Super Rally 2010

                           VAN BIOSCOOPBROEK TOT MAGINOTLINIE

Deelnemers: Bert, Don Bob, Dorus, Hilmar, Koen, Koos, Marius, Martin, Simon, Walther en Willem.
Tourcaptains: Bert en Simon.
Vertrek: woensdag 19 mei 2009 om 9.00 uur vanaf de nestor.
Terug in Zwolle: dinsdag 25 mei 2009 om 13.30 uur
Afstand: vanaf Zwolle 1.550 km.

De SR is dit jaar in Griekenland en dat lijkt ons wat te hoog gegrepen. We hebben besloten om naar Frankrijk af te reizen, richting Nancy. Een speciaal doel hebben we niet, dus van stress zou geen sprake hoeven zijn… Hoezo Nancy? Nou, zover kom je kennelijk als je via Duitsland, de Moezel, naar Frankrijk pruttelt met oude motoren.

Ik had eerst nog het idee opgevat om onze CO2 uitstoot te compenseren door bomen te planten. Op de website Trees for Travel had ik es wat gegevens ingevoerd in de klimaatcalculator en vervolgens maar besloten er niet aan mee te doen. Mijn tuin is te klein…

Woensdag 19 mei
We hebben ons verzameld bij de nestor om 9.00 uur en genieten van een bak koffie. Petra overhandigt ons het T-shirt van de Pinkstergemeente zoals we een tijdje geleden bij haar besteld hadden. Ze zien er prachtig uit. Helaas was er voor Willem alleen een S-maatje ter beschikking, maar Willem schikte zich manmoedig in zijn lot. Zo gaan die dingen nou eenmaal…
Peter plakt nog even snel een sticker op mijn nieuwe zwarte leren koffer. Er zitten er nu twee op. Twee mooie stickers, alleen door de eerste heeft de tweede denk ik minder effect. Op de eerste staat namelijk in sleazy-glitter rood ‘The Cramps’ op de andere ‘Junge Frau zum Mitreisen gesucht’. Volgens mij moet ik dan heel veel uitleggen aan die Junge Frau voordat ze meegaat. De tijd zal het leren.
Om ongeveer 9.45 uur vertrekken we vanuit een opgebroken Walstraat, uitgezwaaid door Jannie, Lineke, Peter & Petra. Het weer is prachtig en blijft prachtig, zeven dagen lang. Zeldzaam.

We rijden over de dijk (kant van Hattem) naar Deventer en zo verder over binnenwegen via Zutphen en Winterswijk naar Duitsland. Dorus heeft overigens bij Zutphen al het eerste roze lintje gekregen omdat er een bougie dicht zat; de punten stonden bijna op elkaar. Iedereen vraagt zich af hoe je dat voor elkaar krijgt. Het probleem is gauw verholpen en nu rijdt Dorus met grijze pijpen rond. Dat laatste kan theoretisch helemaal niet, want sinds er geen lood meer in benzine zit kàn je uitlaat niet meer grijs worden. Die van Dorus dus wel.
In Duitsland eten we tussen de middag wat in de stralende zon in het centrum van een dorpje. De motoren staan in een wandelpromenade (was wel handig) op ongeveer 25 meter afstand van het politiebureau (was wat minder handig). Iemand fluistert: “Koos als jij nou nog even de sirene aandoet kun je die er daarna meteen afhalen, inleveren en afrekenen.”
Het onderwerp komt echter al gauw weer op de grijze uitlaten van Dorus. Na intensieve ondervraging waarbij wordt teruggegrepen op oeroude ondervragingsmethoden als rekbank (…), duimschroeven en radbraken komt het hoge woord eruit. Hij had hele speciale bougies gekocht, héle fijne, met loodafgifte. Tja, daar heeft niemand van terug.

