Garagerock (The Cramps)

                                               GARAGEROCK (THE CRAMPS)

Deze keer niet iets over onze gemeenschappelijke hobby, maar over eentje die er voor velen wel dicht tegen aan ligt, namelijk (rock)muziek. In dit geval gaat het echter om een wat minder bekende variant.
Ter inleiding: Toen de popmuziek opkwam, begin jaren zestig, was je voor The Rolling Stones of voor de beatles. Anders gezegd; je koos òf voor Rock & Roll òf voor vier jongens die, gekleed in pakken, liedjes zongen waarvan je ouders vonden dat het er nog nèt mee door kon.
Gelet op de muziek die er op onze clubavonden gedraaid wordt kiezen wij niet voor het laatste…, dus gaat dit verhaaltje niet over liedjes. Dit verhaal gaat over The Cramps (= 1. knoop, scheut, verwrongen. = 2. Amerikaans tienerjargon voor ongesteldheid, I’ve got the cramps).
Binnenkort start hun Europese tournee en zijn ze in Nederland voor optredens (10, 11 en 12 april), vandaar dat ik gemeend heb daarover een verhaaltje te moeten schrijven. (Voor een deel heb ik leentjebuur gespeeld bij artikelen van diverse poprecensenten.)

In de jaren zeventig pikt Lux Interior (= naam uit een accessoirelijst van een Chevroletfolder) een liftster op, Poison Ivy (= giftig muurbloempje). Samen zullen ze het kosmische koppel vormen van de basis van een band die zal uitgroeien tot een van de meest legendarische cultbands aller tijden. Hun muziek laat zich beluisteren als een speurtocht naar het wezen van wat rock & roll eigenlijk zou moeten zijn, een zoektocht door de donkerste krochten van de menselijke geest. Ze zijn inmiddels uitgegroeid tot een genre in zichzelf, de psychobilly: obscure rockabilly geïnspireerd door B-horror-films, comics uit de jaren vijftig/zestig, doo wop en sixties-punk. De invloed die The Cramps hebben gehad (en nog steeds hebben) mag niet worden onderschat. Zij hebben tallozen voor het leven verslaafd doen raken aan de duistere onderwereld van de rock & roll. Complete platenseries (Born Bad) zijn er gewijd aan de obscure wereld van hun muziek.

In 1980 maak ik kennis met deze band, terwijl ik in dat jaar ook nog eens 24 uur per dag bezig ben met het verdedigen van ons vaderland. Op een donderdagavond loop ik samen met Lineke en Henry (een dienstkameraad) door de Roggenstraat, waar toen nog platenzaak Studio 6 zat. Buiten staat een rek met daarin de nieuwste LP’s. We kijken even wat erbij staat, waarop Henry zegt: “Die moet je kopen.” Ik: “Hoezo?” Henry: “Omdat dat een nieuwe band is en ik zeker weet dat jij het mooi zult vinden.” Ik: “Oh”, waarna we naar binnen lopen en ik de plaat koop. De titel van de LP is ‘Songs The Lord Taught Us’ en de naam van de band dus The Cramps. Als ik hem voor het eerst draai is het alsof ik een baksteen in m’n gezicht krijg. Sindsdien ben ik volkomen verslingerd aan garagerock. De eigenlijke uitvinders van dit genre zijn The Sonics (beginjaren zestig). Bekende namen: Iggy Pop en The Ramones.

