Schaatsen

                                                  SCHAATSEN

Wat te doen in de winter als het hard vriest en er niks te sleutelen valt omdat je je Harley-Davidson fijn voor mekaar hebt? Precies: SCHAATSEN!!! Eén van de weinige activiteiten die ik mezelf toesta. De schaats is een prachtige uitvinding. Waarom er niet ergens een standbeeld van die man staat is mij een raadsel, maar dat geldt eigenlijk ook voor de uitvinder van de zwanenhals, maar da’s een heel ander verhaal.

In de vorige eeuw waren winters nog winters. Winters waarin bezorgde nieuwslezerettes je via de radio opriepen om vooral niet naar buiten te gaan als het niet echt hoefde. Van die winters waarin je Bertje kon horen verzuchten: ‘Het mag van mij potkachels gaan regenen.‘

Kortom, Erik en ik zouden een tocht schaatsen in Giethoorn samen met nog twee anderen. We gingen met de auto van Joke & Erik, een onverwoestbaar ogende groene Opel Ascona. Veel auto’s van die leeftijd zagen er al behoorlijk krokant uit, zo niet de groene Opel Ascona van Joke & Erik. Nietsvermoedend stapten we in met de jas onder de arm, maar wat bleek… de kachel deed het niet! En aangezien het grootste kenmerk van een schaatstocht op natuurijs is dat de temperatuur in ieder geval onder de 0 graden ligt, hoef je niet te vragen hoe koud het in de auto was. En het zou nog veel kouder worden, want de aanjager moest op standje drie(!) om de beslagen ruiten schoon te krijgen. Al gauw had iedereen zijn jas weer aan en was het door die brullende aanjager in de auto kouder dan buiten. De aanjager blies zo hard dat het leek alsof er geen voorruit in de auto zat. Met wapperende manen hielden we ons vast aan dashboard, stoelen enz. De gevoelstemperatuur lag rond de –45 graden. Inderdaad, mensonterend.

Halverwege de reis werd er gestopt en uitgestapt om op te warmen in de behaaglijke buitentemperatuur. Daarna weer verder in de stormende vriescel, waarin we zo’n beetje aan elkaar vast vroren. Weliswaar is schaatsen niet voor softies want dan werd er wel op soft-ijs gereden, maar deze extra beproeving had meer van doen met een praktijkles uit de cursus ‘Middeleeuws martelaren met moderne technieken’.
Opeens kreeg iemand in de gaten dat de achterruitverwarming het wel deed, met als gevolg dat even later drie lichamen tegen de achterruit lagen die probeerden om op die manier toch nog een beetje warm te worden.

Toen we in Giethoorn aankwamen en uitstapten zagen we er niet uit met die brandstrepen van de achterruitverwarming over ons gezicht. Buiten leek het zo warm dat we onze jassen uitdeden terwijl anderen de jassen juist aandeden. Volkomen verstijfd stonden we op het ijs. Nou ja, staan kon je het eigenlijk niet noemen want we ‘stonden’ in zithouding, waardoor het leek alsof we iets heel anders op het ijs gingen doen dan schaatsen… wat weer tot grote verontwaardiging van andere schaatsrijders leidde. Uiteindelijk ontdooiden we en reden een prachtige rit in en om Giethoorn. Drie mannen in een strak trainingspak en ééntje in het tenue dat-ie ook op de motor aanheeft (een spijkerbroek en een korte leren jas die in een vorig leven lang is geweest).

Na afloop hebben we op de parkeerplaats nog mensen aangeklampt en gesmeekt om met hen te mogen terug rijden, maar voordat we ons verhaal konden doen knuppelde Erik ons in de groene Opel Ascona SM…
Wel vreselijk gelachen!

Dit bericht is geplaatst in Varia (4). Bookmark de permalink.