Die avond overnachten we in Breyl op camping Quellensee, althans dat denken we want later blijkt dat de restauranteigenaar ons op zijn eigen graslandje laat overnachten. We mogen gebruik maken van de warme douches in een gebouwtje. Niemand weet of die douches warm zijn of niet. Niemand wil het meer weten na ze gezien te hebben… Er groeien schimmels, mossoorten en paddenstoelen in combinaties die niet meer voor mogelijk werden gehouden sinds de uitvinding van DDT. Als de paddenstoelen niezen schudt het gebouwtje. Niet fijn.
Het eten is overigens meer dan voortreffelijk en de mannelijke bediening schenkt extra aandacht aan onze caloriecoach Willem. Willem wordt er wat verlegen van, maar weet alle aandacht goed te verwerken. Dat dan weer wel.

Donderdag 20 mei
Na een fantastisch ontbijt, waarbij knuffelbeer Willem weer extra aandacht krijgt, vertrekken we richting Cochem. Na verloop van tijd gaat een bougie van Marius kapot en krijgt ook hij een roze lintje.
Wat betreft de lintjes is het zo dat Lineke drie meter lint heeft gekocht zodat iedereen die pech krijgt een lintje ontvangt in plaats van dat het lintje telkens wordt doorgegeven. In de loop van de week stappen we van deze methode af, omdat het er steeds meer op begint te lijken dat we onderweg zijn naar de gay-parade…
 
Het gebied waar we rijden is erg mooi en vooral bochtig. Koen rijdt met zijspan en houdt de vaart er goed in. Op een gegeven moment komen er echter twee bochten vlak achter elkaar waarvan de tweede zo verraderlijk scherp is dat zijn zijspan de lucht in komt en de linkertreeplank de vangrail kust. Reken erop dat je schrikt. Elke zijspanrijder is wel es in zo’n situatie terecht gekomen. Het hart zit je in de keel. Bah! Gelukkig is er verder niets aan de hand en vervolgen we onze kruistocht. We rijden door Cochem en andere mooie dorpjes langs de Moezel.

Tijdens een pauze komt Walther erachter dat wanneer Willem zijn motor gestart heeft hij het alarm van zijn motor niet uitgeschakeld krijgt en het alarm aanspringt als hij vervolgens probeert te starten. Dus moet Willem zijn motor weer uitdoen, waarna Walther zijn alarm kan uitschakelen enz. Uiteraard zal dat deze week nog meerdere keren fout gaan.

Die avond overnachten we op camping Happy Holiday in Ellenz-Poltersdorf langs de Moezel waar af en toe passagiersboten van 100 meter lengte doorfluiten. Bert die zijn WL aan het inrijden is ververst de olie. Ik stel de kettingen wat strakker. We eten in het restaurant van de camping en gaan niet te laat naar bed. Die avond hangt iemand, om wat voor reden ook, om precies 23.42 uur een blauw bordje ‘Amateur gynaecoloog’ plus bijbehorend vakgereedschap (eendenbek) aan Martins motor.

Vrijdag 21 mei
We vertrekken ’s ochtends vanaf de camping naar een bakker die heerlijke broodjes en koffie verkoopt en zitten lekker in de ochtendzon. We rijden vervolgens Frankrijk in en eten tussen de middag ergens langs de weg wat. Dorus en Martin krijgen problemen met een bougie, en bij Bert gaat twee keer een spanband los. Een lintjesregen van jewelste die dag.

