De lekkende vlotterbak

Ik was een stukkie wezen rijden, een mooi ritje. Ik kom weer thuis en zet de motor in de garage. Nog even dit doen, dat doen. Opeens ruik ik benzine. Nou hangt er natuurlijk altijd wel een aangenaam benzinearoma in de garage, maar nu is de geur wel erg sterk. Wat blijkt, de vlotterbak stroomt over. Ik loop naar de werkbank, pak het belangrijkste Harley-Davidsongereedschap en loop weer naar De Rode Nachtegaal. Met de achterkant van de zware hamer geef ik enkele liefkozende tikjes tegen de vlotterbak terwijl ik ook wat aan de motor schud. Het lekken stopt. Kláár, niets meer aan doen!

Toch houdt het me een beetje bezig. Ik graaf wat terug in de tijd op mijn website en ontdek dat nog in 2013 de hele carburateur door de nestor uit elkaar is gehaald, schoongemaakt en weer in elkaar is gezet. Met het nodige commentaar, ja dat dan weer wel. Maar goed, daar kan het dus nu nog niet aan liggen. Volgens mij komt de vlotter tegen de wand van de vlotterbak.
Nadat ik weer een keer heb gereden gebeurt hetzelfde weer. Opnieuw de hamer gepakt en weer enkele liefkozende tikjes tegen de vlotterbak gegeven. Het lekken stopt.

De jaarlijkse Swapmeet nadert en Peter, de organisator, vraagt of ik de Rode Nachtegaal in de club wil zetten. Op de dag voor de Swapmeet pak ik haar, zet haar weer op de standaard en ja hoor, weer lekken. Ik heb nog tijd zat, dus ik besluit om de vlotterbak eronder vandaan te schroeven. Als dat is gebeurd, kijk ik in de vlotterbak en zie dat de vlotter inderdaad af en toe de wand raakt van de vlotterbak. Aangezien de vlotter niet van kurk is of van koper zal het wel een zogeheten duckie zijn. Immers, als iets eruitziet als een eend, zwemt als een eend en kwaakt als een eend, dan is het waarschijnlijk een eend. Op het asje van de vlotter zit wel wat speling, maar niet veel. Als ik de speling een naam zou moeten geven zou ik zeggen: sportieve speling. Ik schroef het koperen schroefje los van de vlotter, waarna de vlotter los in de vlotterbak ligt. Ik probeer de vlotter eruit te pakken, maar dat lukt niet! Het kreng wil niet door de opening. Nou is het zo, dat de opening van de vlotterbak wat smaller is dan vlotterbak zelf. Maar, die vlotter is in een ver verleden toch ècht door die opening gegaan! Na nog wat geprutst te hebben geef ik het op en schroef de vlotter weer vast. Met meer dan ambtelijke precisie weet ik de speling zo te verdelen dat het wel wat beter is geworden.
Ik rij naar de club en parkeer haar in het clubhuis. Ze lekt niet. Da’s dan wel weer fijn.
Die nacht droom ik dat ik op de tv een nieuwsitem zie waarin wordt verteld dat uit onderzoek is gebleken dat in benzine een groeihormoon is ontdekt waardoor duckies groeien…

De volgende dag fietsen we ’s middags naar de Swapmeet. Hofleverancier Larry staat er ook weer met onderdelen. Ik bespreek het met hem en vraag hem hoe die vlotter er ooit in is gekomen. Volgens Larry moet de vlotter zijn volgelopen met benzine, gevolgd door een of andere chemische reactie in de duckie waardoor die is uitgezet en nu niet meer uit de vlotterbak wil. Maar Larry vertelt ook dat een duckie niet vol kàn lopen, want die is niet hol. Wel is het zo dat hij een soortgelijk verhaal één keer eerder heeft meegemaakt. Dat was wel een duckie, maar geen fijne, een gebakje zeg maar. Larry vraagt of mijn vlotter wel een duckie is. Ik denk het wel, want ik koop alle onderdelen bij hem, maar helemaal zeker weten doe ik dat niet. Hij geeft me er een mee. Als ik wil afrekenen mag dat niet van hem. Een duckie hoort namelijk niet uit te zetten. Ook niet na jáááren.
Allemachtig, dat zijn nog eens garantievoorwaarden!

Inmiddels heb ik de vlotter met gepast geweld uit de vlotterbak getrokken. Alhoewel ie er precies als een duckie uitziet, is er geen merknaam op te vinden. Een duckie zal het dus wel niet zijn. De nieuwe heb ik vervolgens gemonteerd en alles weer in elkaar gezet. De vlotterbak is nog niet weer overstroomd. Zo fijn, een echte duckie.

Dit bericht is geplaatst in Harley-Davidson (34). Bookmark de permalink.