Amsterdam, 29 april 1980. Koningin Juliana regeert voor het laatst, morgen wordt Beatrix ingehuldigd. Er broeit van alles in de stad. Die avond spelen The Cramps voor het eerst in Nederland en wel in de Melkweg (A’dam). Het vertoonde is ongehoord, bovendien niemand van de aanwezigen heeft ooit zoiets gezien. De muziek is beangstigend hard en de lichtshow bestaat uit enkele kaarsjes die op de speakerboxen wankelen. De zanger is lang en heeft een veel te groot hoofd. In zijn ogen iets waanzinnigs dat even sympathiek als zielig overkomt. Zijn bovenlijf is ontbloot (Iggy Pop-stijl) en hij is bezweet-smerig van het podiumstof waarin hij zich naar hartelust wentelt. Hij werpt zich in het publiek, dat daar maar wat verbijsterd staat te staan. Wij zijn Nederlanders, gewoon is al gek genoeg! Hij heet Lux Interior (echte naam Erick Lee Purkhiser). Links op het podium staat een meisje met een Stratocaster, dat het publiek geen blik waardig keurt. Het is Poison Ivy Rorschach (echte naam Kristy Marlana Wallace), Interior’s echtgenootachtige vriendin. Rechts durf je bijna niet te kijken. Daar bespeelt een geïnfecteerde injectienaald de ritmegitaar. Dit is Brian Gregory ook wel beschreven als ‘doorzichtig’. Hij rookt onophoudelijk, met de brandende kant van de sigaret niet naar buiten, maar in de mond. Wanneer hij er genoeg van heeft, tuft hij de brandende peuk in het publiek. Zijn gezicht is pokdalig, zijn haar voor de helft aangevreten grijs. Dit soort man verwacht je enkele uren na je dood. Hij legt je in een kist en graaft zwijgend een kuil.
Ook: een drummer met zwarte handschoenen, type huurmoordenaar in een boek van Mario Puzzo. Hij heet Nick Knox en als hij zijn tweede generatie Mafia-duimen op je adamsappel zet, weet je dat hij weldra onbewogen een milkshake in het café om de hoek gaat drinken.

1981. The Cramps treden op in De Gigant (Apeldoorn) en presenteren hun nieuwe album, Psychedelic Jungle. Lineke en ik zijn er ook. Zoals hierboven al omschreven, is het ook nu weer een zootje van jewelste. De gekte knettert je tegemoet. De groep dementeert waar je bijstaat. Poison Ivy heeft voor ‘het gemak’ een trouwjurk aan (ooit wit van kleur) met van die pofmouwtjes, zodat ze amper zicht heeft op haar gitaarspel. Lux Interior staat ook dan weer met ontbloot bovenlijf alle duivels uit de hel te schreeuwen. Kennelijk heeft-ie de avond ervoor in een glasbak geslapen, want hij zit onder de snijwonden. Hij lijkt op het jongere broertje van Frankenstein. Brian Gregory heeft onder mysterieuze omstandigheden de band verlaten (hij rijdt na een concert weg met de apparatuur van de band..?) en is vervangen door Kid Congo Powers (speelde ook bij The Gun Club en Nick Cave and the bad seeds). De energie die de zaal wordt ingesmeten valt niet te beschrijven. Temidden van al die gekte zit drummer Nick Knox stoïcijns zijn werk te doen. Zijn achteloos geslagen ‘backbeat’ geeft het in aanzet gejaagde psychobilly-ritme zijn merkwaardig logge cadans, als van een snel wandelende olifant. Nog primitiever drummen kan alleen op een holle boomstam. Het hele spulletje lijkt zo weggelopen uit de TV-serie ‘The Munsters’. Hoewel een hasjhond zich er dood zou blaffen is de sfeer in de zaal en op het podium het niveau van cannabisroes en rugzakromantiek gelukkig ver ontstegen.

Verder terug in de tijd. In 1975 richten Lux Interior en Poison Ivy The Cramps op. Brian Gregory zal de ritmegitaar voor zijn rekening nemen. Twee problemen, er is geen drummer en Brian kan geen gitaar spelen. De drummer vinden ze in Nick Knox, qua uiterlijk een jongere versie van Roy Orbison. Hij is de enige die in een gezelschap van ongeveer tien man tegen Poison Ivy durft te praten. Deze heldendaad vormt een pittige aanbeveling, die nog wordt overtroffen door de wetenschap dat Knox’ vader thuis in de kelder een compleet illegaal wapenarsenaal heeft ingericht. Zijn eerste drumstel was een militaire trommel. Fijn meegenomen is ook dat Nick nergens een eigen mening over heeft, of die althans in ieder geval niet vertelt. Op de vraag waarom hij zo weinig spreekt, antwoordt hij ooit: ‘Ik heb water in mijn kop dat bevriest als het slecht weer is.’