Tegen de avond gaan we een camping zoeken, maar dat valt nog niet mee. Uiteindelijk vinden we er een, maar die zit boordevol, vanwege een negendaags feest! Precies, negen dagen! Zulke feesten gaan wij uit de weg, want dat komt niet goed! Probleem is wel dat we dus niet kunnen overnachten. Volgens de mevrouw is er bij Metz wel een camping, maar da’s nog een leuk stukkie uit de buurt. Een voorbijganger wordt gepolst en volgens hem is boven in het dorp ook nog een camping. Een ingewikkelde routebeschrijving volgt. We rijden naar boven en vragen af en toe voor de zekerheid de weg aan voetgangers. Na verloop van tijd, we zijn het dorp al lang weer uit en ook een volgend dorp is al gehuld in onze benzinedampen, is er opeens aan de linkerkant een parkachtig geheel met een kabbelend riviertje en een uitspanning met een speeltuintje. Het geheel ziet er vanaf de weg vrij idyllisch uit, maar niemand van ons ziet een tent, ook al was het er maar één. We zetten de motoren bij het riviertje. Er zijn wat gezinnen die aan het picknicken zijn of aan het barbecueën. Terwijl ik de helm af doe zie ik een meter of tien voor me een vrouw staan met lang grijs haar in een nogal vreemde voorovergebogen houding. Ze staat volkomen apathisch en licht wiebelend voor zich uit te staren. In wat voor panopticum zijn we nu weer verzeild geraakt. Het lijkt wel een scene uit de film ‘The Return of the Living Dead’. Maar goed, ik loop met een paar anderen naar het restaurant, waar ook een zelfbouw Harley staat. Volgens Simon is dat een goed teken. We komen via de bediening in gesprek met de eigenaar en vragen naar de camping. Nou die heeft-ie al tien jaar geleden dicht gedaan in verband met allerlei bureaucratische toestanden (oeps). Maar we mogen er gerust kamperen en eten heeft hij ook nog wel en hij gaat pas dicht als wij klaar zijn. Weliswaar heeft de camping geen douches meer, maar er is wel een kraan en er zijn bij het restaurant buitentoiletten. De man straalt een kalmte uit die je maar zelden meemaakt. Al pijprokend bekijkt hij onze motoren en is vooral onder de indruk van de oude exemplaren. Volkomen terecht, ha! Hij is 63 jaar en heeft zelf vijf Harleys, inclusief eentje waarop zijn vrouw rijdt. Aan alles kun je merken dat hij het prachtig vindt dat we bij hem zijn terecht gekomen. Later zal hij ons foto’s van vroeger laten zien waaruit blijkt dat er mijnen zijn geweest en later, begin 1900, een warmwaterbron, met zwembaden enz. 

We zetten onze tenten op. Terwijl we daarmee bezig zijn komt de eigenaar, Claude, aangelopen met een fototoestel en vraagt of hij foto’s van onze motoren mag maken. Uiteraard mag dat. Even later ploffen we neer op het terras en begint het grote genieten. Af en toe komt er een Harley-rijder aanzeilen. Het blijkt dat ze een clubje hebben met o.a. allerlei zelfbouw-Harleys. Als het in de loop van de avond wat koeler wordt gaan we binnen zitten. We krijgen een hangslot om de slagboom op slot te doen en als er iets is moeten we maar naar zijn huis komen en aan het hek rammelen. Het schijnt dat er ‘s nachts in het park, naast ons kampeerterrein, nogal dubieuze praktijken plaatsvinden. Wij zien het probleem niet zo, maar het is natuurlijk wel apart dat Claude ons erop wijst. Bij het afrekenen willen Claude en zijn vrouw Joëlle absoluut geen geld voor het camperen. Later besluiten wij om ze allebei een T-shirt van onze club toe te sturen.
Aangezien we eerder al besloten hebben om Ouvrage Hackenberg te bezoeken vragen we aan Claude of hij een camping in die buurt weet. Claude gaat wat bellen en heeft even later voor ons gereserveerd op een camping in de buurt van Ouvrage Hackenberg.

Die nacht gaat de traanklier van mijn linkeroog in de turbostand. Zonder professioneel gereedschap krijg ik het niet open. Het ziet er niet uit, of zoals ik later tegen Lineke zal zeggen: ‘Als je zo’n oog hebt en je bent vrijgezel, dan blijf je in ieder geval nog vrijgezel zolang dat oog niet normaal is…’
Bah.

