dat The Cramps nog even wild en amusant zijn als ooit tevoren, en dat een verdorven geest als die van Lux Interior heel wat meer garantie biedt voor een opwindende rockshow dan de gymnastiekapparaten van Mick Jagger.
Dit bericht is geplaatst in Muziek (verhalen 13). Bookmark de permalink.