De eerste optredens zijn slecht, heel slecht. Aangekondigd met zelf opgehangen posters met daarop Psychobilly -The Cramps. Langzamerhand beginnen ze enige naam te maken. Newyorkse critici negeren of haten The Cramps, omdat ze niet op kunstmanifestaties willen spelen (principekwestie) en hun aanpak anti-intellectueel en ouderwets zou zijn. Gevaarlijke gekken frequenteren Cramps-concerten. En als ze niet komen zoekt de band ze wel op, zoals in het Napa State Mental Hospital in Californië.

Een andere gevaarlijke gek is Alex Chilton, in die dagen een wandelende alcoholbel, terend op zijn oude reputatie als zanger van The Box Tops. Hij wordt hun producer. The Cramps zijn onder de indruk van de gekte van Chilton, die bij thuiskomst in Memphis door mannen met geweren wordt opgewacht omdat hij met letterlijk alle vrouwen uit de staat Tennessee bewegingen had gemaakt als waren zij gehuwd. Die mannen met geweren zijn hun vriendjes. Chilton is echter te dronken en ‘drugged out’ om zich van de duizenden dreigementen ook maar iets aan te trekken. In Memphis worden in drie dagen veertig nummers opgenomen. Dertien daarvan verschijnen op hun eerste LP Songs the lord taught us. Een single, New kind of kick, van hun tweede LP Psychedelic Jungle wordt de beginselverklaring van de band (like baby needs Ma, like Suzy needs dick, this baby needs some new kind of kick).  

Een hoop gesodomieter met de platenmaatschappij zorgt ervoor dat het enkele jaren duurt voor ze hun artistieke vrijheid terug hebben. Hun hele verdere loopbaan is op het koddige af onbeholpen en ongestroomlijnd geweest. Volgens het principe van luctor et emergo hebben ze zich tot op heden door zowel klassieke drie-akkoordenschema’s als rechtszaken, zelfverwondingen, vermeende sterfgevallen, uitgefreakte producers, gekkengestichten en uitvallende bassisten heengestunteld.

Lange tijd worden hun ‘liedjes’ overheerst door teksten waaruit blijkt dat ze met het menselijk ras niet zo goed uit de voeten kunnen… Een fragment uit een interview: “Al je praatjes zijn nietszeggender dan de lucht die je inademt, maar de maatschappij zou niet werken als je niet, net als ieder ander pretendeerde een keurig mens te zijn. Maar wat zit er onder dat lamentabele laagje beschavingsvernis. Je bent geen dier. Je bent een mens, van het soort dat zes miljoen joden vergast, het milieu naar de kloten helpt en het geliberaliseerd christelijk normbesef aanhangt.”

Later zal De Vrouw meer en meer een prominente rol vervullen, aan wie zij hun odes richten.

Tot slot nog wat sfeerverhogende titels van platen/CD’s/nummers: I was a teenage werewolf / Garbageman / Primitive / Zombie dance / Caveman / Strychnine / Sunglasses after dark / Human fly / How far can too far go? / Stay sick! / Can’t find my mind / What’s behind the mask / Gravest hits / People ain’t no good / Can your pussy do the dog / The most excalted potentate of love / Smell of female / Faster pussycat / The hot pearl snatch / What’s inside a girl / Cornfed dames / (Hot pool of) woman need / Dames, booze, chains and boots / Eyeball in my martini / Bikini girls with machine guns / Like a bad girl should.

Dit bericht is geplaatst in Muziek (verhalen 13). Bookmark de permalink.