Zaterdag 22 mei
Die ochtend ontbijten we bij Claude en Joëlle. Er komen nog wat vrienden van ze langs, ook op Harleys, die ook vragen of ze foto’s van onze motoren mogen maken. Na afscheid genomen te hebben rijden we naar camping Volstroff in de buurt van het dorpje Metzervisse. Door dat soepoog van me loop ik een paar dagen dag en nacht met de zonnebril op. Nadat we de tenten hebben opgezet rijden we naar Ouvrage Hackenberg bij het dorpje Veckring (20 kilometer ten westen van Thionville).

Ouvrage Hackenberg is een van de grote vestingwerken (gros ouvrage) van de Maginotlinie.  Het ouvrage maakt deel uit van de verdedigingssector van Boulay en bevindt zich tussen het gros ouvrage Billig en petit ouvrage Coucou.
Gros ouvrage Hackenberg is samengesteld uit 17 gevechtsblokken; 18 artilleriestukken en ongeveer 10 kilometer onderaardse gangen (tussen de 25 en 30 meter diep). Er loopt vier kilometer spoor door de berg en er kunnen 1.100 soldaten worden gelegerd met een voedselvoorraad voor één jaar. De rondleiding die twee uur duurt spreekt iedereen aan. Ik was er een aantal jaren geleden al es geweest met o.a. Jan sr en Jan jr.

Daarna rijden we naar Yutz voor benzine, maar die pomp kent onze creditcards niet en dus moeten we verder naar Thionville. Sommigen van ons zitten inmiddels behoorlijk tegen de bodem van hun tank aan te kijken. Uiteindelijk vinden we in het bloedhete Thionville een pompstation. Ik kan bij een Pharmacie terecht voor allerlei oogdruppels voor mijn soepoog. Zo fijn.
In chaotisch overleg besluiten we om naar een grote supermarkt te gaan voor wat boodschappen. Iemand uit Thionville aan wie we de weg vragen rijdt voor ons uit. Nadat we de boodschappen hebben gedaan hebben we nog 30 minuten om terug te komen op de camping. De slagboom gaat namelijk om 19.00 uur dicht en wij hebben uiteraard weer es geen pasje. Het lukt ons om ruimschoots op tijd terug te zijn.

Er wordt wat gesleuteld, gedoucht en gedronken. De snackbar op de camping ging pas om 17.30 uur open, maar als een paar van ons iets na achten gaan kijken blijkt het ding alweer dicht. Nee, dat is fijn! Onder andere Simon en Willem gaan aan het improviseren en weten iemand van het activiteitenteam van de camping zover te krijgen dat hij pizza’s ophaalt voor ons. De man geeft eerst de sleutels van zijn auto aan ze af, maar dat lijkt hen geen goed idee. De man gaat mee en na verloop van tijd komen ze terug met een partij pizzadozen. Hebben we toch weer wat te eten. De pizza’s smaken goed. Willem vertelt dat hij de man € 20 fooi wilde geven voor al zijn hulp, maar dat de man die weer in Willems broekzak heeft teruggestopt. Willem wil ze pakken, maar de € 20 zijn weg. Hoe Willem ook zoekt, hij vindt ze niet. Zegt er iemand: “Maar Willem, had jij vandaag ook niet je bioscoopbroek aangetrokken…” Vreselijk gelachen, maar de €20 blijven spoorloos. Simon vraagt zich zelfs af of ze nou belazerd zijn of niet. We zullen er wel nooit achter komen.

Zondag 23 mei
Een behoorlijk aantal van ons is de culinaire gewoontes van de Fransen meer dan zat. We rijden terug Duitsland in. We rijden via Bouzonville richting Saarlouis. Een kilometer of tien voor Saarlouis is een café langs de weg geopend. We stoppen en gaan op het terras zitten. Ik vraag of we kunnen ontbijten. Volgens de mevrouw van de bediening is dat niet mogelijk, waarop Koen vraagt of ze een broodje kaas heeft. Ja hoor, en ook wel een broodje vlees. Ik vraag me af wat Koen goed doet en ik niet.
Een wat oudere Duitser die naast me zit vraagt op een gegeven moment aan mij wat voor beroepen wij hebben. Als ik hem dat vertel zie je hem af en toe denken, behalve natuurlijk bij mijn beroep…

Vervolgens rijden we weer langs de Moezel en moet Bob een keer worden aangedrukt. We eindigen die dag op camping Haumulle bij het dorp Koppenstein. Daar worden we min of meer gegijzeld door ene Annette. Als we aankomen en overleggen of we zullen blijven schreeuwt ze: “Ihr bleibt hier!” Met vuurspuwende ogen en een hoop geblaas en lawaai zorgt ze ervoor dat we voldoende te eten en te drinken krijgen. Het is een bijzonder kind. Zoals wel vaker het geval deze week is onze groep ook nu weer een soort van attractie. Iemand van ons merkt op dat onze aaibaarheidsfactor erg hoog moet liggen gelet op de vriendelijke benadering die de mensen naar ons toe hebben. En je kunt ook niet anders concluderen dan dat het een gezellig zooitje is, waarmee het goed toeven is. En dat trekt logischerwijs. Is niet iedereen op zoek naar een moment van primitief geluk?

Maandag 24 mei
Annette scheurt ’s ochtends om precies 9.00 uur het terrein op in haar rode autootje en voorziet ons van een voortreffelijk ontbijt met heerlijke koffie. Mijn soepoog is weer redelijk genormaliseerd. Nadat we zijn uitgezwaaid rijden we via een mooie route richting Echt. Zo komen we bijvoorbeeld door het dorpje Ahrtall.
En dan begeeft mijn accu het. Ik natuurlijk flauw want dat is al de zoveelste accu binnen een paar jaar. Later zal blijken dat er iets anders aan de hand moet zijn, want nadat Bert en ik van accu hebben gewisseld zit mijn accu een paar uur later al weer redelijk vol. Raar is dat wel, want het lampje op het dashboard gaat uit als de motor iets harder begint te lopen. Thuis maar es uitzoeken wat het is. Het roze lint wappert aan mijn stuur.
Bij Willem gaat iets met de startmotor kapot, waardoor zijn motor door middel van de kickstarter moet worden gestart. En dan blijkt dat kickstarten ‘kunst’ is.

We overnachten die nacht op een camping bij Echt. Simon weet te regelen dat de keuken wat langer open blijft. We kopen nog wat te drinken voor bij de tent en ik voel me inmiddels niet al te fijn meer. Het is net of ik wat koortsig ben. En hoesten, heel apart!

Dinsdag 25 mei
Zonder pech rijden via de snelweg naar huis. We eten nog wat bij een benzinepomp. Om ongeveer 13.30 uur ben ik thuis. Het is mooi geweest, maar erg lekker voel ik me niet. Ik pak de motor af en doe nog wat testjes om erachter te komen wat er nu niet goed gaat bij het laden van de accu. Het is erg warm op de oprit maar ik heb aan: hemd, T-shirt, sweater en dikke wollen trui. Aangenaam lekker. Na een poosje stop ik ermee en zet de accu aan de lader. Ik kijk eerst nog even of ie wel op 6 Volts staat en sluit dan de boel aan. Ik ga vervolgens lekker in de tuin in de zon liggen en doe de trui uit. Toch wel wat warm. Na een uurtje besluit ik om maar es even naar bed te gaan. Als ik daar eenmaal lig kom ik op de geweldige gedachte om es te kijken of ik koorts heb. It’s a bingo: via de oksel 39,6 graden.
Na een paar uur ga ik kijken hoe het met de accu is. De wijzer staat helemaal op 0. Da’s raar. Ik pak de acculader op en kijk nog es goed. Staat-ie toch op 12 volts…
Pfff.

Dit bericht is geplaatst in Super Rally (19). Bookmark de permalink.